100 Jaar Bauhaus Nederlandse kunstenaars sterk beïnvloed door het Bauhaus

Dromen van een nieuwe wereld en zoeken naar eenvoud en functionaliteit behoren tot de beginselen van het Bauhaus. De revolutionaire kunst- en ontwerpschool het Bauhaus wordt  in 2019 honderd jaar. Ook veel Nederlandse kunstenaars zijn er door de Duitse school beïnvloed. Hier zijn zeven voorbeelden.
 

  • Theo van Doesburg, Grundbegriffe der neuen gestaltenden Kunst, Band 6 der Reihe Bauhausbücher, Entwurf Theo van Doesburg, 1925. Privatsammlung in den Niederlanden, mit Dank an DerdaBerlin. ©Theo van Doesburg

    Kunstenaar Theo van Doesburg woonde enkele jaren in Weimar, waar het Bauhaus in de beginjaren gevestigd was. Eigenlijk wilde Theo van Doesburg docent worden op het Bauhaus, maar vanwege zijn moeilijke karakter en uitgesproken ideeën was het onmogelijk voor directeur Walter Gropius om hem aan te nemen. Hij heeft grote invloed gehad op de school, zo verzorgde hij in de avonduren cursussen over het tijdschrift De Stijl , waar hij medeoprichter van was. Onder invloed van de kunstenaars van De Stijl , zoals – naast Van Doesburg - Piet Mondriaan en Gerrit Rietveld, evolueert het Bauhaus in korte tijd van het expressionisme naar het modernisme. Vanaf 1924 verschenen er veertien Bauhaus Bücher , die gewijd zijn aan kunstenaars. Drie daarvan hadden Nederlandse kunstenaars als onderwerp, waaronder Van Doesburg.



    Theo van Doesburg, Grundbegriffe der neuen gestaltenden Kunst, deel 6 uit de reeks Bauhausbücher, ontwerp Theo van Doesburg, 1925. Particuliere collectie in Nederland, met dank aan DerdaBerlin.

  • Theo van Doesburg, Axonometrie, gelithografeerd in de drukkerij van het Bauhaus in Weimar voor Adolf Behne’s Der Sieg der Farben, 1923-1924, Rijksmuseum Amsterdam. ©Theo van Doesburg

    In de expositie is ook een litho van Van Doesburg te zien. Deze is gedrukt in de drukkerij van het Bauhaus. Samen met de jonge Nederlandse architect Cornelis van Eesteren ontwikkelde van Doesburg een vernieuwende ‘axonometrische’ weergave van een bouwwerk. Deze perspectivische tekeningen benadrukken de ruimtelijkheid en zijn minder statisch dan de tot dan toe gebruikelijke bouwtekeningen.



    Theo van Doesburg, Axonometrie, gelithografeerd in de drukkerij van het Bauhaus in Weimar voor Adolf Behne’s Der Sieg der Farben, 1923-1924, Rijksmuseum Amsterdam.

  • Fotobijschriften: Servies van Marguerite Friedlaender en Franz Wildenhain (Het Kruikje, Putten), 1934- 1940. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. ©Marguérite Wildenhain-Friedländer

    Marguérite Wildenhain-Friedländer studeerde vijf jaar aan het Bauhaus in Weimar. Vanwege haar joodse achtergrond moest ze in 1933 vluchten naar Nederland. Daar begon ze in Putten met haar man, de kunstenaar Frans Wildenhain, Het Kruikje , een pottenbakkerij waar ze ook veel serviezen maakten. Het werk dat hier gemaakt werd heeft een ambachtelijk karakter en weerspiegelt zodoende de eerste fase van het Bauhaus in Weimar.



