Deutschland
Falko Hennig

In het gras bijten

Fußball ist in Deutschland kein Kinderspiel. Das findet zumindest Autor Falko Hennig, der nicht nur seine Leidenschaft für den Ballsport mit seiner Mutter teilt, sondern auch dessen gesundheitliche Konsequenzen.

De laatste tijd zit ik me vaak af te vragen wat voetbal voor mij betekent, omdat ik al een paar maanden niet meer kan spelen. Ik heb te veel pijn aan mijn lies. In het begin probeerde ik het nog wel, maar elke keer dat ik in beweging kwam, voelde het alsof ik dolksteken in mijn lies kreeg. En als ik sprintte, werd het nog erger. Al snel ging het helemaal niet meer – en dat terwijl ik vroeger echt snel was.
 
‘Is het iets bijzonders of gewoon je leeftijd?’ vroeg mijn sportvriend Martin Küchler. Waarschijnlijk is het het laatste. Ik ben vijftig, veel voetballers zijn niet eens zo oud geworden, maar hebben al eerder in het gras gebeten. Gregory Mertens uit België, de Schot Phil O'Donnell, de Spanjaard Antonio Puerta.
 
De afgelopen jaren voetbalde ik vijf keer per week, gewoon omdat het veel leuker is dan hardlopen, omdat het me goed deed, omdat ik wist dat het goed was, beweging in de frisse lucht. En nu is het voorbij.
 
Ik dacht eerst nog dat het spierpijn was, maar het werd niet beter. Ik liep bij zes specialisten, die ik allemaal over mijn buitensporige voetballerij en mijn pijn vertelde. Je hoeft maar even te googelen om te weten wat het is:een voetballerslies. Dus heb ik zelfs gevraagd of dat het ook kon zijn, een voetballerslies. Maar nee, dat was uitgesloten. Waarop de zevende specialist zei: ‘Ik hoef er niet eens naar te kijken. Je hebt een voetballerslies!’ Mijn vertrouwen in de Duitse gezondheidszorg is er niet groter op geworden. Maar goed, fietsen lukt nog, dus als het zo blijft, moet ik maar op fietspolo.
 
Ik heb veel met het Duitse voetbal, al was het maar door mijn ouders. Mijn moeder bijvoorbeeld, heeft tot ver in de zeventig nog elke week gespeeld.De afgelopen jaren heb ik nog zo nu en dan een balletje met haar getrapt. Bij een WK voor schrijvers- in Zweden was ze als enige Duitse fan op haar vouwfiets meegereisd – en toen vergat de trainer me te laten invallen! Inmiddels heeft mijn moeder wegens haar kunstheupen een voetbalverbod opgelegd gekregen en ze houdt zich er nog aan ook. Skiën doet ze nog wel, stiekem, want dat mag ze ook niet
 
Andere landen schreeuwen minder op het veld, ze lijken meer plezier in het spelletje te hebben dan wij Duitsers. Na een wedstrijd zingen ze, en kennen dan allemaal tekst en melodie. De Zweden nemen bij hun warming up altijd een borreltje.
 
Zelf ben ik vooral een expert in straatvoetbal, dat heb ik veel gedaan met collega-schrijver Wolfgang Herrndorf. Ik geloof dat hij me als schrijver niet erg hoog heeft zitten, maar na een kopgoal in de Bergstraße, hier in Berlijn, verafgoodde hij me. In 2103 heeft hij zich een kogel door zijn hoofd geschoten. Ik sta twee keer per week met kunsthistoricus Horst Bredekamp langs de lijn. Hij is een jaar of zeventig en ik kan hem nooit volgen als hij het over iets anders heeft dan voetbal. Maar zijn mopperige aanwijzingen op het veld zijn glashelder. ‘Achterom! Waarom spelen jullie niet achterom?’ Dat houden we erin!