Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

De Bauhaus-Hype in het jubileumjaar
‚Geen onkritische lof, maar een beter begrip van het Bauhaus hebben we nodig‘

Bezoekster in het Bauhaus-Museum in Tel-Aviv, Israël.
Bezoekster in het Bauhaus-Museum in Tel-Aviv, Israël. | Foto (fragment): © picture-alliance/dpa/Sara Lemel

De architectuurexpert Arne Winkelmann uit Frankfurt am Main pleit voor een sterkere inhoudelijke dialoog met de kunstrichting Bauhaus. Een interview.

Meneer Winkelmann, als architect van opleiding en onderzoeker over het Bauhaus geeft u workshops en lezingen over deze kunstrichting van de Weimar Republiek. Heeft Duitsland in dit jubileumjaar al die feestelijkheden wel nodig om aan het Bauhaus herinnerd te worden?

Als herinnering heeft Duitsland dat zeker niet nodig: het aanbod was altijd al ruim, het onderzoek uitgebreid, de bibliotheken zijn vol met materiaal. Het Bauhaus moet je vandaag de dag nauwelijks nog iemand uitleggen, het is een gevestigde waarde. En toch merk ik net tijdens mijn workshops met scholieren dat er opnieuw nood is aan informatie. Ze kennen misschien de Wagenfeld-lamp en het Bauhaus-gebouw, soms ook nog de Wassily-stoel, maar ze ervaren de stijl als onopgesmukt, saai en “niet mooi”. Dan leg ik hen uit dat het Bauhaus ook vandaag nog actueel is – al is het dan honderd jaar oud.

Architectuurhistoricus Arne Winkelmann Architectuurhistoricus Arne Winkelmann | Foto: © Arne Winkelmann Hoe argumenteert u dat tegenover jonge mensen?

Ik neem dikwijls het voorbeeld van een zitmeubel. Wanneer ik een stoel ontwerp, moet ik nadenken waartoe die zal dienen: hoe hoog en hoe groot moet het zitvlak zijn, hoe staat de hoek van de leuning? Drie parameters die de basisfunctie van een stoel uitmaken. Over de look of het materiaal gaat het pas in tweede instantie. Die werkwijze is nog steeds een geldige, zelfs een moderne designstrategie: eerst altijd volledig de functies van het object bevragen tot je bij de fundamentele opdrachtomschrijving komt, in plaats van te beginnen met een formeel ontwerpidee.

U geeft ook les over het Bauhaus aan docenten van kunstacademies. Kunnen die er nog iets nieuws over leren?

Zeker, want het interessante is dat veel in de kunstpedagogie net op het Bauhaus is gebaseerd. De elementaire opsplitsing in kleuren en vormen, de kleurenkring volgens Johannes Itten, de materiaalstudies, de artistieke frottage-techniek die in het kunstonderwijs dikwijls gebruikt wordt – dat werd allemaal aan het Bauhaus ontwikkeld en dat beseffen veel kunstdocenten niet.


Ondanks uw fascinatie voor deze kunstrichting zal u moeten inzien dat er ook een en ander scheefliep. Denken we bijvoorbeeld aan de architectuur van de jaren ’60 en ’70.

U verwijst naar de sociale woningbouw van die decennia – een non-architectuur van grote randwijken en hoogbouw. Dat was inderdaad de logische verderzetting van de sociale woningbouw van de jaren ’20. Destijds streefde die naar licht, lucht en zon voor de bewoners, naar een stedelijk landschap dat zou voldoen aan sociale, functionele en hygiënische vereisten. Op zich waren dat goed gemeende uitgangspunten.

Die dan uiteindelijk toch mislukten.

De fout was dat men de stedelijke samenhang te veel vernietigd heeft. In projecten als de Gropiusstadt in Berlijn of Neue Vahr in Bremen werd wonen en werken van elkaar losgekoppeld. Vervallen buurten en buurtschappen die sinds eeuwen gegroeid waren, werden als het ware in één klap weggeveegd. We moeten daar wel eerlijk aan toevoegen dat dit nauwelijks te verwijten valt aan de mensen van het Bauhaus zelf, maar aan hun erfgenamen.


Daardoor raakte het Bauhaus wel volledig in diskrediet.

Niet het Bauhaus, maar de moderne architectuur. Die grote nieuwe wijken hebben eerder het imago van de architectuur zelf voor lange tijd ondermijnd. Decennialang was hoogbouw in een stedelijke context bijna taboe, door de associatie met sociale problemen. Dat is nu weer langzaam aan het veranderen.


