Kinder- en jeugdfilmprijs van het Goethe-Institut 2019 Heel dichtbij

Schrijfster van het draaiboek Susanne Finken met de twee hoofdrolspelers Yoran Leicher en Sobhi Awad
Schrijfster van het draaiboek Susanne Finken met de twee hoofdrolspelers Yoran Leicher en Sobhi Awad | Foto: Filmfestival Schlingel

De Duits-Nederlandse productie ‚Te ver weg‘ van Sarah Winkenstette won dit jaar bij het 24e internationale filmfestival voor kinderen en jong publiek in Chemnitz de kinder- en jeugdfilmprijs. Het Goethe-Institut reikt die prijs al enkele jaren uit in het kader van het Schlingel-festival.
 

ONGELIJKE VRIENDSCHAP
 

Alles wat Ben, net twaalf, lief en dierbaar is, raakt hij in één klap definitief en onherroepelijk kwijt. Zijn geboortedorp in Noordrijn-Westfalen moet wijken voor een bruinkoolmijn en dus ook het voetbalpleintje, dat voor hem onlosmakelijk met zijn sportieve successen is verbonden. Bens vrienden, die na de gedwongen verhuizing overal naartoe zijn uitgezwermd, zijn plotseling ‘te ver weg’. Het valt Ben zwaar om een nieuwe start te maken in een vreemde omgeving. Hij moet zich als fanatiek voetballer bewijzen in zijn nieuwe elftal, vooral als blijkt dat zijn nieuwe klasgenoot Tariq veel beter kan voetballen dan hij. Tariq is met zijn spoorloos verdwenen broer uit het door oorlog verwoeste Aleppo gevlucht. Ondanks hun gedeelde passie voor de sport duurt het een poosje voordat de twee heel verschillende jongens bevriend raken en elkaar hun intiemste gevoelens kunnen toevertrouwen. Eenmaal ‘bloedbroeders’ ontdekken ze dat ze behalve hun liefde voor voetbal veel meer gemeen hebben dan ze hadden gedacht.

Das Team von „Zu weit weg“ während der Preisverleihung Das Team von „Zu weit weg“ während der Preisverleihung | Foto: Filmfestival Schlingel

Goed ingeleefd EN gelaagd

In zijn motivatie prees de jury het ‘goed ingeleefde spel’ van de twee hoofdrolspelers, Yoran Leichner en Sobhi Awad, die tijdens de opnames pas acht maanden in Duitsland woonde. Ook was men vol lof over de ‘gelaagde dialogen’ en de ‘gevoelige benadering van een complexe situatie waarin de ontwortelde hoofdpersonen een nieuw thuis proberen te vinden’. Inderdaad lukt het de regisseuse en schrijfster van het draaiboek Susanne Finken een jong publiek vanaf ongeveer tien jaar op unieke wijze duidelijk te maken wat het betekent om alles te verliezen en je plek te moeten vinden in een vreemd land. Dat doet ze spannend en onderhoudend, zonder het vluchtelingendrama centraal te stellen. De jongens blijken dezelfde behoeften te hebben en worstelen allebei met verlies. Daardoor, maar vooral door de sport als integratiebevorderende factor, krijgen ze meer begrip voor elkaar en kunnen ze zich beter inleven in de ander. Dat gebeurt niet heel expliciet of op een pedagogische manier, maar vanuit de belevingswereld van de twee hoofdrolspelers.
 

verlies en een nieuw begin

Een van de belangrijkste redenen dat jong en oud zich goed in de situatie van de jongens kunnen inleven, is de symbolische en expressieve kracht van de beelden in de film. Enorme graafmachines doorploegen het landschap tot aan de horizon en de documentaire-achtige opnames tonen de afbraak van een huis in het verlaten dorp voor de ogen van de twee kinderen. In de film worden de roofbouw op de natuur en het verlies van het geboortedorp vergeleken met het door bommen verwoeste Aleppo in Syrië. Daardoor springen niet alleen de parallellen, maar ook de verschillen tussen de twee plaatsen in het oog. Juist omdat de concrete achtergronden en oorzaken van de door mensen aangerichte verwoestingen achterwege blijven, vertelt de film een universeel verhaal over vriendschap en opnieuw beginnen, dat overal ter wereld te begrijpen is.