Rimini Protokoll Portret

Rimini Protokoll
© Rimini Protokoll

De leden van het regisseurscollectief Rimini Protokoll hebben elkaar in de jaren negentig leren kennen op de Universiteit van Gießen tijdens hun studie Toegepaste Theaterwetenschappen, een soort kaderopleiding voor de avant-garde van het Duitse theater.

Rimini Protokoll bestaat uit Helgard Haug, Stefan Kaegi en Daniel Wetzel, die in wisselende combinaties werken onder dit label: soms met zijn drieën, Haug en Wetzel ook vaak als duo terwijl Stefan Kaegi ook regelmatig alleen werkt en in het verleden met Bernd Ernst als Hygiene Heute. Ze begonnen met de eerste projecten van Rimini Protokoll  in kleine, onafhankelijke theaters, maar inmiddels zijn ze ook geziene gasten in de grote stadsschouwburgen. Bovendien werken ze al jaren – onder meer in opdracht van het Goethe-Institut – veel in het buitenland.

Rimini Protokoll: een portret

Der Zauberlehrling was de titel van een betrekkelijk kleine productie van de groep Rimini Protokoll in 2009. Die ging over oorlog; in dit geval over wat ooit de ‘Koude Oorlog’ werd genoemd en de oorlog die op dat moment woedde in Afghanistan. Een voormalige Russische generaal die een atoomoorlog had verhinderd, een IJslandse die in Irak soldaten trainde in de omgang met de media, en twee tovenaars. Deze opmerkelijke combinatie van oorlog en magie maakt duidelijk waar het bij Rimini Protokoll altijd om gaat: dingen blootleggen. Het collectief demystificeert en onthult voortdurend de geesten die de mensen zelf hebben opgeroepen. Fictie die realiteit voortbrengt wordt weer zichtbaar als fictie. Alles wat het theatercollectief of regisseurstrio met de eigenaardige naam Rimini Protokoll doet, heeft altijd te maken met het begrippenpaar realiteit en fictie. Rimini Protokoll zoekt zijn onderwerpen altijd in de werkelijkheid, nooit in de literatuur. De leden van het collectief werken altijd met leken die ze bij hun research ontmoeten. De projecten worden ontwikkeld vanuit de situatie van de spelers. Die spelers worden ‘experts’ genoemd en ze spelen altijd zichzelf.

Je weet bij dit soort experimentele ensceneringen niet waar het theater begint en de werkelijkheid ophoudt en dat is ook precies de bedoeling. Dat is echter niet omdat de regiseurs het zo leuk vinden om met ensceneringen te  goochelen, maar omdat telkens weer blijkt dat de realiteit op het toneel pas echt duidelijk voor het voetlicht komt. In de stukken van Rimini Protokoll worden het toneel en het publiek niet tegenover elkaar gezet, maar de beide sferen met elkaar vervlecht.

Waar het ze om gaat is waarneming, het zichtbaar en kenbaar maken van de wereld en in het bijzonder van de mensen. Rimini Protokoll wil het complex dat onze realiteit vormt, openbreken en in zijn facetten zichtbaar maken, zodat we er onze vragen bij kunnen stellen en erover van gedachten kunnen wisselen. Rimini Protokoll past zijn methode uiterst subtiel, in altijd weer verrassende constellaties en met een grote nieuwsgierigheid toe op de wereld. De ‘experts’ die de theatermakers altijd weer weten te vinden, zijn soms zo verrassend en overtuigend, dat je ze nooit beter zou kunnen verzinnen.

