Future Perfect De drijvende Hollander – Koen Olthuis

In de traditie van zijn watertemmende natie ontwerpt de Nederlander Koen Olthuis drijvende woon- en leefeilanden – mede omdat er met het oog op de klimaatverandering nieuwe vormen van architectuur nodig zijn.

Een wit zandstrand, een blauwgroen glinsterende zee en een exotische onderwaterwereld die het hart van elke snorkelliefhebber sneller doet kloppen: de ultieme droomvakantie. En om die onderwaterwereld te verkennen hoef je alleen maar van de steiger bij je huis in de Indische Oceaan te springen. Want je fraaie vakantievilla drijft op het water. In een lagune op de Malediven wordt deze droom nu werkelijkheid: daar is men begonnen met de bouw van 185 drijvende vakantiehuizen. Ze zijn zo op het water gegroepeerd dat ze de contouren van een reusachtige bloem vormen. Vandaar ook de naam van het project: Ocean Flower.
 
Het ontwerp is van Koen Olthuis, een Nederlandse architect die als pionier van de zogenaamde aqua-architectuur geldt: 'Ik bouw uitsluitend op het water,' zegt de 44-jarige architect met zijn rossige krullenkop. Zijn bouwwerken zijn overstromings- en klimaatverandering-bestendig, want alles wat Olthuis ontwerpt, kan zich aan de zeespiegel aanpassen. Niet voor niets heet zijn bureau in Rijswijk bij Den Haag waterstudio.nl. 

Bescherming tegen klimaatverandering zonder schade aan te richten

Om gewaagde opdrachten als Ocean Flower te kunnen realiseren, heeft Olthuis samen met projectontwikkelaar Paul van de Camp de firma Dutch Docklands opgericht. Deze koopt overal ter wereld wateroppervlakte aan om als bouwgrond te gebruiken. Dat opent volkomen nieuwe perspectieven – niet alleen voor dichtbevolkte steden of staten waar bouwgrond schaars en dientengevolge duur is: 'Ook om zich tegen de gevolgen van de klimaatverandering te beschermen.'
 
Het is niet voor niets dat Dutch Docklands zijn eerste project realiseert op de Malediven. Het gaat niet louter om het vakantieplezier van verwende toeristen: de 300.000 bewoners van de eilandenstaat zal het water over niet al te lange tijd letterlijk aan de lippen staan, want 80 procent van de Malediven ligt maar nauwelijks één meter boven de zeespiegel. De regering had al plannen aangekondigd om elders land te kopen om te overleven. Tot men van Olthuis en Van de Camp te horen kreeg dat dat helemaal niet nodig was: 'We hebben de president van de Malediven duidelijk gemaakt dat klimaatvluchtelingen klimaatpioniers kunnen worden,' vertelt Olthuis. Toen klikte het meteen.

Ocean Flower is nog maar het begin: er zullen vier andere lagunes met drijvende vakantiehuizen volgen, bovendien een drijvend congrescentrum, evenals een van de spectaculairste golfbanen ter wereld, verdeeld over verschillende fraai aangelegde eilanden, die onder water door glazen voetgangerstunnels met elkaar verbonden zijn.
 
En dat alles zonder sporen in de natuur achter te laten of enige schade aan te richten, want Dutch Docklands heeft zich gecommitteerd aan de zogenaamde scarless approach: 'Onze elementen kunnen tweehonderd jaar ergens op het water drijven, maar als het gebied op een andere manier gebruikt moet worden, kunnen ze gewoon worden weggesleept,' aldus Olthuis. ‘Dan is er niets meer dat aan hun bestaan herinnert.’ 

Nederlanders leven met het water

Dat het bij de pioniers van de aqua-architectuur uitgerekend om Nederlanders gaat, is niet zo verwonderlijk: als geen ander volk heeft de natie in de Rijndelta in de loop der eeuwen geleerd het water te bedwingen of het met dijken, dammen en vloedkeringen de wet voor te schrijven. Niet voor niets luidt het spreekwoord: god schiep de wereld – en de Nederlanders Nederland.
 
Of het nu New Orleans betreft of Bangladesh: de knowhow van de Nederlandse waterbouwkundig ingenieurs en architecten is over de hele wereld gevraagd – door de klimaatverandering meer dan ooit, want daardoor zwellen de rivieren aan, stijgt de zeespiegel en komen overstromingsrampen steeds vaker voor.
 
Met het ophogen van de dijken komen ze er niet, dat hebben de Nederlanders allang onderkend. Overal krijgt de voormalige vijand daarom de ruimte: er worden polders onder water gezet, opvangbekkens of zijtakken van rivieren aangelegd en dichtgegooide grachten worden weer uitgegraven.
 
Daardoor staat de oude zeevaardersnatie weliswaar nog minder land als woongebied ter beschikking, maar de Nederlanders hebben ontdekt dat de onder water gezette polders en kunstmatige waterbekkens zich niet alleen maar lenen voor het gecontroleerd afvoeren van overtollig water.

Trend en uitdaging voor de klimaatveranderingsgeneratie

Het resultaat: voor de Nederlanders is wonen op het water allang een trend. Overal wonen mensen in zogenaamde waterwoningen. Het fundament ervan bestaat uit een met styropor gevulde betonnen kuip, die als onzinkbaar geldt. Om ze op hun plaats te houden zijn de huizen met ringen aan palen vastgemaakt, zodat ze zich makkelijk kunnen aanpassen aan de stijgende zeespiegel. De water- en stroomvoorziening vindt plaats door middel van slangen en kabels.
 
Olthuis heeft al talloze waterwoningen ontworpen: transparante villa's die gracieus op het water deinen, in bijvoorbeeld Aalsmeer, Zwolle, Leiden en in Amsterdam, waar in 2012 een complete drijvende wijk is gerealiseerd, het Steigereiland. Voor Antwerpen ontwierp Olthuis een drijvende boulevard op de Schelde, voor Parijs een restaurant op de Seine. En in een polder tussen Den Haag en Delft wil hij op een fundament van 140 bij 90 meter het eerste drijvende appartementencomplex van Europa bouwen, de Citadel. 'Technisch geen enkel probleem,' benadrukt hij.

Want Olthuis heeft voor de waterwoningen een technologie ontwikkeld – en daarvoor ook het patent laten registreren – die nauwelijks grenzen stelt aan de omvang van de fundamenten. Met andere woorden: het fundament kan een platform worden dat plaats biedt aan hele blokken huizen, inclusief tuinen en parkeergarages: 'Hoe groter een object, des te stabieler het op het water ligt,' verduidelijkt de architect.
 
Voor Olthuis is het dus duidelijk: de stad van de toekomst bestaat uit drijvende platforms die als ijsschotsen heen en weer geschoven kunnen worden. 'Het zal met kleine stapjes gaan,' voorspelt de ondernemende Hollander: de komende vijftien jaar zullen eerst kerken, scholen en sportvelden naar eilanden verhuizen, over vijftig jaar gaat het al om platforms van tweehonderd bij tweehonderd meter met huizen, wegen en parken – tot over honderd jaar de stad van de toekomst zal zijn ontstaan: een flexibele deltametropool van drijvende elementen. Deze nieuwe vorm van stedenbouw, die nieuwe flexibiliteit, is voor Olthuis 'de uitdaging die de architecten van de klimaatveranderingsgeneratie moeten aangaan'.