Emulatie EMIL – de sleutel tot langetermijnarchivering

Tobias Steinke en Nathalie Lubetzki
Tobias Steinke en Nathalie Lubetzki | Foto (fragment): © Deutsche Nationalbibliothek

Bibliotheken hebben enorme voorraden multimediagegevensdragers. Het project EMiL moet het gebruik daarvan ook na decennia van technische verandering mogelijk maken. Tobias Steinke en Nathalie Lubetzki van de Deutsche Nationalbibliothek (DNB) leggen uit hoe.

Mevrouw Lubetzki, meneer Steinke, wat is EMiL precies?
 
Nathalie Lubetzki: EMiL is een project dat wordt geleid door de Deutsche Nationalbibliothek en ondersteund door de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG). Het is in 2014 gestart en loopt tot september 2016. In dit project gaat het om de beschikbaarstelling van multimedia-objecten zoals leerprogramma’s en lexicons door middel van emulatie. Onze projectpartners zijn de Beierse staatsbibliotheek in München en de Staatliche Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe. Op basis van onze gemeenschappelijke vereisten zal de Universiteit van Freiburg een systeem ontwikkelen dat in leeszalen en musea kan worden gebruikt.

Wat wordt met ‘emulatie’ bedoeld?

Tobias Steinke: Emulatie is een procedé voor langdurige archivering. Het moet ervoor zorgen dat we multimediale werken kunnen blijven gebruiken als de technologie verandert. Emulatie bootst met behulp van speciale software op de huidige platforms oudere bedrijfs- en computersystemen na die nodig zijn voor het weergeven van mediaobjecten. Deze software heet ‘emulator’. Een emulator kan bijvoorbeeld een computersysteem van het merk Commodore Amiga van eind jaren 80 op een moderne pc reconstrueren. Zo kan de software die oorspronkelijk voor Amiga was geprogrammeerd nog steeds worden gebruikt.
 
Lubetzki: Onze betrokkenheid bij EMiL vloeit onder andere voort uit onze wettelijke opdracht. De Deutsche Nationalbibliothek is verplicht om Duitstalige en in Duitsland verschenen boeken te verzamelen, te archiveren en duurzaam voor gebruik beschikbaar te stellen. Die wettelijke opdracht geldt ook voor digitale publicaties. De Staatliche Hochschule für Gestaltung Karlsruhe wil er daarnaast voor zorgen dat alle vormen van mediakunst langdurig benut kunnen worden.

EMiL-diagramm EMiL-diagramm | Foto (fragment): © EMiL

Generatiewisseling bij hardware

Hoe groot is eigenlijk het gevaar dat multimediale boeken verloren gaan?
 
Lubetzki: Dat is een heel reëel gevaar. De DNB bezit vele duizenden objecten op gegevensdragers, bijvoorbeeld educatieve software en digitale lexicons. Een groot aantal publicaties uit de jaren 90 is nu al niet zonder meer te gebruiken. Daarnaast neemt met iedere nieuwe generatie hardware de hoeveelheid niet meer opvraagbare boeken verder toe. EMiL moet in die gevallen uitkomst bieden.
 
Hoe pakt EMiL dat aan?
 
Steinke: Doel is het emulatieprocedé voor bibliotheken en musea zo optimaal mogelijk te maken door voor allerlei verschillende boeken de passende emulatoren beschikbaar te stellen. Het gaat erom bestaande emulatoren zo te gebruiken dat ze binnen een geautomatiseerde workflow kunnen worden gebruikt. Een voorbeeld: een gebruiker zoekt in de catalogus van een bibliotheek op een bepaalde zoekterm, bijvoorbeeld ‘Goethe’. Hij krijgt dan niet alleen hits voor boektitels maar bijvoorbeeld ook voor een multimedia-cd-rom uit de jaren 90. Als hij op de weergegeven link klikt, start idealiter in een browservenster de emulatie van Windows 95, die nodig is voor het gebruik van de cd-rom.
 
Waar komen de emulatoren die u gebruikt vandaan?

Steinke: De emulatoren worden meestal door de internetgemeenschap ontwikkeld, vaak komen ze van fans van computerspellen. Doorgaans zijn het opensourceprojecten, die voor de meest uiteenlopende computersystemen bestaan, bijvoorbeeld Atari ST, Amiga of oudere Macintosh-computers. Onze projectpartners van de Universiteit van Freiburg zijn sinds jaar en dag actief in die gemeenschap en doen onderzoek op het gebied van emulatie. Ze hebben contacten met amateurontwikkelaars en stellen de emulatoren voor ons project samen.

Constant bezig

Hoe ‘houdbaar’ zijn die emulatoren? Verlopen ze ook op een bepaald moment?
 
Steinke: De overgrote meerderheid van de multimediaobjecten die wij in voorraad hebben, is voor Windows gemaakt. Als je daarvoor goede emulatoren hebt, is het probleem voorlopig opgelost - maar alleen tot er weer nieuwe computersystemen bij de DNB worden geïnstalleerd. Dan hebben we nieuwe emulatoren nodig. Je blijft dus constant bezig.
 
Kun je apps voor smartphones en tablets ook emuleren?
 
Steinke: Dat soort apps zijn niet de focus van ons project, maar zullen in de toekomst steeds belangrijker worden voor langetermijnarchivering. Eigenlijk bestaan er voor apps die op iOS werken tot nu toe geen emulatoren. We kunnen momenteel dus geen iPad-apps verzamelen, zelfs niet voor naslagwerken. Apple heeft er op dit moment geen belang bij om een emulator te ondersteunen – dat wil zeggen dat het juridisch en technisch niet mogelijk is. Voor Android-apps bestaan er al emulatoren, maar tot dusver verzamelen we die apps niet.
 
Wanneer kunnen bibliotheken en musea gebruikmaken voor jullie onderzoeksresultaten?
 
Lubetzki: Bij de DNB wordt EMiL naar verwachting in 2017 operationeel. De Universiteit van Freiburg zal de software daarnaast als open source toegankelijk maken. Nu al zijn er instellingen in andere landen die de software binnenkort zouden willen gebruiken.
 
Nathalie Lubetzki heeft kunstgeschiedenis gestudeerd en houdt zich sinds 2011 bij de Deutsche Nationalbibliothek bezig met de beschikbaarstelling van multimedia. Sinds 2016 staat ze aan het hoofd van het door de DFG ondersteunde project ‘Beschikbaarstelling van multimediaobjecten door emulatie’.

Tobias Steinke is informaticus en houdt zich bij de Deutsche Nationalbibliothek bezig met langetermijn- en webarchivering. Hij heeft deelgenomen aan talrijke nationale en internationale projecten en samenwerkingsverbanden op deze gebieden.