Artikel “DAS KAPITAL” OPNIEUW LEZEN

Karl Marx zou zijn 200. verjaardag gevierd hebben
Karl Marx zou zijn 200. verjaardag gevierd hebben | Foto (detail): Johann Scheibner © dpa

In 2018 zou Karl Marx 200 jaar geworden zijn. Zijn kritiek op het kapitalisme lijkt in deze tijden van klimaatcrisis, chronische werkloosheid en globale ongelijkheid bijzonder actueel. Een reden om terug te kijken en zijn werk opnieuw te lezen.

Karl Marx – dat is enerzijds de geschiedtheoreticus wiens basisstellingen vandaag in grote mate aanvaard worden. Zijn standpunten dat de productiemiddelen en de productiewijze bepalend zijn voor de politieke en sociale structuur van een samenleving, dat het menselijk denken gevormd wordt door werktuiggebruik en dat ethische posities bepaald worden door belangen – inzichten die door Marx en Engels werden samengevat in de term “historisch materialisme” – hebben ingang gevonden in veel verschillende wetenschappen. Zo onder meer in de sociologie, pedagogie, psychologie, godsdienstwetenschappen, rechtswetenschap, literatuurwetenschap, ingenieursstudie en kennistheorie.

Anders is het gesteld met Das Kapital (Het Kapitaal), Marx’ belangrijkste werk. Weliswaar heeft geen enkel ander sociaalwetenschappelijk werk de voorbije 150 jaar het intellectuele debat zozeer begeesterd en zo’n sterke politieke impact gehad. De Europese arbeidersbeweging, de bolsjewistische revolutionairen, de bevrijdingsbewegingen van de derde wereld: allemaal beriepen ze zich op Das Kapital, dat niet alleen de fijne mechaniek van het kapitalisme onderzocht, maar ook zijn einde leek te voorspellen. Precies daarom ook werd geen enkele theorie zo hardnekkig door de mainstreameconomie genegeerd, vooral ten tijde van de wereldwijde systeemrivaliteit tussen kapitalisme en communisme.


DE KAPITALISTEN ZIJN opgejaagden van het systeem

Vandaag, na het einde van de Koude Oorlog en in tijden van klimaatcrisis, chronische werkloosheid, globale ongelijkheid, financiële speculatie en zwakke groei, zijn het al lang niet meer alleen de overgebleven linksen die over het mogelijke einde van het kapitalisme spreken. In de economische wetenschap wordt steeds vaker gesproken over “seculaire stagnatie” en op de wereldtop van de kapitaalkrachtige elite klinkt het dat “het kapitalistische systeem niet meer in deze wereld past”.  
Met Das Kapital beweert Marx “de economische bewegingswet van de moderne samenleving” te hebben ontdekt. Het is in de eerste plaats een vooruitgangswet: de door kapitaal gedreven economie heeft – zoals het Communistisch Manifest schetsmatig voorspelt – “massalere en kolossalere productiekrachten gecreëerd dan alle voorgaande generaties”, ze heeft technologie en wetenschap bevorderd en de wereldmarkt gecreëerd. Maar de spelers in die economie, de kapitalisten, zijn opgejaagde mensen: om het eigen bankroet te vermijden moeten ze de productiekrachten ontwikkelen, de innovatie verder doordrijven, zoveel mogelijk resultaat uit de werknemers persen en de grondstoffen van deze wereld zo rationeel mogelijk verwerken en omzetten in producten. Zo schept het kapitalisme de voorwaarden voor een wereld zonder gebrek of honger. Maar net door die systeemdwang tot groei en maximalisatie van meerwaarde kan deze productiewijze de maatschappelijke rijkdom op lange termijn “enkel ontwikkelen door tegelijk de oorspronkelijke bronnen van alle rijkdom te ondermijnen: de aarde en de arbeider”.


Een mogelijk einde van het kapitalisme

Op het einde van Das Kapital schetst Marx een mogelijk einde van dit verhaal: de kapitaalconcentratie en de dynamiek van de globalisering maken dat de kloof tussen obscene rijkdom en miserabele armoede onhoudbaar wordt; het privé-eigendom vormt een beperking voor de bevrijdende mogelijkheden van de techniek. Dit leidt tot revoluties en de socialisering van de productiekrachten. Dit politieke gewin van Marx’ theorie heeft decennialang, vooral in de arbeidersbeweging, de verwachting gevoed van een finale crisis. Maar een datum wordt in die prognose van een revolutionair einde niet genoemd, al was het maar omdat Marx' kritiek op de politieke economie ook de tegengestelde krachten analyseert waarmee het kapitalistische systeem zichzelf telkens weer kan stabiliseren. Hij verwijst naar marktuitbreiding, technische innovatie, rationalisering van het grondstoffengebruik, sterkere uitbuiting, globalisering van de productie, en – niet in de laatste plaats – krediet als groeistimulans.

