WAARHEEN? 21 VRAGEN OVER VLUCHT EN MIGRATIE

De schrijvers van de bijlage: Galsan Tschinag, Luiz Ruffato, Rasha Omran, Leonidas Donskis, Alexander Kluge en Eva Illouz
De schrijvers van de bijlage: Galsan Tschinag, Luiz Ruffato, Rasha Omran, Leonidas Donskis, Alexander Kluge en Eva Illouz | Fotos: Wilma Brüggemann, Tadeu Vilani, Xenia Nikolskaya, Šarūnas Mažeika, Markus Kirchgessner, Cordula Flegel

De nieuwe uitgave van het cultuurmagazine das goethe is uit. Het thema is deze keer vlucht en migratie – inclusief een vragenlijst die is voorgelegd door  internationaal bekende  intellectuelen in meer dan veertig landen. Lees hier over  de drijfveren en inspiratiebronnen van Alexander Kluge.

Het initiatief is geënt op  een lijst vragen van de Zwitserse schrijver Max Frisch, lastige en indringende vragen, waarover de lezers mogelijk nog nooit eerder  hebben nagedacht (door Meulenhof uitgegeven onder de titel Lastige vragen). Het was een idee van het Goethe-Institut in Tel Aviv om ook het onderwerp ‘vlucht’ op die manier uit te diepen.

In de 32 pagina’s tellende bijlage van de ZEIT van 27 oktober vindt u nog meer vragenlijsten, beantwoord door Leonidas Donskis (Litouwen), Eva Illouz (Israël), Rasha Omran (Syrië), Luiz Ruffato (Brazilië) en Galsan Tschinag (Mongolië). Olga Grjasnowa schreef voor deze bijlage een essay getiteld ‘Vluchten’. En verder doet Tobias Lehmkuhl verslag van een wandeling met Nasan Tur langs de Berlijnse galeries waar migranten de toon aangeven vertelt die door migranten worden.

De verzameling van de vragenlijsten van alle deelnemende auteurs vindt u hier: www.goethe.de/wohin

1. Wat betekent het begrip ‘vluchteling’ voor u? 

Aeneas, de aanvoerder van de achterhoede in Troje, is een indrukwekkend voorbeeld van een vluchteling: hij steekt de Middellandse Zee over. Aan zijn voetzolen kleeft het ongeluk van Troje. Hij wordt verliefd op de mooie koningin Dido, maar brengt haar weinig geluk. Uiteindelijk wordt hij de stichter van Rome. Rome vernietigt de Griekse stad Korinthe. Deze vluchteling is de bode van een langdurige wraak voor wat de Grieken Troje hadden aangedaan.

Een tegengesteld voorbeeld is de grootmoeder van mijn grootmoeder, Caroline Louise Granier, een vluchtelinge uit Frankrijk. Zij vond in de zuidelijke Harz haar Duitse man. Geboeid lazen zij beiden later in Goethes Hermann und Dorothea over het spiegelbeeld van hun eigen lot. Zonder deze vluchtelinge zou ik er niet zijn geweest. Overigens waren de Hugenoten – vluchtelingen zoals deze vrouw – de motor die de vooruitgang in Duitsland meer dan vijftig jaar versnelde. Dat zijn de verhalen met een goede afloop. Ik associeer het begrip ‘vluchteling’ met ‘geluk’ en met ‘ongeluksbode’ en dus met een groot aantal verhalen en romans. 

2. Is vlucht voor armoede volgens u minder legitiem dan vlucht voor oorlog of politieke onderdrukking?

Vlucht om persoonlijke redenen en uit nood zijn allebei legitiem. Armoede, oorlog of onderdrukking maken geen verschil.

