Future Perfect
Bouwen met visie

Thomas Rau
Thomas Rau | Foto (fragment): © Jaap Vork

Energie-efficiënt bouwen is van gisteren – Architect Thomas Rau is allang een stap verder. Hij krijgt fabrikanten en ondernemers zover dat ze duurzaam met grondstoffen omgaan en er ook na de verkoop van hun producten de verantwoordelijkheid voor nemen.

Eigenlijk is hij architect, een behoorlijk goede zelfs, een die voor zijn duurzame gebouwen haast overladen is met prijzen – van de uitbreiding van de Nederlandse vestiging van het World Wildlife Fund in Zeist, die te boek staat als het eerste energieneutrale gebouw in Europa, tot het Woopa, een kantoor- en appartementencomplex in Lyon, een van de eerste energiepositieve gebouwen ter wereld. Dat wil zeggen dat het meer energie genereert dan voor gebruik en binnenklimaat nodig is.

De in Amsterdam wonende Duitse architect Thomas Rau staat niet voor niets bekend als pionier op het gebied van klimaatneutraal bouwen. Maar, zo heeft de 56-jarige Rau na zo’n 25 jaar creatieve arbeid geconcludeerd: ‘Duurzaamheid en energieneutraliteit alleen zijn niet genoeg, want daarmee breng je geen werkelijke verandering teweeg.’ Bovendien vindt hij dat het energieprobleem intussen is opgelost: ‘Het is alleen maar een kwestie van instelling, er is genoeg duurzame energie.’

Een veel nijpender en urgenter probleem is de wereldwijde verspilling van materialen als glas, steen of staal – ‘en het daaruit voortvloeiende razendsnel groeiende gebrek aan grondstoffen,’ zegt de vader van drie kinderen, terwijl hij met brede passen door zijn kantoortuin in Amsterdam-Noord beent, waar tientallen medewerkers achter computerschermen zitten.

Rau is echter niet alleen architect, maar ook een visionair, inspirator en vernieuwer. Verbanden zien, grenzen verleggen en hiërarchieën doorbreken, dat is zijn specialiteit. Dat bewees hij al als student, toen hij begin jaren tachtig architectuur ging studeren, maar geen vakidioot wilde worden. Na twee jaar stopte hij met zijn studie: ‘Allemaal onzin! Wat ik hier leer, vind ik helemaal niet belangrijk.’ Muziek en dans, economie en ecologie, beeldbouwen, schilderen en filosofie – ook die onderwerpen interesseerden hem. Koppig en volhardend als hij was, lukte het hem een speciale behandeling te krijgen en zijn eigen studiecurriculum met al die vakken samen te stellen. ‘Eigenlijk zouden alle architecten de eerste drie jaar verplicht een studium generale moeten volgen.’

Want zo – en dat ziet hij als zijn missie – kan architectuur een vehikel worden om de maatschappij van binnenuit te veranderen. Dan vormen problemen geen bedreiging, maar een uitdaging.

Dat geldt ook voor het gebrek aan grondstoffen. Om dat te bestrijden heeft hij in 2010 Turntoo opgezet – een bedrijf dat zich na 25 jaar duurzaam bouwen heeft toegelegd op een nieuwe niche in de markt: architectuur in combinatie met grondstoffenbeheer. Het doel: een ommekeer teweeg te brengen: van bezit naar gebruik, van spullen die maar kort meegaan en op de stortplaats belanden naar duurzame dienstverlening. ‘We moeten de eigendomsvraag niet meer stellen; we moeten ophouden onze identiteit te definiëren aan de hand van de dingen die we bezitten.’ In de toekomst moet de mens niet meer consumeren op basis van eigendom, maar op basis van diensten; vandaar de naam Turntoo: ook jij moet een ommekeer maken.

Rau gaf zelf het goede voorbeeld: voor de verlichting van zijn kantoor klopte hij aan bij de gloeilampen- en verlichtingsgigant Philips, en wel met een zeer ongewone vraag: ‘Beste mensen, ik wil 1.600 uur lang 300 lumen op mijn bureau hebben. Hoe jullie dat regelen, is jullie zaak. Ik wil geen lampen, geen gloeilampen en ook geen stroomrekening. Ik wil alleen maar licht van jullie.’

