Er liggen schatten op het strand

Grensverleggend optreden van Nederland en Vlaanderen als gastland op de Frankfurter Buchmesse 2016: het boek als het kloppend hart van de creatieve industrie
 

Bij het eerste optreden als gastland van Nederland en Vlaanderen als gemeenschappelijk taalgebied op de internationale boekenbeurs in Frankfurt in 1993 was het zaak de grote Vlaamse en Nederlandse auteurs op de Duitse boekenmarkt aan de man te brengen. Dat lukte: schrijvers als Cees Nooteboom en de in 2010 overleden Harry Mulisch werden niet alleen door de culturele bijlagen ontdekt, hun romans waren ook regelmatig op de bestsellerlijsten terug te vinden. Meer dan twintig jaar na dato hebben Nederlandse auteurs nog steeds een vaste plaats op de Duitse boekenmarkt. Auteurs als Jessica Durlacher, Herman Koch, Leon de Winter, A. F. Th. van der Heijden, Connie Palmen, Arnon Grünberg, Maarten ʼt Hart en vele anderen behoren inmiddels tot de favorieten van de Duitse lezers.

Onder het motto: ‘Dit is wat we delen’ is er in 2016 opnieuw gelegenheid deze expliciet niet nationale literatuur te ontdekken. Wellicht is juist een tweede kennismaking met dit voor de Duitsers schijnbaar al te vertrouwde en nabije literatuurgebied de moeite waard. Vooral omdat de eregast van de Buchmesse uitpakt met een vernieuwend concept. Bart Moeyaert, die door het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren is benoemd als artistiek intendant voor het project, legt met zijn programma verrassende nieuwe accenten. Hij heeft met zijn bewust moderne, weinig folkloristische programma een verbindend element tussen Vlaanderen en Nederland gevonden dat boven de taal uitstijgt en bovendien een verbinding met Duitsland vormt: ‘Ik wilde het hebben over wat we delen,’ zegt Moeyaert, ‘de zee, de Noordzee, delen we, zowel België als Nederland, met Duitsland. Alleen maar de Noordzee als thema nemen, zou natuurlijk dom zijn, omdat het een toeristisch beeld is. Maar de zee als literair beeld vind ik geweldig, want de zee is poëtisch en ook politiek, denk alleen maar aan de vluchtelingen; ze is nu eenmaal niet altijd zacht en mooi.’

Een programma dat hoofd en hart aanspreekt

Het door Bas Pauw als projectleider, Judith Uyterlinde als coördinator van het literaire programma en Bart Moeyaert opgezette programma behelst veel meer dan feiten met plaatjes. Er moeten verhalen worden verteld en vele kleine details zullen samen een bonte lappendeken van beelden, dromen en ideeën over het moderne leven vormen, die hoofd en hart aanspreekt. In Frankfurt zelf wordt tijdens de Buchmesse een uitgebreid programma georganiseerd waaraan zeventig auteurs uit alle genres deelnemen. Een deel van het programma vindt plaats op het terrein van de Buchmesse in een paviljoen met groot opgezette virtual-realitypresentaties. Daarnaast besteden theaters en musea in Frankfurt aandacht aan bekende en minder bekende namen uit de moderne kunst, de dans- en theaterwereld in Vlaanderen en Nederland.
 
Het optreden tijdens de Frankfurter Buchmesse is echter maar een onderdeel van het hele programma, dat wordt uitgebreid met lezingen, optredens en festivals in verschillende Duitse steden, zoals Münster, München, Leipzig en Berlin. Door de samenwerking met bijvoorbeeld lit.cologne, het internationale literatuurfestival in Keulen, is de aftrap al in het voorjaar gegeven. En het gaat ook na Frankfurt nog door tot diep in de herfst, bijvoorbeeld op het Hamburgse Harbourfront-Festival, een tentoonstelling over Nederlandse avant-garde kunst na 1945 in Karlsruhe en het jeugdtheaterweekend in Mainz. In totaal vinden er in het kader van het gastlandprogramma in heel Duitsland meer dan vierhonderd evenementen plaats.

Literatuurgebied dat groter is dan het lijkt

De commerciële betekenis, die in Frankfurt ook altijd meetelt, wordt ook zeker niet vergeten. De cijfers alleen al bewijzen het belang van deze literaire regio voor de Duitse boekenmarkt: in 2016 verschijnen er maar liefst 376 nieuwe titels uit alle genres uit Vlaanderen en Nederland, waarvan 230 nieuwe vertalingen; 132 Duitse uitgevers hebben in 2016 een Nederlandstalig boek in hun programma. Duitsland is voor deze regio verreweg het belangrijkste exportland, bovendien fungeren de Duitse vertalingen vaak als springplank naar de andere taalgebieden. Volgens projectleider Bas Pauw zijn er ‘nog nooit zoveel titels in één jaar in het Duits vertaald.’

Het optreden als gastland van Vlaanderen en Nederland is ook in een ander opzicht grensverleggend, want het concept kijkt duidelijk verder dan de Buchmesse. Met steun van literatuurstichtingen en de Goethe-Instituten wordt er gebouwd aan een stevig netwerk tussen auteurs en vertalers. Sinds 2015 hebben 31 Duitse vertalers in de vertalershuizen in Antwerpen en Amsterdam gewerkt, twaalf Duitse auteurs waren in schrijvershuizen in Brussel en Amsterdam te gast, elf Vlaamse en Nederlandse auteurs in Berlijn. Kathrin Passig en Annett Gröschner verbleven op uitnodiging van het Goethe-Institut een maand als ‘writer in residence’ in Rotterdam. Het Nederlandse literaire tijdschrift Das Mag verschijnt met ondersteuning van het Amsterdamse Goethe-Institut voor het eerst in een eenmalige uitgave in het Duits.

Zo wordt het oude, eerbiedwaardige, maar nog steeds springlevende medium het boek gepresenteerd als de drijvende kracht van een dynamische creatieve industrie. Dit gaat gepaard met de talloze revolutionaire vernieuwingen van de afgelopen jaren die met nieuwe technieken, nieuwe manieren van schrijven, de vele nieuwe digitale en analoge publicatiemogelijkheden de boekenbranche wereldwijd radicaal veranderd hebben. Of, in de woorden van Bart Moeyaert: ‘Nieuwe namen, nieuwe mensen, een nieuwe dynamiek! Het is net als de zee, alles is in beweging, er liggen schatten op het strand.’