3. En vlucht voor ecologische problemen?

Maarten Luther heeft zich in zijn tijdsgewricht meermaals uitgesproken over de vraag wanneer vluchten geoorloofd is en wanneer je moet  blijven, zelfs als pest, verwoesting of natuurrampen dreigen. Hij maakte daarbij een onderscheid tussen ambtsdragers, zoals priesters en bestuurders, mensen met politieke verantwoordelijkheid en de gewone bevolking. De Republiek der Nederlanden is ontstaan in het verweer tegen ecologische rampen, overstromingen van de Noordzee. De Nederlanders wierpen dijken op en ontwikkelden zodoende daadkrachtige republieken, die zich vervolgens ook met succes weerden tegen de ‘katholieke stormvloed’ die met de Spaanse hertog van Alva het land binnendrong. Vlucht voor ecologische problemen is over het algemenen niet gerechtvaardigd. Het hangt af van de vraag: is verweer mogelijk of is de toestand uitzichtloos? Als de klimatologische toestanden op onze planeet blijvend verslechteren, zullen er stromen mensen op de vlucht slaan. De vraag of dat legitiem is zal hen niet tegenhouden. Ik ben blij dat ik daar niet over hoef te oordelen.

4. Vanaf welk moment houdt iemand op vluchteling te zijn?

In bepaalde regionen van het hart en voor een deel van de individuele beleving nooit. Maar je kunt aan het ‘lot van de  vluchteling’ ontkomen als je een nieuwe bodem vindt om te wortelen. Traditioneel gesproken betekent dat: als je een huis bouwt, een boom plant, een kind verwekt. In onze eenentwintigste eeuw is het complexer: Waar is de kans om een nieuwe bodem te vinden in het concrete individuele geval? In de praktijk ben ik niet langer vluchteling als ik een nieuw thuis heb gevonden. Als ik op een nieuwe manier patriot word. Patriottisme kan ik ontwikkelen voor heilige boeken, in mijn beroep, in de liefde, en zoals gezegd, als ik een nieuw huis bouw.

5. Bestaat er volgens u een recht op asiel?

Asiel is een grondrecht. Het sterkste argument voor de kerk is het feit dat ze de macht had om asiel te verlenen. Immanuel Kant leidt – in de moderne tijd – het asielrecht af van een algemeen gastrecht. Iemand die zichzelf respecteert (en dus ook elke samenleving met zelfrespect) is verplicht een vreemdeling in nood op te nemen, tenzij ‘de eigen vernietiging dreigt’.  Wij schrijvers moeten verhalen aanleveren om het in de grondwet van onze republiek verankerde asielrecht met zoveel mogelijk verbeeldingskracht te onderbouwen.

6. Zo ja: is dat recht onvoorwaardelijk of kun je het verspelen?

Net als elk recht kun je het asielrecht verspelen als je het misbruikt.

7. Gelooft u dat een samenleving begrensd of onbegrensd vluchtelingen kan opnemen?

Elke samenleving kan begrensd vluchtelingen opnemen. Onbegrensde opname is alleen tijdelijk en in historisch gelukkige omstandigheden  mogelijk. Dat gold voor de VS, en daar nu ook al niet meer.

8. Indien begrensd, waaruit bestaan die grenzen dan?

Dat is moeilijk in de vorm van een definitie aan te geven. Het blijft een worsteling tussen het zelfrespect om geen grenzen te stellen of ze heel ruim te houden, en de bittere noodzaak vanuit de wetenschap dat er ook in onszelf grenzen zijn aan  onze welwillendheid en generositeit tegenover vreemdelingen.  Het is belangrijk om die spanning te peilen. Heinrich von Kleist vertelt een vreselijk verhaal in zijn novelle Der Findling (De vondeling). De koopman, die in een opwelling van medelijden een vreemd kind meeneemt uit een door de pest besmette stad en in zijn huis opneemt, komt uiteindelijk als gevolg van zijn spontane en barmhartige houding zelf in de hel terecht. Er bestaat zeker een ‘sentimenteel opportunisme’ dat goede daden probeert te doen zonder te kunnen instaan voor de consequenties. Dat is niet het ideaal.

