Theater over de verrechtsing ‘Ik ben geen nazi, maar...’

Hans-Werner Kroesinger en Regine Dura ‘Stolpersteine Staatstheater’, Staatstheater Karlsruhe
Hans-Werner Kroesinger en Regine Dura ‘Stolpersteine Staatstheater’, Staatstheater Karlsruhe | Foto (detail): Rob Moonen

De Duitse theaters reageren op de zwaai naar rechts in de samenleving. Dat doen ze zowel esthetisch als inhoudelijk op verschillende manieren. Een aantal voorstellingen heeft de vijandige houding tegenover buitenlanders van de Pegida-beweging en de rechts-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD) als thema. Andere laten historische parallellen zien en analyseren rechtse denkpatronen wereldwijd.

‘Ik ben geen nazi. Ik zie alleen maar dat Duitsland in gevaar is,’ roept een koor het publiek toe in Volker Löschs enscenering van Graf Öderland/Wir sind das Volk in het Staatsschauspiel Dresden. Dit is een typische redenering van de anti-asielbeweging Pegida, die sinds eind 2014 elke maandagavond door de binnenstad van Dresden trekt om te demonstreren tegen wat ze de ‘islamisering van het Avondland’ noemen. Het uit figuranten bestaande koor, dat – zoals altijd in de stukken van Volker Lösch – het professionele toneelgezelschap aanvult, stelt dit soort leuzen en denkpatronen van Pegida aan de kaak door ze op het podium te citeren. De teksten van het koor, die Lösch gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te geven, zijn letterlijke uitspraken van Dresdenaren. Lösch mixt ze met het toneelstuk Graf Öderland van Max Frisch uit 1951, dat gaat over het gewelddadige verzet van een advocaat. Het stuk begint ermee dat hij begrip heeft voor de schijnbaar zinloze moord van een plichtsgetrouwe bankemployé op een conciërge. Later trekt hij, net als graaf Öderland in de legende, zelf moordend met een bijl door het land en weet hij veel aanhangers voor zich te winnen.

Wat hebben we aan het herhalen van opruiende leuzen in het theater?

Deze enscenering van Volker Lösch, die in november 2015 in première ging, kreeg wel de meeste aandacht in de pers, maar het is zeker niet de enige theaterproductie die probeert een antwoord te geven op de alom geconstateerde verrechtsing in de samenleving. In heel Duitsland houden theatermakers zich bezig met uitspraken van Pegida-aanhangers en AfD-politici of sympathisanten. Maar dat gebeurt, aldus een terugkerend punt van kritiek, vaak in een puur descriptieve, documenterende vorm. Het fenomeen wordt – vaak met cabareteske middelen – op het toneel neergezet, maar te weinig geanalyseerd, zo luidt het verwijt. ‘Wat hebben we aan een dergelijke theatrale herhaling van de leuzen van Pegida?’ is de retorische vraag die de Süddeutsche Zeitung niet als enige stelt met betrekking tot de Lösch-voorstelling in Dresden.

Falk Richter kreeg dezelfde kritiek op de door hem geschreven en geregisseerde productie Fear in de Schaubühne in Berlijn. Richter werkt in deze productie ook met documentair materiaal, zoals videobeelden en citaten van Pegida-demonstranten en AfD-politici. De inhoud van de voorstelling is ‘zo goed als ongefilterd uit de nieuwsberichten overgenomen’ oordeelde bijvoorbeeld de toneelsite nachtkritik.de; ‘Geen analyse, nergens.’

Aanklacht afd tegen het theater bij het gerechtshof van berlijn

Toch deed Fear nog meer stof opwaaien. AfD-politica Beatrix von Storch en de zegsvrouw van de conservatieve en ook door de AfD gesteunde beweging voor gezinspolitiek ‘Demo für alle’, Hedwig von Beverfoerde, dienden met een beroep op hun persoonlijkheidsrecht een aanklacht in tegen de productie. Ze werden in het stuk naast vele anderen geportretteerd als voorbrengselen van zombies en zodoende op één lijn geplaatst met ultrarechtse politici en terroristen. De Schaubühne won in december 2015 de zaak voor het Berlijnse gerechtshof.

Ondanks het verwijt van gebrek aan analyse kunnen ensceneringen zoals deze dus wel degelijk relevant zijn voor het (lokale) publieke debat. Löschs Graf Öderland / Wir sind das Volk werd bijvoorbeeld door veel toeschouwers gezien als een belangrijke uiting van zelfreflectie van de plaatselijke tegenbeweging tegen Pegida.
 
  • Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne Foto: Arno Declair
    Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne
  • Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart Foto: Conny Mirbach
    Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart
  • Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden Foto: Matthias Horn
    Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden
  • Hans-Werner Kroesinger en Regine Dura ‘Stolpersteine Staatstheater’, Staatstheater Karlsruhe Foto: Florian Merdes
    Hans-Werner Kroesinger en Regine Dura ‘Stolpersteine Staatstheater’, Staatstheater Karlsruhe
  • Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne Foto: Arno Declair
    Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne
  • Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart Foto: Conny Mirbach
    Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart
  • Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden Foto: Matthias Horn
    Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden
  • Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne Foto: Arno Declair
    Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne
  • Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart Foto: Conny Mirbach
    Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart
  • Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden Foto: Matthias Horn
    Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden
  • Hans-Werner Kroesinger en Regine Dura ‘Stolpersteine Staatstheater’, Staatstheater Karlsruhe Foto: Florian Merdes
    Hans-Werner Kroesinger en Regine Dura ‘Stolpersteine Staatstheater’, Staatstheater Karlsruhe
  • Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne Foto: Arno Declair
    Falk Richter ‘Fear’, Berliner Schaubühne
  • Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart Foto: Conny Mirbach
    Dirk Lauckes ‘Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute’ (2014), Schauspiel Stuttgart
  • Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden Foto: Matthias Horn
    Volker Löschs ‘Graf Öderland / Wir sind das Volk’ (2015), Staatsschauspiel Dresden

OMVATTENDE BLIK OP RECHTSE Denkpatronen

Afgezien van deze producties bestaat er nog een groep voorstellingen die zich diepgaander ingaat op de verrechtsing van de samenleving. Een voorbeeld hiervan is Dirk Lauckes Furcht und Ekel – Das Privatleben glücklicher Leute, dat in november 2014 onder regie van Jan Gehler in het Schauspiel Stuttgart in première ging en ook werd geprogrammeerd op het theaterfestival Stücke in Mülheim. De titel en het stuk zelf verwijzen naar Bertolt Brechts in exil geschreven Furcht und Elend des Dritten Reiches, een collage van scènes uit het dagelijks leven in het nationaalsocialistische Duitsland tussen 1935 en 1943. Laucke legt rechtse denkpatronen en kenmerkende formuleringen bloot in uiteenlopende streken, sociotopen en milieus in Duitsland. Ook – en vooral – die waarvan degenen die ze bezigen zich niet bewust zijn. Lauckes stuk, dat berust op minutieus onderzoek, springt van een min of meer openlijke neonazibijeenkomst in Halle via een lerarenkamer op de Hunsrück, waar de inhoud van rechtse rockmuziek verkeerd begrepen wordt, over op een op het eerste gezicht politiek hypercorrecte vergadering van een fictief toneelgezelschap, waar bij nader inzien chauvinistische tendensen bij de acteurs te onderkennen zijn.

TEKSTEN MET FILOSOFISCH KADER

Ook Konstatin Küsperts stuk Rechtes Denken, dat in oktober 2015 in het Bambergse E.T.A.-Hoffmann-Theater onder regie van Julia Wissert in première ging, neemt het verschijnsel op verschillende niveaus onder de loep. Enerzijds beschrijft Küspert de structuren van rechtse studentenverenigingen en de rechtse radicalisering van een jongen uit een burgerlijk gezin, gewoon thuis aan de eettafel. Anderzijds plaatst hij dit in een soort filosofisch kader door een verband te leggen met Thomas Hobbes’ theorie van de staat in Leviathan (1651) en ‘verontruste burgers’ hun ideeën over een ‘sterke staat’ te laten formuleren.

Ook het documentaireproject Stolpersteine Staatstheater in het Staatstheater in Karlsruhe van Hans-Werner Kroesinger en Regine Dura, dat als een van de tien meest opvallende stukken van het seizoen werd geprogrammeerd op het Berlijnse theaterfestival ‘Theatertreffen 2016’, gaat uit van een historische benadering. Het stuk is gebaseerd op de personeelsdossiers van het Staatstheater van Karlsruhe en documenteert nauwgezet hoe joodse en communistische leden van het gezelschap sinds 1933 in diskrediet werden gebracht, werden gediscrimineerd en ontslagen, en vooral hoe dat allemaal werd gelegitimeerd. Het stuk eindigt in het heden wanneer de acteurs niet alleen reflecteren over hoe ze zichzelf tot dit onderwerp verhouden, maar ook een Pegida-koor laten scanderen: ‘Wie niet van Duitsland houdt, moet uit Duitsland vertrekken.’ Hiermee stellen Kroesinger en Dura – onder meer – de steeds weer actuele vraag aan de orde naar de rol van het toneel, dat zichzelf zo graag ziet als een morele instantie die kritische vragen aan de samenleving stelt.