Meer dan honderd jaar lang heeft de krijgshaftig klinkende slogan van socialisering, of zelfs van een proletarische dictatuur, bij de burgerlijke economen geleid tot een dogmatische afwijzing van Marx' grote prestaties als macro-econoom – aldus Hans-Werner Sinn –, vooral dan van zijn bijdrage tot de theorie van groei, crisis en globalisering. De fascinatie die van Marx' kapitalismetheorie uitgaat, komt deels voort uit de grote hoeveelheid historisch materiaal die hij etaleert, maar vooral uit de omvattende kijk op het economische proces. Waar de modellen van de wetenschappelijke mainstream de economie in wezen reduceren tot een marktproces, legt de visie van Marx het verband tussen winstmechanisme, technologische ontwikkeling, arbeidsvoorwaarden, maatschappelijke conflicten en culturele gevolgen van de wareneconomie. Dat leidt tot een groot en plausibel verhaal over de kapitalistische dynamiek tot aan het mogelijke einde.
 

door de mens veroorzaakte dwang

Vanuit kapitalistisch oogpunt bestaan de dingen en mensen in deze wereld alleen voor zover ze winstgevend zijn. Ook vandaag, 150 jaar na de eerste uitgave van Das Kapital, is dit uiterst actueel en ervaren we het nog steeds op diverse manieren. Waarom dan Das Kapital herlezen, als de prognoses van het boek in onze tijd zo realistisch geworden zijn? Als de concentratie van grote industrieën, de privatisering van communicatienetwerken en de industrialisering van de landbouw zo nadrukkelijk wijzen op de nood aan politieke controle; als het gemeenschappelijk bezit van de aarde beschermd moet worden tegen kapitalistische privatisering; als de verwoesting van de natuur schreeuwt om wereldwijde controle – en als zulke eisen niet langer politiek taboe zijn? En als tegelijk een ondogmatisch begrepen Marx, voorbij elke abstracte formule (rationeel beheer van de wereld, maatschappelijke controle van de welstand, menswaardige coöperatieve productie, tijdwelzijn in plaats van consumptieovervloed) weinig zegt over de creatie van een “rijk der vrijheid”?

Marx’ “kritiek van de politieke economie” is voor ons wel degelijk praktisch nuttig, omdat zijn denken de grond opmeet waarop we staan en de concepten bekritiseert die ons het zicht op de werkelijkheid ontnemen. “De rijkdom van de maatschappijen, waarin de kapitalistische productiewijze heerst, heeft de vorm van een ‚kolossale opeenhoping van waren” - zo luidt de eerste zin van het boek. Die eerste zin laat al meteen zien wat “kritiek” hier betekent: de spanning laten voelen tussen wat wij onder rijkdom (willen) verstaan en de kapitalistische vorm van rijkdom. Das Kapital onthult het verdoken geweld dat door het kapitalisme op gang komt, tegenover de werkelijke bronnen van rijkdom: het echte werken, de coöperatie, de van generatie op generatie toegenomen kennis en vaardigheden in een samenleving. Marx' systeemtheorie toont de crises en catastrofes die samenlevingen te wachten staan, wanneer ze deze bronnen van welstand in de enge raderen van kapitaal persen. Daarmee is zijn theorie echter allesbehalve fatalistisch of mechanistisch. Na onze lectuur zien we in dat de dwang waaraan we onderworpen zijn, door de mens zelf gemaakt is – en daarom ook door de mens zelf kan worden veranderd. En die dwang móet veranderd worden, als we van de aarde geen woestijn willen maken en van de mensen geen aanhangsels van de winstmachine. Kortom, als we niet willen dat samenlevingen onder het niveau van hun mogelijkheden moeten blijven.
 
RE: Das Kapital. Politische Ökonomie im 21. Jahrhundert (Over Het Kapitaal. Politieke economie in de 21e eeuw). In dit door Mathias Greffrath uitgegeven werk, verschenen bij Kunstmann-Verlag, onderzoeken economen, filosofen, sociale wetenschappers en essayisten centrale uitspraken en categorieën van Das Kapital (uitbuiting, automatisering, revolutie, monopolie, meerwaarde, tegenstand, geweld, natuur, samenwerking, vervreemding) en bekijken ze de bruikbaarheid van deze concepten voor een diepgaander begrip van het heden. De auteurs: Etienne Balibar, Paul Mason, Michael Quante, Sahra Wagenknecht, Hans-Werner Sinn, Elmar Altvater, John Holloway, Robert Misik, David Harvey en Wolfgang Streeck.