    Fotobijschriften: Servies van Marguerite Friedlaender en Franz Wildenhain (Het Kruikje, Putten), 1934- 1940. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

  • Bijschrift. Lamp van Willem Hendrik Gispen, uitvoering Gispen’s Fabriek voor Metaalbewerking. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Foto: Ad van den Bruinhorst. Foto: © Ad van den Bruinhorst

    Deze lamp van de Nederlandse ontwerper Willem Hendrik Gispen was in 1927 voor het eerst te zien tijdens een internationale architectuurtentoonstelling in Stuttgart. Een complete, nieuwe woonwijk verrees daar, met rijtjeshuizen, eengezinswoningen en appartementen. Toparchitecten uit verschillende landen, onder wie Walter Gropius, de oprichter van het Bauhaus, droegen er aan bij. Gispen stelde zijn lampen tentoon in deze huizen. Opvallend detail is dat studenten van het Bauhaus in die tijd ook dergelijke lampen maakten. Of Gispen de studenten heeft beïnvloed of andersom is niet duidelijk. Het Bauhaus wilde design, zoals deze lampen, toegankelijk maken voor een breed publiek en niet alleen voor een exclusieve bovenlaag.



    Bijschrift. Lamp van Willem Hendrik Gispen, uitvoering Gispen’s Fabriek voor Metaalbewerking. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Foto: Ad van den Bruinhorst.

  • Kitty van der Mijll Dekker, Bauhaus Diplomarbeit, veelkleurig slingerbindingsweefsel voor katoenen bedsprei (detail), 1932, handgeweven katoen. TextielMuseum. © Kitty van der Mijll Dekker

    Kitty van der Mijll Dekker is de enige Nederlandse studente die haar opleiding aan het Bauhaus voltooid heeft. Dit is haar eindexamenwerkstuk te zien. Ze studeerde af met een weefwerk, een open geweven beddensprei. Ze maakte daarbij gebruik van verschillende soorten garens, heldere kleuren en bijzondere bindingen. In 1932 kwam ze naar Nederland, waar ze weverij De Wipstrik oprichtte in Nunspeet. De theedoeken die ze in opdracht van Weverij Van Dissel in Eindhoven ontwierp, zijn nog steeds ongekend populair en te koop in verschillende museumwinkels.



    Kitty van der Mijll Dekker, Bauhaus Diplomarbeit, veelkleurig slingerbindingsweefsel voor katoenen bedsprei (detail), 1932, handgeweven katoen. TextielMuseum.

  • Paul Schuitema, Zelfportret, 1929-1931. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. © Paul Schuitema

    Fotograaf en ontwerper Paul Schuitema ontwierp onder andere buizenstoelen, vergelijkbaar met de modellen die op het Bauhaus gemaakt werden. Meubels moesten naar idee van het Bauhaus efficiënt vervaardigd en functioneel gebruikt worden. Schuitema was een pionier op het gebied van reclamefotografie en daarnaast docent bij de Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Daar richtte hij met Gerard Kiljan de eerste reclameopleiding van Nederland op. Met deze opleiding zette het gedachtengoed van het Bauhaus verder voort, waarbij lessen over techniek gecombineerd werden met analytische oefeningen met vormen, kleuren en materialen.



    Paul Schuitema, Zelfportret, 1929-1931. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

  • Oefening Schwarz als Farbton voor docent Tomás Maldonado op de Hochschule für Gestaltung in Ulm, 1956. HfG-Archiv, Ulm. © Bertus Mulder

    Na twee gedwongen verhuizingen – in 1925 naar Dessau en 1932 naar Berlijn – sloten de nazi’s het Bauhaus in 1933. Een dertigtal studenten en docenten veartrekt in die jaren naar Nederland. Ze worden hier actief in kunst- en ontwerponderwijs, richten werkplaatsen op en ontwerpen voor de Nederlandse industrie. Bertus Mulder vertrok in 1956 naar de Hochschule für Gestaltung in Ulm in Duitsland. De rector, de Zwitserse kunstenaar Max Bill, wilde de door de nazi’s in 1933 afgebroken lijn van het Bauhaus weer oppakken. Daar maakt de latere architect Mulder deze opdracht met kleurrenreeksen voor een docent die ook aan het Bauhaus had lesgegeven.



    Oefening Schwarz als Farbton voor docent Tomás Maldonado op de Hochschule für Gestaltung in Ulm, 1956. HfG-Archiv, Ulm.

 

Expositie

Deze zeven objecten zijn vanaf negen februari onder meer te zien tijdens een grootschalige expositie ‘nederland ⇄ bauhaus – pioniers van een nieuwe wereld’ in het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen. Ze tonen hoe het Bauhaus Nederlandse kunstenaars inspireerde en zorgde voor kruisbestuiving tussen beide landen.
 

  •