Deutschland
Nils Straatmann

Tussen Tenever en Tampere…

… en tussen Spanje en Engeland, Belo Horizonte en Kuna Yala. Nils Straatmann schrijft over cultuur en voetbalcultuur – en over hun wederzijdse invloed.

In mijn jonge jaren kende iedereen bij ons in Bremen één naam: Gael.

Gael was een jong talent uit Tenever, Bremen, die op lijstjes stond van alle belangrijke scouts. Hertha BSC en Wolfsburg zouden achter hem aan zitten, en er gingen zelfs verhalen over Manchester United. Tenever was indertijd een achterstandswijk. Gael had op straat geleerd voor niemand respect te hebben. Hij schreeuwde op het veld en was agressief en snel. Borst vooruit en neus in de wind – Gael was trots. De bal was van hem en niemand mocht eraan komen. Een keer toen hij met een slecht rapport was thuisgekomen, had zijn moeder zijn voetbalschoenen afgepakt en ze in de kamer aan de muur gespijkerd. Gael rukte ze van de muur, en speelde vanaf dat moment met gaten in zijn zolen.

Zijn onverzettelijkheid bracht hem ver op het voetbalveld, maar zou hem uiteindelijk zijn carrière bij Werder Bremen kosten.

Voetbal heeft veel met talent te maken. Maar hoe iemands spel zich ontwikkelt, hangt ook altijd van zijn omgeving af. We kennen allemaal het jogo bonito, het ‘mooie spel’ van de Brazilianen, dat is ontstaan in de smalle, harde steegjes van de favelas. Zoals Brazilië in haar voortdurende streven naar vooruitgang altijd het land van de toekomst blijft, zo is haar voetbal ook volledig gericht op de aanval, de jacht naar het eerstvolgende snelle succes. Vergelijk dat eens met het kick and rush van de Engelsen, het Spaanse tiki-taka, het Italiaanse catenaccio en het gedisciplineerde spel van de German panzers. Met hun ijzeren drilsergeants die hun soldaten voortjagen en niets om schoonheid geven en alles om de overwinning.

Natuurlijk zijn dat allemaal maar vooroordelen, vaak compleet achterhaald, of zelfs nergens op gebaseerd. Maar toch moet je niet onderschatten hoeveel invloed een cultuur op het voetbal kan hebben. Mijn meest indrukwekkende ervaring wat dit betreft heb ik opgedaan bij een Indianenstam aan de oostkust van Panama.

De Kuna-indianen leven op San Blas, een archipel waarvan de afzonderlijke eilanden amper groter zijn dan twee of drie voetbalvelden. Door het ruimtegebrek is het voetbal hier volledig op korte passes gebaseerd. Men speelt geduldig rond en betrekt elkaar voortdurend bij het spel, teams bewegen als één geheel over het veld, zonder energie te verspelen. Spelers hebben meer oog voor elkaar dan voor hun eigen acties. Net als het leven op San Blas is het voetbal op de eilanden gebaseerd op hechte verwevenheid. De Kuna spelen de bal net zo lang rond tot ze een gaatje gevonden hebben – en weten zo bijna elke kans in een goal om te zetten.
 
Twee jaar later was ik in Belo Horizonte, waar Brazilië het in de halve finale van het WK van 2014 op tragische wijze aflegde tegen Duitsland. Als een neergestorte ster lag het stadion in het landschap, op de steunbalken van een van de ringen zaten twee adelaars de spot te drijven met het stadion, leek het wel. De Mineiraço, de onverklaarbare 7-1 nederlaag van de Brazilianen, is inmiddels een gevleugelde uitdrukking geworden voor alle ellende die je als Braziliaan maar kan overkomen.

Des te verbazingwekkender was het hóé Duitsland Brazilië versloeg. In Belo Horizonte stond geen drilsergeant langs het veld. Die Mannschaft speelde weliswaar gedisciplineerd en georganiseerd, maar er zaten ook creativiteit, spelplezier en zelfs humor in het Duitse spel. Dit keer droeg het Duitse team geen Duitse voetbalcultuur uit. Het was een team vol spelers met een niet-Duitse achtergrond dat erin was geslaagd allerlei verschillende speltypes te integreren en effectief in te zetten. Net zoiets als Frankrijk had gedaan op het WK van 1998.
Zo bezien is België de grote kanshebber van het EK van 2016. Het Belgische team is er als geen ander in geslaagd uit Vlamingen en Walen, moslims en christenen en blanke en gekleurde spelers een eenheid te smeden, die haar kracht put uit verscheidenheid en creativiteit.

Het meest succesvolle voetbal wordt daar gespeeld waar oude concepten worden losgelaten en speltypes van dat moment op een zinvolle en positieve manier ingezet. Het beste nationale team weet alle culturen in een land te integreren. Daar kunnen we iets van leren. Want zoals een cultuur het voetbal beïnvloedt, zo kan ook voetbal een cultuur beïnvloeden.
 
Vanuit dat idee wens ik u veel plezier bij het lezen van de teksten uit het project ‘Schrijvers aan de bal’, waarin elf auteurs uit negen verschillende landen op hun eigen voetbalcultuur reflecteren.
 
Gael speelt op het moment overigens in Tampere. Na tussenstops in Indonesië, India en Estland is hij in de derde Finse divisie tot rust gekomen. Hij studeert, heeft twee kinderen en een sauna in zijn huis. De schoenen met de gaten in de zolen heeft hij nog altijd aan de muur hangen.