Future Perfect De kunst van de metamorfose

Balkentafel
Balkentafel | Foto: Julia van den Broek

De Nederlandse ontwerper Piet Hein Eek maakt van industrieel afval of sloophout designproducten die een leven lang meegaan.

Het loopt al tegen halfdrie, maar de meeste gasten laten zich de lunch nog goed smaken aan de grof getimmerde tafels en banken van hout afkomstig van bouwplaatsen. Ertussen staan elegante vintagefauteuils met groene of rode fluwelen bekleding, waarop een paar bezoekers al genieten van het afsluitende kopje koffie. Aan het plafond van de fabriekshal hangen kroonluchters van oude glazen lampen naast lampenkappen die van restjes zijde van een Italiaanse stropdassenfirma zijn genaaid. De bar, waarachter de vriendelijke bediening glazen poleert, bestaat uit op elkaar gestapelde kleurige ijzeren buizen, waarvan op veel plekken de verf is afgebladderd – geel, rood en blauw. ‘Dat zijn de oude gas- en waterleidingen die hier tot voor kort nog overal aan de plafonds en de muren hingen,’ vertelt Piet Hein Eek vergenoegd terwijl hij door zijn restaurant loopt naar de volgende fabriekshal met de atelierruimtes. 

Eerst het MoMA, dan het universum

Van iets ouds iets nieuws maken – dat is de specialiteit van de bekende Nederlandse ontwerper, wiens werk inmiddels niet alleen op design- en kunstbeurzen te zien is, maar ook in musea zoals het MoMA in New York. Of het nu om sloophout, industrieel afval, textielrestjes, afgedankte deuren of ramen gaat, als geen ander weet de 49-jarige Eek wat anderen afdanken en weggooien in nieuwe producten om te toveren - onbewerkt, robuust en ruw, maar verbluffend mooi.

Dat hij een meester is in metamorfose bewees Eek ook toen hij eind 2000 met zijn negentig werknemers naar het 11.000 m2 grote terrein van een voormalige Philipsfabriek aan de rand van Eindhoven verhuisde om er zijn, zoals hij het noemt, eigen universum te creëren. Met ateliers, kantoren, expeditie- en verkoopruimtes, met een werkplaats, productieruimte, restaurant en op de bovenverdieping van de tweede fabriekshal bovendien ook nog een reusachtige ‘wonderkamer’. ‘Daar exposeer ik naast mijn eigen ontwerpen ook het werk van hedendaagse kunstenaars en fotografen,’ zegt hij terwijl hij langs de atelierruimtes naar de trap loopt. Zijn klanten komen van ver – uit heel Europa, sommige zelfs uit Japan.  ‘Die moet ik toch iets bieden,’ zegt hij als we boven in de wonderkamer aankomen. 

Een diner in het wonderkabinet

Eek heeft zijn wonderkamer als een kakelbonte, buitenissige woning ingericht, met slaapkamers, studeerkamers, verschillende loungehoekjes en een grote woonkeuken. Groepen van maximaal 24 mensen kunnen bij een besloten diner aan de door Eek ontworpen tafel voor zich laten koken, met uitzicht op de productiehallen beneden, waar de nieuwste meubels ontstaan en waar gezaagd, geschaafd en getimmerd wordt. Want iets bieden betekent voor de opgewekte, energieke Eek met zijn wilde bruine haardos niet alleen eten en drinken, maar ook een inkijkje in zijn werk geven. 

Zo heeft hij alles onder één dak – en alles onder controle: van het ontwerp en de fabricage tot aan de distributie, verkoop en het directe contact met de klanten. Daar komen geen distributeur en geen onbekende fabriek aan de andere kant van de wereld aan te pas: ‘Wij houden alles in eigen hand.’

Want Eek behoort tot de weinige ontwerpers die niet alleen producten ontwerpen, maar ze ook zelf maken. Daarbij neemt hij graag op de koop toe dat zijn ontwerpen slechts in kleine aantallen of als uniek exemplaar worden verkocht.

Niet glad en perfect, maar ruw en ongepolijst

Eek, die afstudeerde aan de gerenommeerde Design Academy in Eindhoven, beleefde in 1989 meteen een doorbraak met zijn afstudeeropdracht: een scrapwood cupboard, ofwel een uit verschillende soorten sloophout samengestelde kast. Daarmee zette hij de designwereld op zijn kop – de kast was niet glad en perfect, maar ruw en ongepolijst, met afbladderende verf en zichtbare schroeven.

Sindsdien staat hij bekend als ‘Planken Piet’. En dat terwijl hij allang niet meer alleen met hout werkt, maar ook met metaal, glas en textiel. Maar of daar nu lampen, fauteuils of kasten uit ontstaan, Eek laat zich altijd door hetzelfde principe leiden: ‘Ik ga altijd van het materiaal uit. Principieel.’ Meteen aan het begin kijkt hij naar het materiaal en vraagt hij zich af wat hij daarvan kan maken met behulp van de middelen en machines die tot zijn beschikking staan. Think simple! luidt zijn devies: ‘Ik zoek altijd naar de eenvoudigste oplossing.’ 

Want wie in Europa wil overleven en met zijn eigen collectie de markt op wil gaan, moet efficiënt zijn. Ingewikkelde oplossingen kan Eek zich even weinig permitteren als verspilling. Zowel materiaal- als tijdverlies moeten tot een minimum worden beperkt.

Een wereld waarin recycling overbodig is

Klassieke kast in sloophout Klassieke kast in sloophout | Foto: Julia van den Broek Met iedere klant komt Eek iets dichter bij zijn ideaal: een wereld waarin niemand meer iets weggooit en recycling overbodig is. ‘In plaats daarvan is onze inspanning erop gericht om te kunnen blijven consumeren zoals we tot dusver hebben gedaan.’ Hout wordt volgens Eek van een FSC-keurmerk voorzien om nieuwe aankopen te rechtvaardigen ‘en in plaats van minder vaak de auto te pakken, kiezen we voor een milieuvriendelijke auto’.

Het etiket van duurzame Upcycler onder de ontwerpers dat hij vaak krijgt opgeplakt, vindt Piet Hein Eek dus weinigzeggend: ‘Een product is toch niet goed of slecht omdat het van goed of slecht materiaal is gemaakt,’ stelt hij. ‘Wat heb ik aan een op 100 procent milieuvriendelijke wijze vervaardigde stoel als die wordt weggegooid?’

Niets meer weggooien betekent geenszins het einde van de handel: ‘Een spijkerbroek die tien jaar meegaat, kost ook tien keer zoveel – maar belast het milieu tien keer minder.’ Daarvoor is hij zelf het beste bewijs: ook aan een meubelstuk van Eek hangt een prijskaartje. Maar Eeks klanten zijn bereid ervoor te betalen en blijven een Eektafel of -kast meestal hun hele leven trouw. ‘Een van mijn jongste opdrachtgevers is de zoon van mijn allereerste klant – hij gebruikt hetzelfde kantoormeubilair als zijn vader!’