Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Bauhaus
Van voortrekkerswijk tot brandhaard - en terug

De wijk Gropiusstadt in Berlijn geldt als de moeder van alle satellietsteden. De architect Walter Gropius had zich de ontwikkeling van die wijk echter heel anders voorgesteld.

Het ongeveer vier vierkante meter grote balkon is door Norbert en Barbara Kukler veranderd in een gezellige kleine tuin. Planten bedekken elke vrije centimeter, comfortabele tuinstoelen worden in de schaduw gehouden door een witte parasol. Een idylle op de zesde verdieping van een appartementsblok in een beruchte Berlijnse wijk: Gropiusstadt. Hier op deze plek kan je de vooroordelen over deze eind jaren 60 gebouwde wijk aan de zuidelijke rand van de Duitse hoofdstad moeilijk begrijpen. Vanaf het balkon kijk je op de weidse landelijke omgeving. Direct achter een kleine spoorlijn liep tot 1989 de Muur, die Oost- en West-Berlijn van elkaar scheidde. “Het knalde altijd enorm wanneer er weer een ree of een konijntje op een mijn liep”, herinnert zich Norbert de hoogdagen van de Koude Oorlog. Vandaag de dag hebben de bewoners van deze wijk de natuur direct voor hun huisdeur, zonder muur en prikkeldraad.
 
Oorspronkelijk waren de huizen slechts maximaal vijf verdiepingen hoog gepland, maar ze groeiden letterlijk boven zichzelf uit. Oorspronkelijk waren de huizen slechts maximaal vijf verdiepingen hoog gepland, maar ze groeiden letterlijk boven zichzelf uit. | Foto: © Wolfgang Muhlke Zo ongeveer moet de in 1883 geboren architect Walter Gropius zich het leven voorgesteld hebben in deze randwijk, die naar hem genoemd werd. Steden moesten hun bewoners licht, lucht en zon bieden, geen enge straatjes en binnenplaatsen van huurkazernes zoals die begin van de 20ste eeuw overal gebouwd werden. Hij werd geboren in Berlijn, maar verwierf zijn reputatie als visionaire bouwmeester toen hij in 1919 in Weimar het Bauhaus oprichtte, een school en experimenteerplek voor kunstenaars, designers en architecten. Zij wilden gebouwen en gebruiksvoorwerpen ontwerpen die eenvoudig en functioneel waren – mooi wonen moest voor iedereen betaalbaar worden. Glas, staal en beton waren hun handelsmerk – zo ook in Gropiusstadt. Het Bauhaus was echter een doorn in het oog van de nationaalsocialisten en in 1933 moest de school sluiten. Gropius emigreerde eerst naar Londen, later naar de V.S., waar hij aan Harvard ging onderwijzen en in de jaren 50 onder meer het Pan-Am gebouw in New York mee ontwierp. Vóór zijn overlijden in 1969 stelde hij ontgoocheld vast: “Onze steden worden almaar lelijker.”

GROPIUS VERLOOR SNEL ELKE INVLOED OP DE PLANNING

De geschiedenis van Gropiusstadt past in deze biografische schets. In het door de DDR ingesloten West-Berlijn was moderne woonruimte krap en de Berlijnse senaat gaf daarom in 1959 aan Gropius de opdracht om een satellietstad te plannen. Oorspronkelijk waren er 16.400 woningen voorzien in gebouwen van maximaal vijf verdiepingen hoog. Tussen de gebouwen voorzag Gropius uitgebreide groene ruimtes; centrale infrastructuurinrichtingen waren gepland langs de spoorlijn naar het stadscentrum. Uiteindelijk bleef van die plannen echter weinig over.

