Hoe een stukje DDR zijn thuis vond in een nederlandse garage DDR-Museum in Nederland

Van het Stasi-verleden tot Ostalgie - twee Nederlanders hebben hun garage omgetoverd tot een DDR-museum dat de verschillende facetten van dit episode van de Oost-Duitse geschiedenis laat zien.
 

Foto Trabant Voordeur
Marlies Dinjens

Voor de deur van een woonhuis in Monnickendam staat een groene Trabant, de auto die zo verbonden was met het voormalige Oost-Duitsland. In de garage van dit huis bevindt zich het DDR-museum van Friso en Thea de Zeeuw.

Foto Friso de Zeeuw Friso de Zeeuw in het DDR-museum in de garage van zijn woonhuis in Monnickendam. | Marlies Dinjens Via de voordeur loop je door de woonkamer, met een schilderachtig uitzicht op de Gouwzee, het mini museum met 14 vitrines binnen. ‘Een afwijking’, noemt Friso de Zeeuw zijn verzamelwoede en passie voor de DDR.

Het begon allemaal in 1985 met de aanschaf van pet en medaille bij een souvenirwinkeltje in het toenmalige West-Berlijn. “Ik kwam daar als beleidsambtenaar voor een werkbezoek. We kregen destijds ook een dagvisum om Oost-Berlijn te bezoeken. Via de overgang bij de Friedrichstraße wandelden we zo Oost-Berlijn in. We hebben veel rondgedwaald en ’s avonds bezochten we de Komische Oper.” De Muur en de absurditeit en omvang van de grens maakte een grote indruk op De Zeeuw.

In de jaren die volgde tot de val van de muur in 1989 bezocht hij met zijn vrouw Thea nog meerdere keren Oost-Berlijn en kocht steeds meer souvenirs. “Ik ervoer de val van de Muur ook dubbel. Natuurlijk gaf het de Oost-Duitsers hun vrijheid en perspectief terug, maar zelf vond ik het jammer dat een land, dat ik net echt begon te doorgronden, uiteenviel.”
 
Tussen Ostalgie en zwarte bladzijdes 
Van de pet en de medaille groeide de verzameling van De Zeeuw uit tot een heus DDR-Museum in zijn grondig verbouwde en uitgebreide garage. Het museum toont in vitrines voorwerpen uit het dagelijks leven van de DDR  van servies tot speelgoed, wc-rollen en flessen sekt. De donkere kant van de DDR wordt ook niet geschuwd, met ruimte voor een vitrine over de methodes van de Stasi, grenscontroles en het dopinggebruik binnen Oost-Duitsland.
 
speelgoed Sommige Duitse bezoekers worden nostalgisch bij de aanblik van bijvoorbeeld het speelgoed uit de DDR. | Marlies Dinjens “De collectie begon met een paar voorwerpen, maar ik bracht steeds diepere lagen aan en maakte ook bordjes met uitleg”, zegt De Zeeuw. “Ik begon met militaire spullen en later richtte mijn vrouw zich steeds meer op gebruiksvoorwerpen, zoals servies en keukengerei. De expositie moet uitgebalanceerd zijn: niet zwelgen in oppervlakkige Ostalgie, maar ook niet alleen de zware kanten van de DDR belichten.” Thea houdt de verzamelwoede van Friso in bedwang. “Als het aan mij ligt, dan zou ik ook graag het museum uitbreiden naar onze woonkamer, maar mijn vrouw wil het beperkt houden tot de garage.”
 
Heftige verhalen over DDR
Gemiddeld trekt het museum 200 bezoekers per jaar. “En dat is ook genoeg. Het is fijn om echt geïnteresseerden rond te leiden. Ik kies er ook voor om bijvoorbeeld geen folders te verspreiden bij het VVV in Monnickendam.” De Zeeuw trekt allerlei soorten bezoekers. “Veel studenten, die bijvoorbeeld Geschiedenis of Design studeren. Zij zijn benieuwd naar het design uit de DDR, bijvoorbeeld van serviesgoed. Ook scholieren die een werkstuk maken, komen langs, naast Nederlanders die in de DDR gewoond hebben en natuurlijk ook Duitsers.” Vaak raakt De Zeeuw dan in gesprek en hoort grappige en soms heftige verhalen uit de DDR. “Duitsers vertellen dan bijvoorbeeld dat ze soms voor lichte vergrijpen in de gevangenis belandden of vanwege hun geloof gedwarsboomd zijn door de Stasi. Anderen halen hun hart even op bij het zien van alle spullen uit de DDR die zo herkenbaar zijn.”
 
De belangstelling voor het museum is een golfbeweging, stelt De Zeeuw. “Toen de films Good Bye Lenin uitkwam, kreeg ik opeens veel meer aanvragen. Dat zag je ook toen Das Leben der Anderen verscheen. Wellicht zal het dit jaar weer zo gaan, met de herdenking van dertig jaar val van de Muur.”
 
Namensschilder Deze naamplaatjes, die bijvoorbeeld werden uitgedeeld aan de Beste Kok of Beste Kassière zijn zeer zeldzaam. | Marlies Dinjens Het museum is nu negentien jaar open, sinds 2000. In dat jaar kochten Friso en Thea ook een appartement in Berlijn, zodat ze er geregeld heen kunnen. De spullen voor het museum vinden ze meestal op rommelmarkten in Berlijn. Soms krijgen ze ook zaken cadeau. “Heel bijzonder zijn bijvoorbeeld deze naamplaatjes met bijvoorbeeld ‘Bester Koch der Woche’ of ‘Beste Kassiererin des Monats’. Je verwacht het misschien niet, maar die zijn zeer zeldzaam. Dit zaten verstopt in een doos die we van een Duitser cadeau kregen.” Ook overblijfselen van het Stasi-verleden zijn kostbaar en bijna niet te vinden. “Veel verzamelaars azen op dergelijke zaken, waardoor die erg duur zijn. Ik kom ze ook bijna nooit tegen. Ja, dat is nou zoiets dat ik nog heel graag zou willen hebben.”
 
Het DDR-Museum bezoeken? Bezichtiging is alleen op afspraak via de website (https://www.ddr-museum.nl)