Huis Sonneveld in Rotterdam Meesterwerk van het modernisme

Huis Sonneveld. Woonkamer
Huis Sonneveld. Woonkamer | Foto: Johannes Schwartz

Twaalf telefoons, een goederenlift en een vuilstortkoker - het waren allemaal zeer ongebruikelijke elementen in een woongebouw uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Ontdek hier hoe ze hun weg naar Huis Sonneveld vonden.

De bewoners van Huis Sonneveld waren door twaalf telefoons met elkaar verbonden. Daarnaast was er een telefoon voor de communicatie naar buiten die uitsluitend voor de ouders was gereserveerd. De twee dochters van het gezin beschikten over een muziekkamer met een ingebouwde bank, die ook dienst deed als boekenplank, kast en geluidsinstallatie. Tot de technische snufjes behoorde ook een massagedouche met tien sproeikoppen. Verder kenmerkte het huis zich door lichte, zonovergoten kamers met brede raampartijen, meerdere balkons en een dakterras. Binnen was het huis doelmatig ingericht met inbouwkasten en plafondhoge boekenkasten die model hadden kunnen staan voor de latere ‘Billy’-boekenkast. De kamers van het personeel verschilden qua comfort en gemak nauwelijks van die van hun werkgevers. Een goederenlift was een andere noviteit, net als de enorme koelkast, de elektrische koffiemolen, de vuilstortkoker voor groenteafval en het doorgeefluik naar de eetkamer.
 

  • Huis Sonneveld. Exterieur en tuin. Architectuur door Brinkman en Van der Vlugt Foto: Johannes Schwartz
    Exterieur en tuin. Architectuur door Brinkman en Van der Vlugt - Huis Sonneveld
  • Huis Sonneveld. Eetkamer Foto: Johannes Schwartz
    Eetkamer - Huis Sonneveld
  • Huis Sonneveld. Woonkamer Foto: Johannes Schwartz
    Woonkamer - Huis Sonneveld
  • Huis Sonneveld. Keuken Foto: Johannes Schwartz
    Keuken - Huis Sonneveld
  • Huis Sonneveld. Ouderslaapkamer Foto: Johannes Schwartz
    Ouderslaapkamer - Huis Sonneveld
  • Slaapkamer oudste dochter - Huis Sonneveld Foto: Johannes Schwartz
    Slaapkamer oudste dochter - Huis Sonneveld
  • Slaapkamer jongste dochter - Huis Sonneveld Foto: Johannes Schwartz
    Slaapkamer jongste dochter - Huis Sonneveld
  • Huis Sonneveld. Badkamer Foto: Johannes Schwartz
    Badkamer - Huis Sonneveld
  • Huis Sonneveld. Huis Sonneveld Dienkamer Foto: Johannes Schwartz
    Dienkamer - Huis Sonneveld


Allemaal praktische ideeën, die Albertus Sonneveld meebracht van zijn zakenreizen naar Amerika en vervolgens in zijn nieuwe huis in Rotterdam liet verwerken. Dat was begin jaren dertig zeer ongebruikelijk. Architect Leendert van der Vlugt (Brinkman & Van der Vlugt) kreeg de opdracht om deze wensen te realiseren. Ook het kleur- en stofontwerp van pastelgeel, chocoladebruin tot mintgroen werd in overleg met de familie uitgevoerd. Als basis diende het stalenboek van De Stijl-kunstenaar Bart van der Leck. Brinkman & Van der Vlugt ontwierpen een totaalconcept waarbij architectuur en interieur zorgvuldig op elkaar waren afgestemd. Het resultaat was Huis Sonneveld, een van de witte villa’s aan de rand van het Rotterdamse Museumpark die volgens dezelfde principes zijn ontworpen als de meesterhuizen in Dessau. Hun geometrische vormen en platte daken waren een voorbeeld voor het moderne wonen. En dat zijn ze vandaag de dag nog steeds.

