Klimaatbescherming Klimaatbescherming ligt op schema bij Energiewende

De Energiewende in Duitsland krijgt meer vaart
De Energiewende in Duitsland krijgt meer vaart | © Stephan Leyk/Fotolia

Duitsland staat bekend als het land van de Energiewende. Ambitieuze klimaatbescherming en stopzetting van atoomenergie zijn de doelstellingen. Duurzame energiebronnen leveren nu al het grootste aandeel in de stroomvoorziening.

‚Duitse Energiewende‘: de uitdrukking is in het Nederlands en Engels al ingeburgerd en heeft een goede kans binnenkort net zo bekend te worden als bratwurst en schlager. Duitsland is bezig met een ambitieus programma om zijn energiesysteem om te vormen – van kernenergie en fossiele energiedragers naar duurzame energiedragers zoals zon, wind, waterkracht en biomassa.

Beginpunt van de verandering was het jaar 2000. De toenmalige bondsregering van SPD en Bündnis 90/Die Grünen nam het initiatief om het gebruik van atoomenergie geleidelijk af te bouwen en dat van groene stroom te stimuleren door de intussen door veel andere landen overgenomen Erneuerbare Energien-Gesetz (EEG: Wet inzake duurzame energiebronnen). Na de atoomramp in het Japanse Fukushima in 2011 gaf de regeringscoalitie van CDU en FDP het Energiewendeconcept een nieuwe impuls. Na de ramp legde Duitsland – overigens met partijoverstijgende consensus – direct de acht oudste van zijn in totaal zeventien atoomreactoren stil. Momenteel luiden de klimaat- en energiedoelstellingen als volgt: vermindering van de kooldioxide-uitstoot met 40 procent in 2020 ten opzichte van 1990 en verhoging van het aandeel van groene stroom in 2025 tot 40-45 procent van het totale stroomverbruik.

AanzienlijkE vooruitgang

De doelstellingen zijn ambitieus, maar – gezien de huidige balans – absoluut haalbaar. Op het belangrijke gebied van stroomproductie werd in 2014 een mijlpaal bereikt. Duurzame energiebronnen leverden in dat jaar voor het eerst het grootste aandeel in de stroommix. Ze waren goed voor 25,8 procent en verdrongen daarmee bruinkool met 25,6% van de eerste plaats. Steenkool volgde met 19 procent, atoomenergie met 15,9 procent en aardgas met 9,6 procent. Het aandeel van kernenergie, dat voor Fukushima goed was voor meer dan 30 procent, is praktisch gehalveerd. Omdat tot 2022 de resterende negen kernenergiecentrales een voor een stilgelegd zullen worden, zal het aandeel ervan nog flink dalen. Als het gebruik van duurzame energiebronnen blijft toenemen zoals gepland, kan het niet alleen de wegvallende nucleaire capaciteit vervangen, maar ook de uitstoot van kooldioxide verder terugdringen.

De uitstoot van het broeikasgas kooldioxide ligt momenteel ongeveer een vierde onder de uitstoot van 1990. Dat is vooral te danken aan de Duitse hereniging, die leidde tot een ineenstorting van de inefficiënte industrie in de voormalige DDR, en de staatssteun voor duurzame energiebronnen. Na een verontrustende stijging van de uitstoot in 2012 en 2013, die werd veroorzaakt door twee bijzonder koude winters en door de toename van stroomwinning uit steenkool vanwege de lage kosten, ligt Duitsland intussen weer helemaal op koers. In 2014 daalde de uitstoot van kooldioxide weer duidelijk ten opzichte van 2013, met circa vijf procent.

Desondanks zijn nog grotere inspanningen vereist om de uitstoot van kooldioxide in 2020 met 40 procent terug te dringen. Met de tot nu toe genomen maatregelen kan volgens het Duitse ministerie van Milieu maar maximaal 35 procent worden bespaard. Daarom heeft de bondsregering eind 2014 een nationaal ‘Aktionsprogramm Klimaschutz 2020’ (Actieprogramma klimaatbescherming 2020) aangekondigd, dat de kloof moet dichten. Er zijn talrijke maatregelen gepland, bijvoorbeeld in de industrie en landbouw, het verkeer, de afvalverwerking, in de bouw- en woonsector, in energiecentrales en bij de handel in emissierechten. Het grootste aandeel moeten de energiesaneringen van oudere woningen leveren. Ook moeten er meer kolencentrales dan tot nu toe gepland uit het energienetwerk worden gehaald. Maar het is de vraag of de doelstellingen voor de verdere uitbreiding van milieuvriendelijke energiebronnen worden gehaald. De bouw van zonne-energie-installaties bleef in 2014 achter bij de verwachting van de bondsregering.

Grote instemming met stopzetting van atoomenergie

Een grote meerderheid van de Duitse bevolking staat achter de Energiewende en het stoppen met kernenergie. Volgens een representatief opinieonderzoek door het Institut für Demoskopie Allensbach van midden 2014 ligt het instemmingspercentage stabiel rond de 70 procent. Slechts 15 procent vindt dat de verkeerde weg is ingeslagen. Andere enquêtes kwamen zelfs met instemmingspercentages van 90 procent. Deze positieve stemming is opmerkelijk: in 2013 en 2014 was de toon van de publieke discussie over de Energiewende nog heel kritisch. De kritiek richtte zich vooral op twee punten: de scherpe stijging van de stroomprijzen als gevolg van de ondersteuning door de staat van groene stroom, een stijging die in 2015 echter niet doorzette. En de plannen voor de bouw van nieuwe hoogspanningsleidingen dwars door het land. Die moeten zorgen voor een betere verdeling van de vooral in het noorden van het land opgewekte stroom uit windenergie, maar leidden tot ongenoegen bij de omwonenden.

Veel commentatoren sloten in die tijd een omslag in de publieke stemming niet uit. Dat dit niet is gebeurd, is een teken dat de meeste burgers in Duitsland het langetermijndoel van de Energiewende niet uit het oog verliezen: energievoorziening die atoom- en klimaatrisico’s zo klein mogelijk maakt.