Zodoende is Rimini Protokoll een van de protagonisten in een reality-beweging die sinds  enige jaren opgang maakt in de Duitse theaters (link op de site van het Goethe-Institut)

Dat Haug, Kaegi en Wetzel na hun studie in Giessen zo snel furore maakten, hebben ze te danken aan de toenmalige Bondsdagpresident Wolfgang Thierse. Ze wilden onder de titel Deutschland 2 in de lege parlementszaal van de Rijksdag het debat van 27 juni 2002 laten naspelen en wel door degenen in wier naam werd gedebatteerd: de gewone burgers. Thierse verbood de voorstelling met een beroep op de ‘waardigheid van het parlement’ en ontketende daarmee een discussie over de vrijheid van de kunst en de grenzen van het theater en de werkelijkheid: sindsdien weet het publiek op welk terrein Rimini Protokoll opereert. De happening vond uiteindelijk plaats in de Theater-Halle in Bonn Beuel; de burgers van Bonn kregen de tekst van de afgevaardigden direct via een koptelefoon te horen en probeerden die zo simultaan mogelijk mee te spreken.

In wisselend constellaties construeert het drietal steeds nieuwe stukken uit de werkelijkheid. In Deadline (Haug/Kaegi/Wetzel) werkten ze op een plek die weldra gesloten zou worden: de Neue Cinema, een van de speellocaties van het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg. Op het toneel, dat binnenkort niet meer zou bestaan, stonden een burgemeester, die regelmatig begrafenissen van prominente stadsbewoners moest bijwonen, een metselaar, een spreker op begrafenissen en een studente medicijnen; allemaal mensen die uit hoofde van hun beroep te maken hebben met de dood. De verschillende spelers vulden elkaar aan en reflecteerden op elkaar en het geheel zat dramaturgisch zo goed in elkaar dat het publiek enerzijds een tableau te zien kreeg van de omgang met de dood in de moderne samenleving en tegelijk werd meegenomen door de verhalen van de afzonderlijke personen en hun ervaringen met de dood.

Tot welke triomfen de theatermethode van Rimini Protokoll kan leiden werd  verbazingwekkend genoeg pas echt duidelijk in de eerste productie van de groep op basis van een klassieke theatertekst: juist Friedrich Schillers drama Wallenstein, (Haug/Wetzel),  geproduceerd voor het Schillerfestival in Mannheim, was een voorbeeld  van sublieme casting. Wat hier zichbaar werd gemaakt over macht en verzet en hoe dichtbij dat kwam – via een kandidaat voor de burgemeesterspost Mannheim, een politiechef in Weimar en met name een in Heidelberg wonende Vietnamoorlogsveteraan – was verbijsterend. Het kwam zo authentiek over dat je bijna het idee kreeg getuige te zijn van de afschaffing van het theater, in plaats van een bijzonder kunstig in scène gezet toneelstuk. De werkelijkheid was geënsceneerd zonder aan authenticiteit in te boeten.

Ook in Call Cutta (Haug/Kaegi/Wetzel) laat Rimini Protokoll sterk staaltje van dramaturgie zien. Bij deze productie werden mobiele telefoons uitgedeeld aan het publiek en kreeg iedereen persoonlijk iemand uit Kalkutta aan de lijn die hem of haar de weg wees door Berlijn, waar het stuk zich afspeelde. Zo werden de toeschouwers gegidst vanuit het verre callcenter en kregen ze een min of meer intiem contact met de medewerkers daarvan.

Een ander groot succes van het collectief was een vergadering van aandeelhouders van Daimler Benz AG. Door middel van aandelen die speciaal met dat doel waren aangekocht, konden 150 toeschouwers midden in de financiële crisis deelnemen aan de algemene vergadering alsof het een toneelstuk was: 'Dit is geen theater of toneelstuk', zag de voorzitter van de raad van toezicht zich daarom genoodzaakt te zeggen. De bedoeling van Haug, Kaegi en Wetzel was echter niet om de vergadering te ontmaskeren als een show, maar als een 'ritueel van een verzameling verschillende belangen’. Daarin slagen ze telkens weer opmerkelijk goed. Nergens zit de realiteit in het theater zo dicht op je huid als in de stukken van Rimini Protokoll.