Brasilien
Rogério Pereira

Avocado’s zijn groen, zeggen ze

Bolzen in Gummilatschen, in handbemalten Lumpen und selbstgenähten Turnhosen: In Brasilien braucht es keinen Luxus, um den schönsten Sport der Welt zu betreiben.

Het waren niet onze vrienden, maar we konden niet zonder ze. We gingen in draf naar het kleine trapveldje achter de houten kerk. We speelden niet altijd tegen deze meedogenloze tegenstanders. We waren bang voor de voortdurende hoon die ons de hele week op onze schreden zou volgen als een schaduw, zelfs tot op school. De spot van andere kinderen is als een wijd opengesperde hellepoort. Maar we waren optimistisch. En bijna altijd verloren we. Overwinningen kan ik me niet herinneren. Misschien dat we een of twee keer gelijkspeelden. Verder kenden we alleen nederlagen in het onbarmhartige aangezicht Gods.

We hadden al flink wat schrammen opgelopen, maar ons team had een welluidende naam: San Remo. Die had ik eens op de gevel zien staan van een kledingwinkel in het centrum van Curitiba - waar je overigens alleen dikke, lelijke hoeren op straat ziet. San Remo had geen eigen teamshirts. Voetbalschoenen kenden we niet, we konden het woord niet eens spellen. Onwetendheid is een steen die je tegen de hellepoort slingert om te zien of je hem open krijgt.

Ik weet niet meer wie er op het idee was gekomen deze gevreesde tegenstander de Avocado’s te noemen. Zelf kan ik me er in ieder geval niet op beroemen, want ik ben kleurenblind. Maar de aanleiding was simpel: de shirts van de Avocado’s (jazeker, zij hadden wel shirts, met rugnummers zelfs) waren groen. Op het veld kwamen ze allerminst als acht avocado’s op me over (twee maal elf spelers pasten er niet op het braakliggende stukje grond tussen straat en kerk).

Na een eindeloze reeks nederlagen had ik besloten dat we voor de wedstrijd tegen de Avocado’s ook een eigen shirt moesten hebben. Een echt San Remo-shirt, een bespottelijk harnas tegen de lansen van onze tegenstanders. Maar ik wilde met mijn kippenborst, waarop je elke rib kon tellen, niet langer zonder shirt spelen. Ik wilde me niet langer laten pijnigen door de wind en de vijandelijke ballen. Ik zei tegen mijn teamgenoten (jongens tussen de negen en twaalf jaar) dat ze allemaal een wit shirt moesten regelen. Het leverde een berg lompen op, uitgelubberde kindershirts, waarop we met verf rugnummers schilderden. Mijn broer hielp me. Benijdenswaardige ontwerpers waren we. Mijn broer was onze keeper, dus die kreeg een zwart shirt met een oranje, stralende 1 erop. De nummers werden allesbehalve uniform; op elk shirt stond een nummer in een ander formaat. We droegen de last van onwetendheid op onze rug. Onze trainingsbroeken waren van polyester, door onze moeders in elkaar geflanst op oude Singernaaimachines.

Aan onze voeten hadden we conga’s, kichutes, stoffen turnschoenen, of plastic slippers. En sommigen speelden op blote voeten. Op slippers voetballen is wel grappig: na een goed schot vliegt niet alleen de bal door de lucht, maar gaat de slipper er in eenzelfde boog achteraan. Een legertje armzalige zielen waren we, bedelaars die op een wonder hoopten. Maar God en de pastoor kozen vurig voor onze tegenstanders.

We verloren de wedstrijd, maar hoefden ons niet te schamen voor onze nederlaag. Het verschil was maar één of twee doelpunten. We hadden gevochten als leeuwen op de première van onze eigen shirts. Maar we waren nu eenmaal niet gemaakt om te winnen; we waren bestemd om te verliezen. In onze lompen gingen we terug naar huis, onze oranje rugnummers dropen van onze rug.

Ik kom nog wel eens langs het slagveld. De oude kerk heeft plaatsgemaakt voor een nieuw godshuis, waarvan de toren Petrus bijna over zijn baard kan aaien. De pastoor is dood, die zit nu rechts naast God de Almachtige Vader. Op het trapveldje is een saai appartementencomplex verrezen. De Avocado’s bestaan niet meer, en ons team ook niet. De San Remo-winkel is gesloten. Ik ben nooit meer een teamgenoot tegengekomen. Mijn moeder is dood, haar oude Singer ligt op een naaimachinekerkhof. En ik weet nog steeds niet zeker of avocado’s nou echt groen zijn.