Voor de inrichting was W.H. Gispen verantwoordelijk, die zich als innovatief architect en industrieel ontwerper liet inspireren door zowel De Stijl als het Bauhaus. De voorvechter van de strakke vormgeving had al naam gemaakt met de inrichting van de Van Nellefabriek. Bijna alle meubelen en lampen voor Huis Sonneveld waren afkomstig uit de Gispen-catalogus, waarin een keur aan kant-en-klare meubelen was opgenomen. De oranjekleurige chromen stoelen voor de bibliotheek zijn echter speciaal ontworpen naar de wensen van het gezin. Stalen meubilair was al te vinden in ziekenhuizen en kantoren, maar in privéwoningen was dat tot dan toe niet het geval. Met Albertus Sonneveld keerde de trend. Als een van de directeuren van de Van Nellefabriek, eveneens een mijlpaal in de avant-gardistische architectuur, introduceerde hij het ‘Nieuwe Bouwen’ ook in de privésfeer.

Vandaag de dag is Huis Sonneveld, dat na een grondige restauratie eind jaren negentig weer in de staat is gebracht zoals het in 1933 werd opgeleverd, een van de best bewaard gebleven woonhuizen in deze stijl en een prachtig voorbeeld van het Nederlandse functionalisme. Sober en functioneel moest het zijn volgens het motto ‘vorm volgt functie’, dat ook door het Bauhaus werd gepropageerd. Enkele van de meubelstukken uit de nalatenschap van de familie hebben dan ook een directe relatie met het Bauhaus. De tuinstoel bijvoorbeeld, waarvan het stalen buizenframe met gevlochten pitriet bijeen werd gehouden, kwam uit de pen van Erich Dieckmann, een van de belangrijkste meubelontwerpers van het Bauhaus. Net als ‘Jungmeister’ Marcel Breuer experimenteerde Dieckmann met stalen buizen, maar hij was vooral bekend om zijn gestandaardiseerde houten meubilair. Een klein bureau van de vrouw des huizes Gesine Sonneveld, dat Bruno Weil ontwierp voor de beroemde Duitse meubelfabriek Thonet, siert de zitkamer van het huis. Bij zijn ontwerpen liet Weil zich inspireren door de ultramoderne stalen meubelen die de Hongaar Breuer voor Thonet had ontworpen. De Bauhaus-vormgever werkte vanaf 1929 voor het Duitse bedrijf nadat Thonet de door hem ontworpen standaardmeubelen in productie had genomen. Breuers grootste medestander bij het Bauhaus in Dessau was Mart Stam, die de achterpootloze stalen buisstoel uitvond, die later door Mies van der Rohe tot de ‘vrij-zwevende’ stoel werd doorontwikkeld. Als gastdocent gaf de Nederlander in het wintersemester 1928/1929 het vak stedenbouw. Behalve Stam gaven nog tien andere Nederlanders les in dit ‘laboratorium van het modernisme’. Na de sluiting van het Bauhaus in 1933 keerden ze samen met politiek vervolgden terug naar Nederland om in zelfstandige architectuur- en ontwerpbureaus of, zoals Stam, in het onderwijs te werken. Hoewel de invloed van het Bauhaus in de loop der tijd afnam, bleef deze zichtbaar in bepaalde ontwerpen en lesmethoden. Tot 1969 werden er nog meubelen van de tweede generatie leerlingen verkocht, bijvoorbeeld bij De Bijenkorf. De nieuwbouw (1956) van de Rotterdamse vestiging van dit mondaine warenhuis werd overigens door de voormalige Bauhaus-leraar Marcel Breuer ontworpen.
 

Meer foto’s van Huis Sonneveld, dat wordt beheerd door Het Nieuwe Instituut, zijn te vinden op https://www.huissonneveld.nl/. Een combitour naar de “parels van het Nieuwe Bouwen” (Huis Sonneveld, Chabot Museum en een rondleiding door de Van Nellefabriek) kan ieder weekend t/m 1 september worden geboekt. Een pendelbus tussen het Museumpark en de Van Nellefabriek is daarbij inbegrepen. Prijs: 20 euro. Meer informatie via de ticketshop van het Chabot Museum.