Wassily-stoel in de trappenhal van het Bauhaus in Dessau. Wassily-stoel in de trappenhal van het Bauhaus in Dessau. | Foto: © picture alliance/Bildarchiv Monheim Wat zijn volgens u de grootste verwezenlijkingen van het Bauhaus?

Drie wezenlijke punten: het Bauhaus bracht een nieuwe verzakelijkte vormtaal vanuit een visie op de functies van een object. Daarnaast bracht het Bauhaus ook een nieuwe pedagogie: studenten werden in inleidende cursussen als het ware ‘gereset’, ze moesten alles vergeten wat ze tot dan over kunst, vormgeving en stijl gezien en geleerd hadden. Die inleidende fase en de ambachtelijke opleiding waren de grote sterkte van het Bauhaus. Bovendien stond de opleiding open voor vrouwen, voor alle religies en alle nationaliteiten. Zodoende werd het Bauhaus een smeltkroes van heel creatieve geesten uit heel Europa, uit de hele wereld. Hopelijk zijn dat aspecten die in dit jubileumjaar niet ondergesneeuwd raken.

De huidige Bauhaus-hype zou u als Bauhaus-fan toch moeten verheugen.

Ik bekijk het eerder sceptisch. Er wordt vandaag al zoveel aandacht voor gevraagd, hopelijk raken mensen uiteindelijk niet oververzadigd. De eerste workshops en exposities zijn al gestart. Hoe zou er dan in 2019, het eigenlijke jubileumjaar, nog meer moeten komen? Ik kan me voorstellen dat mensen gaan zeggen: “Bauhaus? Dat kan ik niet meer horen!”.


Staat u mij toe u dan een vraag te stellen in uw hoedanigheid van curator, een functie die u elders ook vervult. Stel dat u het jubileumprogramma zou mogen samenstellen of veranderen, wat zou uw aanbod zijn? Waarvoor zou u aandacht willen vragen?

Voor mij zou het belangrijk zijn dat mensen het Bauhaus inhoudelijk begrijpen, hun werkwijze en hun oplossingen – eerder dan de Bauhaus-stijl onkritisch te bejubelen als klassieke canon.  De motieven waarom mensen aan het Bauhaus gingen studeren, zouden mij bijvoorbeeld ook interesseren. Vanwaar en waarom kwamen jonge mensen naar het Bauhaus en hoe hebben ze die ideeën nadien verder uitgedragen?

Een Bauhaus-diaspora reconstrueren?

Dat had ik wel spannend gevonden, ja. Een wereldwijde werkingsgeschiedenis van het Bauhaus. Over Tel Aviv, de “witte stad”, bestaat er al het een en ander, maar ook over het Bauhaus in Japan, China, V.S. of Turkije zou men zo meer te weten komen. Ook een overzicht over de onmiddellijke erfenis, zoals het New Bauhaus in Chicago of de Hochschule für Gestaltung in Ulm, zou spannend geweest zijn.


Het schilderij “Gelmeroda IX” van de Bauhaus-meester Lyonel Feininger toont de kerk in Gelmeroda, een dorpskerk in de omgeving van Weimar. Het schilderij “Gelmeroda IX” van de Bauhaus-meester Lyonel Feininger toont de kerk in Gelmeroda, een dorpskerk in de omgeving van Weimar. | Foto: © picture alliance/artcolor Wat is uw prognose: zal in de kunst of architectuur nog eens zo’n belangwekkende stroming opkomen?

De architectuur, vormgeving, kunst en design en hun opleidingen aan hogescholen zijn vandaag eigenlijk zeer vrij en ondogmatisch. Een revolutionaire act om zich van het academisme te bevrijden is dus niet meer nodig. Eigenlijk kan ik mij zonder een gelijkaardig ingrijpend politiek keerpunt, zoals destijds de overgang van het Keizerrijk naar de Weimar-democratie in 1919, geen dergelijke revolutionaire school voorstellen.
 

Arne Winkelmann is architectuurhistoricus uit Frankfurt am Main. Hij promoveerde in de architectuur en studeerde zowel aan de Bauhaus-Universiteit in Weimar als in Krakau. Hij is werkzaam als tentoonstellingscurator en publicist over thema’s als architectuur, fotografie en kunst.
 

Top