Door de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 verscherpte de woningnood nog, wat de stad aanzette tot een compactere bebouwing van de wijk. De verantwoordelijkheid verschoof naar de architect Wils Ebert die in Duitsland belast werd met de plannen; Gropius kon vanuit het verre Amerika amper nog invloed uitoefenen. Nu zouden 19.000 woningen gebouwd worden voor 50.000 mensen. Dat had tot gevolg dat de oorspronkelijk geplande gebouwen van vijf verdiepingen duidelijk hoger moesten worden. Het woonhuis van de bouwvereniging Ideal – het zogenaamde “Ideal-huis” – is met 30 verdiepingen en 89 meter hoogte tot vandaag een van de hoogste woongebouwen in Duitsland. Gropius reageerde vol verontwaardiging op dit resultaat van de discussies.
 
De wijk biedt een thuisplek aan meer dan 50.000 mensen. De wijk biedt een thuisplek aan meer dan 50.000 mensen. | Foto: © Wolfgang Muhlke

TROOSTELOOSHEID TROEF

De inwijding van het laatste gebouw in 1975 maakte Gropius niet meer mee. In die tijd waren de gebreken van de wijk al lang duidelijk. De bouw werd destijds gefinancierd door het programma van sociale woningbouw en de goedkope woningen mochten enkel verhuurd worden aan wie een attest van rechthebbende had. Daarbij maakte de Berlijnse politiek een ernstige fout: gezinnen die zich financieel omhoog werkten, kregen een aanzienlijke huuropslag. Zo vertrok de middenklasse meestal uit Gropiusstadt en de nieuwe huurders kwamen bijna allemaal uit de laagste inkomensklassen. Gropiusstadt werd tot symbool voor de problemen van veel randwijken, niet enkel in Duitsland. De troosteloosheid van de jaren 70 is voor altijd verbonden met de naam van Christiane F., die als dertienjarige verslaafd raakte aan heroïne en haar neergang schetste in haar roman Wir Kinder vom Bahnhof Zoo uit 1978 (Nederlandse vertaling: Christiane F. : verslag van een junkie) – tot vandaag de dag verplichte schoollectuur. Haar triestige verhaal begint in Gropiusstadt en eindigt als verslaafde prostituee aan het West-Berlijnse station Zoo.
 
De gevels zijn versierd met tegels die de bewoners zelf maakten. De gevels zijn versierd met tegels die de bewoners zelf maakten. | Foto (fragment): © Wolfgang Muhlke Het imago van verruwde, harde en hopeloze wijk raakt Gropiusstadt maar moeilijk kwijt – tot spijt van de woningbouwvereniging Degewo, die eigenaar is van het grootste deel van de wijk. “Christiane F. heeft de ervaring van alle randwijken samengebracht en aangescherpt”, zegt Annette Biernath, de wijkmanager van het stadsbedrijf. Degewo zet zich in voor een ander beeld: bij de inrichting van de groene ruimtes of van inkomhallen worden de bewoners gevraagd naar hun wensen; meer dan 5.000 scholieren hebben kleine tegeltjes met motieven beschilderd, die op de gevels werden aangebracht. Dat helpt tegen graffitigeknoei, wat je hier inderdaad weinig ziet. “De tegels blijven intact, worden niet vernield of beschilderd”, zegt Biernath verheugd.
 
Het gemeenschapshuis is het cultureel centrum van Gropiusstadt. Hier worden muziek-, film-, theater- en dansopvoeringen georganiseerd. Het gemeenschapshuis is het cultureel centrum van Gropiusstadt. Hier worden muziek-, film-, theater- en dansopvoeringen georganiseerd. | Foto: Wolfgang Muhlke

HET MOOIE ASPECT BLIJFT MEESTAL ONZICHTBAAR

Norbert en Barbara Kukler wonen hier al sinds 1978 en zijn blij met het goede onderhoud van de wijk door de eigenaar. Dat uit zich in veel kleinigheden. In het winkelcentrum aan de Wutzkiallee deelt bijvoorbeeld een medewerkster van Degewo zakjes met bloemzaadjes uit. “Wij willen hier niet weg”, zeggen ze. Je groet eens een buurvrouw hier, je kletst eens met iemand daar. In hun appartementsgebouw is de sociale mix ook nog in orde en de huur relatief goedkoop. Toch vormt de burgerlijke middenklasse nog lang niet opnieuw een stabiliserende factor in Gropiusstadt. De woningbouwvereniging organiseert zelfs opleidingen voor hun huurders met het oog op betere arbeidskansen. “Voor een goede mix van huurders heb je een goed opleidingsaanbod nodig”, zo verduidelijkt Biernath het eigenbelang van Degewo.
 
