Schottland
Alan Bissett

Maar een spel

Wenn sich die Glasgower Erzrivalen Rangers und Celtic begegnen, heißt das Krieg. Der Schotte Alan Bissett, dessen Anhängerschaft Freundschaften kostete, hat dabei eines gelernt: Es ist doch nur ein Spiel!

Voetbal kwam heel plotseling in mijn leven. Het was 1986 en ik was tien. Het gebeurde volkomen onverwacht en daarna dacht ik minstens vijf jaar lang bijna iedere seconde dat ik niet sliep en ook heel vaak in mijn dromen aan voetbal. Tot die tijd was ik in de ban geweest van tv-series, teken- en speelfilms en stripboeken – Knight Rider, Transformers, Ghostbusters, Spiderman– typische jongensdingen.
 
Maar toen drong voetbal mijn leven binnen – met zijn ruwheid en ordeloosheid, zijn wirwar van knieën en ellebogen. Het was iets volwasseners en hoekigers, iets waar de geur van zweet en modder omheen hing, iets wat mij het volle spectrum van emoties liet voelen – van euforie tot wanhoop – en dat allemaal binnen negentig minuten. Zoiets maakt diepe indruk op een jongen van tien.
 
Tot die tijd was voetbal voor mij iets vaags op de zondagmiddag op tv geweest. Dat veranderde toen in april 1986 werd bekendgemaakt dat Graeme Sounes – de internationaal bekende Schot die als aanvoerder van Liverpool zijn team in de Europacup tot grote triomfen had geleid en die in de Italiaanse liga had gespeeld – als trainer van de Glasgow Rangers was aangesteld. Ineens kreeg de naam Rangers een bijzondere glans, die – via vaders en ooms die hun zoons uitlegden hoe belangrijk deze gebeurtenis was – uiteindelijk ook op de speelplaats merkbaar was. De jongens in mijn klas gloeiden van opwinding. Zij waren mijn vrienden en ik wilde erbij horen.
 
De Rangers waren nu officieel het belangrijkste in ons leven geworden. Ze begonnen aan een zegetocht en wij volgden hen: van de ene beker naar de andere, van de ene overwinning naar de andere. Zo werden de Rangers de belangrijkste club in de Schotse voetbalwereld. Mijn moeder waarschuwde: ‘Het is maar een spel.’
 
Ze begreep er niets van.
 
Maar in de loop van de jaren werd ik me bewust van een giftige bijwerking van deze nieuwe verslavende drug. Rangersfan zijn betekende dat je aartsrivaal Celtic moest – en moet – haten. De ‘Old Firm’, zoals de beide Glasgowse clubs samen worden genoemd, gaat gebukt onder meer dan honderd jaar religieuze en politieke ballast, wat de rivaliteit tussen beide teams maar al te echt en serieus maakt.
 
Hier kwam ik heel langzaam achter, met name door de wrijving die ontstond tussen mij en een van mijn beste vrienden die op een katholieke school zat. Zodra we over voetbal praatten – en dat gebeurde heel vaak – bleek hoe verschillend we dachten. Hij werd dan katholiek – ik protestants. We hoorden bij verschillende kampen. Hij zei: ‘Leve de IRA!’en ik zei: ‘Fuck de paus! ’Hij noemde mij een orangistische klootzak. Ik schold hem uit voor kut-Fenian.
 
De spanning tussen ons nam heel langzaam toe, als in slowmotion… honderden voetbalwedstrijden lang, totdat we ten slotte geen vrienden meer waren.
 
Toen ik achttien was, ging ik naar de universiteit en ineens werden films, muziek, boeken en meisjes veel aantrekkelijker en die maakten me een stuk minder achterdochtig dan ik als Rangersfan was.
 
Maar laten we de context niet vergeten: op dagen dat de ‘Old Firm’ van Rangers en Celtic tegen elkaar spelen, wordt de politie in de hoogste staat van paraatheid gebracht. Organisaties die slachtoffers van huiselijk geweld opvangen, melden dat er op die dagen meer vrouwen worden mishandeld.
 
Ik beschouw mezelf nog altijd als Rangersfan in de breedste zin van het woord. Ik heb een paar prachtige herinneringen aan de Rangers en ik wil nog steeds dat ze winnen, maar mijn moeder heeft altijd gelijk gehad: het is maar een spel.
 
Het ís maar een spel.