Future Perfect
Geld voor iedereen

Basisinkomen
Basisinkomen | Foto (fragment): via flickr CC-BY-SA 4.0

In januari 2017 gaat een experiment met het onvoorwaardelijk basisinkomen in Nederland van start – als voorlopig hoogtepunt na jarenlange inspanningen van een charismatisch sociaal wetenschapper.

Joop Roebroek
Joop Roebroek | Foto: © Saskia Roebroek
Die dag in maart zal Joop Roebroek niet licht vergeten. Buiten liet het lentezonnetje zich voorzichtig zien, binnen beleefde de politicoloog en sociale wetenschapper een van de mooiste momenten van zijn loopbaan: 'Het was een mijlpaal!’

Hij zat aan tafel met een twintigtal Nederlandse gemeenten: afdelingshoofden, gemeenteraadsleden, wetenschappers en medewerkers van de sociale dienst. Samen bogen ze zich over een document met richtlijnen dat Roebroek hun als basis had voorgelegd. Na zes uren waren ze overtuigd: ‘Oké, we gaan het proberen.’  Een uitkomst waarvan de vijfenzestigjarige Roebroek alleen  had durven dromen.

 ‘Het’ is de invoering van een basisinkomen: het idee dat al tientallen jaren in veel Europese landen leeft om de bijstand af te schaffen en in plaats daarvan iedereen elke maand een bepaalde som geld ter beschikking te stellen – ongeacht of ze werk hebben of niet.

‘Wachten op de politiek heeft geen zin.’

Zo ver is het tot nu toe nog niet gekomen – ook in Nederland niet. Maar die gedenkwaardige vergadering in maart 2015 heeft er in elk geval toe geleid dat vanaf 1 januari 2017 vier gemeenten, Groningen, Tilburg, Utrecht en Wageningen, mogen beginnen met een experiment met het basisinkomen. Het ministerie van Sociale Zaken heeft hun groen licht gegeven.  ‘Eindelijk!’ zegt Roebroek blij: ‘Hiermee zijn wij Nederlanders de eersten bij wie helemaal bovenaan in de politiek iets in beweging is gekomen.’

Eigenlijk geen wonder, vindt hij. Nergens zijn de voorwaarden gunstiger dan in het kleine, flexibele   Nederland waar men bovendien altijd in is voor vernieuwing.  ‘Voor grote landen zoals Duitsland is het veel moeilijker om dingen te veranderen,’ denkt Roebroek.

De doortastende en charismatische Roebroek geldt in Nederland als een van de belangrijkste voorvechters van het basisinkomen. Niemand heeft zich zo intensief en langdurig met het onderwerp beziggehouden als hij: in de jaren tachtig als onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg, waar hij het eerste onderzoek naar het basisinkomen uitvoerde; de afgelopen twee jaar als voorzitter van MIES, een laboratorium voor sociale en economische innovaties in Groningen: door middel van crowdfunding heeft MIES ervoor gezorgd dat de eerste twee Nederlanders een jaar lang een basisinkomen van 1000€ per maand kregen. Anne van Dalen is een van hen: ‘Ik heb veel meer vrijheid om te leven zoals ik wil,’ zegt de werkloze secretaresse uit Den Haag, die een bestaan als freelance kunstenares wil opbouwen. ‘Daar heb ik voldoende financiële reserves voor.’ MIES wil er op deze manier voor zorgen dat nog meer Nederlanders op deze manier een basisinkomen krijgen. ‘Wachten op de politiek heeft geen zin,’ aldus Roebroek.

Sociale dynamiek dankzij financiële zekerheid

Voor Roebroek is het traditionele sociale bijstand  ‘een instrument om mensen onder de knoet  en klein te houden.’ Na honderd sollicitaties met nul op het rekest is zelfs een hoogopgeleide werkeloze murw, laat staan iemand met een lagere opleiding.  ‘Een basisinkomen daarentegen bevrijdt de mensen en haalt ze uit hun passiviteit.’ Door  voor zichzelf te beginnen of een opleiding te gaan volgen. Het hoofdargument van tegenstanders, dat het mensen passief en werkschuw maakt als ze geld krijgen zonder tegenprestatie, veegt hij van tafel: ‘Integendeel, het basisinkomen zorgt voor sociale dynamiek. Mensen kunnen hun talenten ontplooien, ze leven anders en gaan anders met elkaar om.  Omdat ze financiële zekerheid hebben.’

Ook van het tweede tegenargument, namelijk dat de invoering van een basisinkomen financieel niet haalbaar is, wil hij niets weten: ‘We zouden alle vormen van sociale bijstand kunnen afschaffen en alle kantoren van de sociale dienst sluiten. Dat bespaart miljarden.’

Intussen weet de geëngageerde Nederlander meer medeburgers achter zich die zich ook voor het basisinkomen inzetten.  Zo behaalde het “Burgerinitiatief Basisinkomen 2018”  de benodigde 40.000 handtekeningen om  het onderwerp in de Tweede Kamer op de agenda te laten plaatsen

Burgerlijke ongehoorzaamheid in de strijd tegen de voorschriften van de regering

Geen van de gevestigde partijen durft zich nog volmondig voor het basisinkomen uit te spreken.  Ook de sociaal-liberale regering van Mark Rutte wil zich er niet aan branden. Maar de vier steden, Utrecht, Groningen, Wageningen en Tilburg, mogen vanaf 1 januari 2017 gaan experimenteren met het basisinkomen, zij het onder bepaalde voorwaarden. Zo vervalt de sollicitatieplicht, waarmee de bijstand verandert in een onvoorwaardelijk basisinkomen, en bovendien mogen de uitkeringsgerechtigden bijverdienen. ‘In feite gaat het hier om experimenten met de traditionele sociale bijstand’ zegt Roebroek, die enerzijds blij is dat er eindelijk iets gebeurt op overheidsniveau, maar anderzijds kritisch blijft: ‘Veel te beperkt!’ Want de experimenten worden slechts met een beperkt groepje geselecteerde mensen uitgevoerd, en niet in de hele stad of bijvoorbeeld een complete buurt.

Ook de betrokken steden hebben al protest aangetekend. Ze zouden veel verder willen gaan en het basisinkomen in één keer in hele wijken met een hoge werkloosheid willen invoeren. ‘Omdat dan pas de sociale dynamiek in werking treedt,’ aldus Roebroek. Hij blijft desondanks optimistisch. De Nederlanders staan niet voor niets bekend als een tegendraads volk, dat zich niet graag de wet laat voorschijven: ‘Een paar gemeenten hebben al aangekondigd dat ze zich willen oefenen in burgerlijke ongehoorzaamheid.’
 
Joop Roebroek werd in 1951 geboren in Limburg. Na een lange carrière als wetenschapper ligt zijn hart vandaag de dag bij het (mee)werken aan projecten die gericht zijn op maatschappelijke vernieuwing. Daarnaast werkt hij als zelfstandig publicist, beeldend kunstenaar en filmmaker. Op dit moment is hij als parttime docent verbonden aan de Sociale Faculteit van de Universiteit van Tilburg.

Top