De wijk is gelegen in het zuiden van Neukölln en biedt een ideale verbinding met het centrum van Berlijn. De wijk is gelegen in het zuiden van Neukölln en biedt een ideale verbinding met het centrum van Berlijn. | Foto: © Wolfgang Muhlke Maar niet iedereen is tevreden. Peter Müller bijvoorbeeld – hij heet eigenlijk anders – zou liever vandaag dan morgen verhuizen. Zijn oma woonde hier al in de Fritz-Erler-Allee, een van de beide hoofdwegen van Gropiusstadt, maar toch werd de wijk nooit zijn thuis. In zijn gebouw overheerst de donkere kant van Gropiusstadt; rechtsextremisten beheersen het gebied. “Bij een 90-jarige buurvrouw die nog helder van geest is, hangt nog steeds een afbeelding van Hitler  aan de muur”, zegt Peter. Hij wil daarom ook liever niet zijn ware naam geven. Neonazi’s uit het naburige Rudow dringen in de buurt binnen. ’s Nachts gaat hij liever niet buiten – je weet nooit of er iets gebeurt.

Het is dit aspect dat in krantenkoppen telkens opnieuw bovendrijft. De helft van de ongeveer 25.000 bewoners heeft een migratieachtergrond. Arabische clans houden de politie permanent bezig. “Wanneer ik in Gropiusstadt iemands identiteitspapieren controleer, word ik direct omringd door tien tot vijftien jongeren”, klaagde een commissaris enkele jaren geleden. Het 264 hectare grote gebied hoort echter bij het probleemdistrict Neukölln, dat nog andere en moeilijkere buurten omvat, met zoveel uitkeringsgerechtigden als geen enkel ander gebied in Duitsland.
 
Meteen naast Gropiusstadt ligt de vrije natuur – en ook de luchthaven Schönfeld (in de toekomst BER) is niet ver weg. Meteen naast Gropiusstadt ligt de vrije natuur – en ook de luchthaven Schönfeld (in de toekomst BER) is niet ver weg. | Foto: © picture alliance/dpa De realiteit in Gropiusstadt is dus een heel stuk verwijderd van het idee van Walter Gropius over deze wijk als stedenbouwkundig model. Toch is de buurt ook al lang niet meer de grootste sociale brandhaard van de Duitse hoofdstad. Of dat zo blijft, hangt mede af van de verdere bouwplannen. In Berlijn heerst scherpe woningnood doordat er elk jaar tienduizenden mensen bij komen. Ook Gropiusstadt moet daarom verder bebouwd worden. Weliswaar zal dat voorzichtig aangepakt worden, maar er hangt nog een tweede groot gevaar boven het werk van Gropius – dat hij op het einde van zijn leven zelf voorzag. Een belangrijke meerwaarde van Gropiusstadt is immers de vrije natuur, die enkele meters voorbij de wijk begint. “Ons mooiste landschap valt ten offer aan de uitbuiting”, vermoedde de architect al, aangezien humanistische ideeën het zo dikwijls moeten afleggen tegen economische belangen.
 
Walter Gropius met de Berlijnse senator voor bouw Rolf Schwedler bij de plechtigheid in 1968 Walter Gropius met de Berlijnse senator voor bouw Rolf Schwedler bij de plechtigheid in 1968 | Foto: © picture alliance/dpa/Barfknecht

Top