Gisteren las ik nog een verbluffende zin in The Lichtenbergfigures van Ben Lerner. Hoewel het niet direct over het  vluchtelingenvraagstuk gaat, laat Lerner hier zien hoe subtiel de omgang met de ‘mogelijksheidsvorm’, de ingreep in het zogenaamde noodlot, in de praktijk kan zijn. Hij schrijft in zijn gedicht: When I first found the subjunctive, she was broke and butt-naked. / Now she wants half. She wants her own set of keys / and bullets designed to expand on impact (Toen ik voor het eerst de conjunctief ontmoette, was ze blut en spiernaakt. / Nu wil ze ook haar deel. Ze wil haar eigen sleutels / en dumdumkogels.)

Het vermogen tot opname van een land is niet de enige vraag. De welwillendheid van elk individueel mens over de vraag of een vreemdeling moet worden opgenomen is rekbaar, maar je kunt die niet eindeloos oprekken. Het is een vraag die ons in de eenentwintigste eeuw nog sterk zal bezighouden. Neem het celweefsel van een organisme: de cellen nemen op en scheiden uit. Ze zijn doorlatend. Maar ze stellen bepaalde grenzen. Als ze geen membraan hadden, die een grens naar buiten vormt, zouden we allemaal waterzucht hebben. Dat valt allemaal niet in regels vast te leggen, maar wel in verhalen, en dat is de uitdaging voor elke schrijver voor wie Max Frisch als voorbeeld geldt.

9. Bestaan er in uw land bevoorrechte vluchtelingen, dat wil zeggen, vluchtelingen die uw land eerder bereid is op te nemen dan andere? En zo ja, waarom?

Bevoorrechte vluchtelingen heb je in bijna elk land en dat is altijd zo geweest. Vluchtelingen die schatten aan kwalificaties meebrengen zijn niet alleen welkom, maar worden zelfs gelokt. Rijke landen kunnen de talenten van andere landen plunderen door geprivilegieerde vluchtelingen aan te trekken. In het tijdperk van de Verlichting, in de achttiende  eeuw, gold een dergelijke praktijk een teken voor de kwalificatie van een minister.

  Minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier en secretaris-generaal van het Goethe-Institut Johannes Ebert werpen in de projectruimte ‘Goethe-Institut Damaskus in ballingschap’ alvast een blik in ‘das goethe’ Minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier en secretaris-generaal van het Goethe-Institut Johannes Ebert werpen in de projectruimte ‘Goethe-Institut Damaskus in ballingschap’ alvast een blik in ‘das goethe’ | Foto: Bernhard Ludewig 10. Worden volgens u vluchtelingen in uw land rechtvaardig behandeld?

Elke generalisatie zou hier overdreven zijn. Maar ik ben wel verrast als ik de enorme hoeveelheid werk die er wordt verzet en de toewijding in individuele gevallen zie. En ik ben trots op de woorden van onze bondskanselier, die op een cruciaal moment met inzicht en visie heeft gereageerd. Maar om daaruit de conclusie te trekken dat in ons land voldoende gerechtigheid heerst, is te veel gezegd.

11. Zou snijden in het sociale stelsel in uw land voor u acceptabel zijn als daardoor meer vluchtelingen kunnen worden opgenomen?

Voor een politieke houding die berust op zelfrespect, moeten we ook bezuinigingen in het sociale stelsel op de koop toe nemen. Dat is de prijs die ik moet betalen om mezelf in de ogen te kunnen kijken.

12. Wat zijn volgens u voorwaarden voor geslaagde integratie? Bestaan er minimale voorwaarden – voor de nieuwkomers?

De wil om de taal van het land te leren. Loyaliteit tegenover de wetten van het land (niet de zeden). Minimale voorwaarden aan het menselijke vermogen de eigen krachten te mobiliseren en zodoende bij te dragen aan de zelfredzaamheid. Maar ik zou op dit punt geen rechter willen zijn.

– voor degenen die de nieuwkomers opnemen?

Vermogen tot empathie, je inspannen om je in een ander te verplaatsen. Dat was overigens in de evolutie van de homo sapiens het keerpunt, dat onze voorouders zich in iets anders, dingen, dieren of mensen, konden verplaatsen.

13. Kent u persoonlijk vluchtelingen?

Ja.