Ze hebben zitten zweten daar bij Philips, herinnert Rau zich gniffelend. Maar nu brengt het concern het architectenbureau lichturen in rekening – en de stroomrekening wisten ze vliegensvlug naar beneden te brengen: omdat het verschil nu voor rekening van Philips komt, worden lampen en verlichtingsmateriaal zo uitgekozen en opgehangen dat de stroomkosten 30% lager uitvallen.

‘Dat gebeurt als de verantwoordelijkheid blijft bij degenen die de macht hebben, dat wil zeggen bij de leveranciers van de diensten, en niet op de consumenten wordt afgewenteld.

Een tweede voorbeeld: de woningbouwvereniging die bij hem aanklopte. Vanwege het grote aantal kapotte wasmachines en koelkasten konden veel huurders de huur niet opbrengen. Of Rau raad wist.

‘Geen wonder!’ zegt hij verontwaardigd. ‘Wie arm is, koopt geen milieuvriendelijke wasmachine. De machine die wordt gekocht gaat dus snel kapot – en daardoor valt de energierekening hoger uit dan de huur!

Wat hij als tegenmaatregel voorstelde, klonk in eerste instantie ongehoord: ‘Waarom geven jullie de huurders niet de duurste koelkasten en wasmachines? In ruil daarvoor betalen zij de koeluren en wasbeurten.’

Zo gezegd, zo gedaan: de apparaten die vervolgens aan zo’n 100 huishoudens ter beschikking werden gesteld, waren binnen 12 uur vergeven. ‘Als ze kapotgaan, dragen jullie de kosten,’ had Rau de fabrikant vooraf verteld. Die verschoot van kleur, want normaal gesproken gaan na drie jaar de pompen en na vijf jaar de deuren kapot. Dus zorgde de fabrikant er in allerijl voor dat alleen de beste en meest robuuste apparaten, die minstens 15 jaar zouden meegaan, werden aangeboden. Waaruit maar weer eens blijkt dat de verantwoordelijk moet liggen bij de macht, aldus Rau. ‘Dat verandert alles.’

Dat bleek ook toen zijn kantoor in 2014 een nieuw gebouw van een energiebedrijf van een stalen dak wilde voorzien en op de materiaalkosten wilde besparen, wat pas lukte toen Rau op het idee kwam een achtbaanproducent in te schakelen. ‘Alle andere fabrikanten wilden ons zo veel mogelijk staal verkopen. Maar een achtbaan moet snel opgebouwd en afgebroken kunnen worden en dan telt iedere kilo.’ Het gevolg: het dak werd met 35% minder staal dan bij traditionele daken geproduceerd: ‘Eigenlijk zou je altijd en overal op zoek moeten gaan naar een achtbaanproducent.’

Al zijn ideeën zijn te vinden in zijn boek Material matters, dat afgelopen december op de Nederlandse markt is verschenen en in 2017 ook in Duitse en Engelse vertaling zal uitkomen. Een jaar later, op 10 december 2018, precies 70 jaar nadat VN de universele rechten van de mensen afkondigde, wil Rau de ‘universele rechten van grondstoffen’ afkondigen. Die moeten niet langer in de anonimiteit wegzinken, maar een identiteit krijgen. ‘Want wat een identiteit heeft, gooi je niet zomaar weg.’ Dus moet elk product, elk gebouw volgens hem een identiteitskaart krijgen, een soort pas met een overzicht van alle materialen waaruit het bestaat. Zodat die materialen, als het product z’n tijd heeft gehad, niet verloren gaan, maar opnieuw kunnen worden gebruikt.

Het gemeentehuis in Brummen, een van de jongste projecten van Rau, heeft al zo’n pas: als het ooit wordt afgebroken, zijn de leveranciers verplicht om alle grondstoffen en bouwelementen terug te nemen. Ook de nieuwe hoofdvestiging van de Triodosbank bij Utrecht, die in 2018 klaar moet zijn, is niet alleen energiepositief, maar heeft zo’n grondstofpas gekregen. Hoewel het in dit geval behoorlijk lang zou moeten duren voordat het gebouw is uitgediend: Rau heeft het zo ontworpen dat de bank in een mum van tijd tot een wooncomplex met 16 appartementen kan worden omgebouwd. Architecten zouden altijd mee- en vooruit moeten denken. Alleen zo kunnen ze hun taak vervullen: de samenleving van binnenuit met positieve bijdragen veranderen. Want ‘architectuur loopt altijd vooruit op toekomstige behoeften,’ aldus de visionair onder de bouwmeesters.

Top