Niederlande
Auke Nok

Mijn land is een voetbalveld

Nichts ist dem niederländischen Fußballer heiliger als schnörkellose Spielzüge – und der Rasen, auf dem er spielt. Auke Kok über die Kunst der wirksamen Einfachheit.

Iedere passagier die op het punt staat te landen op luchthaven Schiphol zal het beamen: links en rechts, overal ziet hij of zij voetbalvelden. Een mozaïek van rechthoeken vult het raampje en de reiziger denkt: sportieve mensen, die Hollanders. Nader onderzoek zal uitwijzen dat er op al die velden aardappelen worden verbouwd, dat er bloemen worden gekweekt en bloemkolen hun ronde kopjes boven de grond uitsteken. Dan nog zijn het voetbalvelden in de ruimere zin van het woord, of anders wel voetbalvelden in spe.
 
We zullen zeggen: die groentekweker doet het goed, hij runt een terrein van twintig voetbalvelden. In mijn vlakke land van rechte kanalen weet iedereen hoe groot dat ongeveer is. Een vergelijkbare aanduiding als ‘ruim dertien hectare’ is veel te abstract. Zelfs mijn vrouw, die alleen met me mee kijkt naar voetbal als het Nederlands elftal weer eens op het punt staat een finale te verliezen, kent de omvang van een voetbalveld. We denken ook altijd dat onze velden de beste zijn van de hele wereld. We winnen dan wel nooit iets — alleen bij stom toeval in 1988 — maar gras laten groeien kunnen we als geen ander. Onze zaadjes vliegen de globe over als missionarissen vroeger in Afrika: constant bereid het heilzame werk van de Goede Hollanders te verspreiden onder de onwetenden.
 
Grasveldkwekers mogen bij ons op gunstige publiciteit rekenen: trots lees ik al die verhalen over het ontstaan van nog sterkere rassen die in nog verder afgelegen gebieden tussen de rotsen en het zand de aanleg van rimpelloze groene vlakten mogelijk maken.
Het oud-Hollandse gezegde ‘ergens geen gras over laten groeien’ gaat er geheel terecht vanuit dat Nederland ooit één groot voetbalveld zal zijn. Wil je iets anders doen dan voetballen, dan zul je snel moeten zijn, anders groeit het gras eroverheen.
 
Manmoedig veroverden wij ons land op de zee om te kunnen voetballen op kunstmatig en kaarsrecht land. Door de polders rennen wij met alleen de wind als hindernis. Je ziet het terug in onze voetbalcultuur. Als een ware Nederlander haat ik sierlijke acties die tot niet niets leiden. Bijna erotisch opgewonden raak ik van een recht passje dat een vijandelijke verdediging in tweeën splijt. Creativiteit verpakt in doeltreffende eenvoud: daar gaat niets boven. Spugend van verontwaardiging val ik achterover wanneer een vleugelaanvaller een verdediger probeert te passeren terwijl hij de bal eenvoudig naar een vooruit gesnelde medespeler kon afspelen.
 
Het effectief benutten van de beperkte ruimte: dan zijn we thuis. Onze heldencoaches Rinus Michels, Johan Cruijff en Louis van Gaal konden en kunnen daar eindeloos over redevoeren. Een van Cruijffs mooiste uitspraken is: ‘Voetballen is simpel. Het moeilijkste wat er echter is, is simpel voetballen.’ Alleen hij die in staat is eenvoudige oplossingen te bedenken voor ingewikkelde problemen, krijgt een standbeeld. Juist daarom hielden wij zo van Onze Johan (1947-2016), de onnavolgbare ingewikkelde prater die de schijnbare eenvoud van het ‘één keer raken’ predikte. God hebbe zijn ziel.
Eén keer raken: de kortste weg van A naar B. Wij kweken bloemen en drijven handel. Voetbal is voor ons net logistiek.