Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Een Europees publiek
We zouden moeten praten

De debatten rond de eurocrisis werden door sommigen beschouwd als het begin van een Europese publieke opinie. Met de Europese verkiezingen van 2014 volgde echter de ontnuchtering. Wat zou er gebeuren als de EU niet bestond – zouden we dan meer met elkaar in gesprek gaan?

Von Eric Bonse, Brussel

Gemeinsame Öffentlichkeit
Illustration: © Anna Haifisch

Het begon met de eurocrisis. Plots had iedereen het over de Griekse pensioenen, de Italiaanse schuld en de failliete banken op Cyprus. Dit was de geboorte van een Europese publieke opinie, zei socioloog Ulrich Beck verheugd. Dankzij de EU en de euro werden er in Duitsland eindelijk discussies gevoerd over de problemen van de buurlanden.

Maar bij de Europese verkiezingen van 2014 volgde al de ontgoocheling. Ondanks het systeem van topkandidaten dat bedoeld was om het debat in de hele EU aan te zwengelen, bleef de verkiezingscampagne nationaal gericht. Zelfs de televisiedebatten waren een flop. In Duitsland hadden de topkandidaten in primetime slechts 1,79 miljoen kijkers, of een ellendig kleine groep van 5,8 procent.

Maar hoe zou het eruitzien als de EU niet meer bestond? Zou de belangstelling voor Europese debatten toenemen? De ervaringen na het Brexit-referendum in Groot-Brittannië wijzen niet in die richting. Zelfs na drie jaar van onderhandelingen over de uittreding klagen de EU-politici in Brussel nog steeds over een schrijnend gebrek aan kennis over de EU in het Verenigd Koninkrijk.

Ondanks 24 officiële EU-talen en simultaanvertaling ontstaat er geen Europees discours in Brussel

De Britten zijn simpelweg niet geïnteresseerd in de EU en willen er daarom ook uit, zou je kunnen zeggen. Maar een blik op niet-EU-landen zoals Zwitserland volstaat om te gaan twijfelen aan een Europese publieke opinie. De Zwitsers voeren een moeilijke discussie met Brussel over een nieuwe kaderovereenkomst – maar daar hoor je in Duitsland niet veel over.

Het wordt dus niet beter zonder de EU, eerder integendeel. De verbintenis van de lidstaten heeft immers enkele belangrijke grondslagen gelegd voor een Europees publiek, te beginnen met het Verdrag van Maastricht dat in 1992 het Europees burgerschap invoerde. Ook niet te vergeten is het Brusselse perskorps, dat met meer dan 1000 geaccrediteerde EU-correspondenten zorgt voor een levendige uitwisseling van informatie.

Toch komt er ondanks de 24 officiële EU-talen en de simultaanvertaling ook in Brussel geen Europees debat op gang. De meeste correspondenten dragen namelijk een nationale bril – ze rapporteren vanuit het perspectief van hun thuisland en in hun nationale taal. Dat zou ook zonder de EU zo blijven, maar dankzij de Europese instellingen zijn er in ieder geval genoeg gemeenschappelijke thema's. Het is alleen jammer dat het steeds meer over crisissen gaat.

Top