14. Helpt u actief vluchtelingen?

Als ik ze tegenkom in verband met mijn werk of in het dagelijks leven.

15. Hoe zal de situatie van de vluchtelingen zich in uw land ontwikkelen? 
a) de komende twee jaar? b) de volgende twee decennia?

Zelfs voor zo’n korte tijdspanne zouden voorspellingen er altijd naast zitten. De Hongaren die in 1956 op de vlucht voor het Rode Leger over de grens van de Bondsrepubliek kwamen, zijn doorgereisd en sommigen van hen bekleden nu sleutelposities in Harvard en Stanford. Onze eigen landgenoten die in 1989 dezelfde grens overkwamen, zijn inmiddels bijna allemaal geïntegreerd. Elke vluchtelingengolf is weer anders. Ik ben ervan overtuigd dat je noch voor de komende twee jaar noch voor de komende twee decennia iets kunt voorspellen. Wat je kunt bevestigen en koesteren is je eigen mentaliteit – wat er ook gebeurt!

16. Kunt u zich een wereld zonder vluchtelingen voorstellen?

Nee.

17. Zo ja, wat zou daarvoor nodig zijn?

--

18. Hebt u of heeft uw gezin ervaring als vluchteling? 

Alleen in verband met de twee politieke systemen in ons eigen land, en voor mij en mijn gezin was dat een betrekkelijk onschuldige ervaring. We hebben geluk gehad.

19. Gelooft u dat u dat u ooit in uw leven vluchteling zult worden?

– Zo ja, waarom?
– Hoe bereidt u zich daarop voor?


De veiligheid van het moment is bedrieglijk. Niemand kan in zijn of haar leven uitsluiten dat hij ooit vluchteling zal worden. Tenminste niet voor zijn kinderen.


20. Naar welk land zou u vluchten?

Met die vraag heb ik me tijdens de Koude Oorlog beziggehouden. Ik dacht aan Nieuw-Zeeland. In april 1986, toen het op de groentevelden regende uit nucleair besmette wolken, het jaar van Tsjernobyl, ben ik samen met mijn jonge vrouw en onze nog kleine kinderen naar Portugal gevlucht. De uiterste rand van ons continent, zeg maar. De vraag was niet: naar welk land? Maar: hoe kom ik zo ver mogelijk weg? We zijn een aantal maanden gebleven. Vanwege de kinderen.

21. Hoeveel ‘heimat’  hebt u nodig?*

Over Tijl Uilenspiegel wordt verteld dat hij zich in het land Hannover, waar hij werd vervolgd, innaaide in een paardenhuid. Toen de vervolgers hem gevangen wilden nemen, antwoordde hij vanuit die huid dat dit zijn heimat was. De vervolgers accepteerden dat.

Een ander voorbeeld: tijdens de bombardementen op mijn geboortestad Halberstadt lagen mijn vader, mijn zusje en ik languit op de vloer van de kelder, doodsbang. De kelder was op dat moment onze heimat. Nood doet je heimat krimpen. Zonder ook maar een klein stukje heimat kan een mens niet leven. Het is een soort huid. In het normale leven en ons innerlijk gevoel (dat zoals bekend niet verplicht is aan het realisme) is de heimat zo ver als de horizon. Heimat is een begrip dat voortdurend in beweging is.

*Deze vraag komt uit de vragenlijst van Max Frisch over heimat.

Alexander Kluge, in 1932 geboren in Halberstadt, is schrijver, filmmaker en televisieproducent. Hij geldt als theoreticus van de Nieuwe Duitse Film, door maatschappelijke en politieke kritiek centraal te stellen in zijn werk. Zijn belangrijkste films, waarvoor hij in Venetië, Cannes en elders prijzen won, zijn o.a. Abschied von gestern (1966), Deutschland im Herbst (1977, Episode) en Der Angriff der Gegenwart auf die übrige Zeit (1985). Naast zijn films publiceert Kluge proza en essays. In 2003 ontving hij voor zijn complete oeuvre de Georg Büchner-Preis.