Authentieke communicatie in digitale media Geen simulaties meer

Digitale media kunnen helpen, de communicatie in de lessen authentieker te maken.
Digitale media kunnen helpen, de communicatie in de lessen authentieker te maken. | Foto (detail): WavebreakmediaMicro © Adobe Stock

In het vreemdetalenonderwijs worden communicatieve processen vaak gesimuleerd. Het doel zouden leersituaties moeten zijn, waarin authentieke interacties tussen echte personen in het middelpunt staan. Hierbij kunnen digitale media een belangrijke rol spelen.

Het klinkt zo eenvoudig: In plaats van verouderde leerboeken in het vreemdetalenonderwijs te gebruiken en communicatie in realiteitsvreemde situaties alleen maar te simuleren, kunnen met behulp van digitale media echte gesprekspartners virtueel in het klaslokaal gehaald worden. Aan de hand van onderwerpen uit de belevingswereld van de leerlingen kunnen ze op een authentieke manier talen leren. In Duitsland beklaagde Rainer Donath al in 1995, dat wij door didactische simulaties „een communicatiekarikatuur opbouwen, die geen recht doet aan de taalkundige of culturele werkelijkheid van het andere land.“ (Donath 1995: 46). Hij stelde voor om de „tweedehands informatie van de leerboeken, die altijd verouderd, vertekend en maar zelden authentiek zijn,“ (Donath 1995: 46) te vervangen door realistische communicatie, en begon met e-mail-projecten. Maar wat zo gemakkelijk en overtuigend klinkt, blijkt in de uitvoering complex en problematisch te zijn. Want de moeilijkheden beginnen al bij het begrip authentiek.

WAT IS AUTHENTIEK AAN AUTHENTIEKE COMMUNICATIE?

De roep naar authentieke communicatie wordt luid, omdat het vreemdetalenonderwijs vaak bepaald wordt door niet-authentieke communicatie. Het absurde hiervan geeft Loriot (1992: 94) in zijn televisiecursus „Deutsch für Anfänger“ („Duits voor beginners“) treffend in een karikatuur weer:
 
Viktor: Ik heet Viktor. Ik weeg 82 kilo.
Hij:      Ik heet Herbert. Mijn trein vertrekt om 19 uur 26.
Zij:      Dit is mijn man.
Hij:      Dit is mijn broek.
Viktor: Dit is mijn aktetas.
 
In extreme gevallen heeft de communicatie in de les maar weinig met authentieke communicatie buiten het leslokaal te maken: deze dient uitsluitend een vooraf vastgelegd didactisch doel (bijvoorbeeld het leren van voornaamwoorden). Er is geen intrinsieke motivatie voor een dialoog, hooguit een kunstmatig gecreëerde aanleiding voor een gesprek. De communicatie heeft geen inhoudelijke en al helemaal geen existentiële betekenis voor de eigen leefwereld.
 
Authenticiteit daarentegen wordt duidelijk in drie dimensies, die in aansluiting op Judith Bündgens-Kosten (2013) als volgt samen te vatten zijn: Communicatie is linguïstisch en cultureel authentiek, als deze zich niet aan de idealen en stereotypen van het leerboek, maar aan de talige en culturele realiteit oriënteert. Ze is functioneel authentiek, als er een echte gelegenheid is om met andere personen contact op te nemen, en als de uitwisseling niet uitsluitend het leerplan dient, maar ook voor de deelnemers zelf een betekenis heeft.
 
Deze korte, oppervlakkige schets verduidelijkt de vaak optredende spanning tussen authentieke en school-communicatie. Simpel geformuleerd: Hoe sterker de communicatieprocessen gedidactiseerd worden, hoe minder ze als authentiek ervaren worden. Tegen deze achtergrond kan digitale communicatie als een kans beschouwd worden, het vreemdetalenonderwijs een zo hoog mogelijke mate aan linguïstische, culturele en functionele authenticiteit te verlenen.

AUTHENTICITEIT VERSUS DIDACTISERING

Via gesproken berichten of in videoconferenties kunnen leerlingen echte gesprekken met anderen voeren. Via gesproken berichten of in videoconferenties kunnen leerlingen echte gesprekken met anderen voeren. | Foto (detail): twinsterphoto © Adobe Stock Een van de grootste omwentelingen in het internet was de stap van het consumenten-web 1.0 naar het participatieve internet van de social media: In de tijd van e-mail projecten golden chats, fora en videoconferenties nog als de exclusieve domeinen voor de nerds. Inmiddels zijn dit alledaagse activiteiten van Facebook-, Instagram-, Snapchat-, YouTube-, Twitter- en WhatsApp-gebruikers. Technisch is het nu heel gemakkelijk om authentieke communicatieprocessen in het vreemdetalenonderwijs op te nemen: Om online een gezamenlijk schrijfproject te starten, waarin leerlingen samen een tekst schrijven en erover discussiëren, is het voldoende om een Google-Docs-document met de bijbehorende vrijgave-opties aan te maken en de link te delen. Portals zoals fanfiction.de kunnen als uitgangspunt voor Social Reading dienen. Hierbij staan niet alleen de boeken in het middelpunt: Ook actuele bioscoopfilms of computerspellen kunnen de aanleiding zijn om eigen teksten te schrijven en/of zich hierover online uit te wisselen. Wie niet houdt van de openbaarheid van het internet, kan bij commerciële aanbieders zoals lectory in een besloten ruimte gezamenlijk boeken lezen, annoteren en bespreken. Facebookprofielen en -groepen zijn een uitnodiging om te communiceren. Zelfs simpele hashtags kunnen helpen bij het leren van een taal: zo is bijvoorbeeld bij Instagram rond #basicgermanwords een community ontstaan waarin kunstzinnige foto‘s van Duitse woorden zoals „Hähnchengrill“ of „Glühwein“ verzameld en besproken worden. Met blogs, die via diensten als Wordpress heel gemakkelijk in te richten zijn, kunnen veel van de genoemde functies gebundeld worden: Als digitale variant van een leesdagboek of een portfolio zijn ze een virtuele uitbreiding van het klaslokaal. Hiermee wordt potentieel het hele internet als publiek aangesproken (zie Schildhauer 2015). Populaire chatdiensten zoals WhatsApp bieden de mogelijkheid om gesproken berichten te sturen. Hiermee kan men in een tijdsafstand mondeling communiceren. Dit kan een voordeel zijn: Leerlingen hoeven niet spontaan op hun gesprekspartner te reageren en hebben genoeg tijd om hun mondelinge uitingen te bedenken. Ook videoconferenties (onder andere via Skype, Facetime, Hangouts) zijn intussen met iedere smartphone mogelijk.
 
De keerzijde van deze toegankelijke technische mogelijkheden is de moeilijke taak om authentieke communicatieprocessen didactisch succesvol te begeleiden. Voor leraren is het vooral moeilijk om het lessen zo vorm te geven dat leerlingen de communicatie niet als kunstmatig en gedwongen maar als authentiek waarnemen. Normaal gesproken wordt over een gemeenschappelijk onderwerp een communicatieve brug gebouwd: Dit kunnen bijvoorbeeld gedeelde interesses, locale bijzonderheden, actuele onderwerpen of identieke lesonderwerpen zijn. Er moet ook rekening mee worden gehouden dat authentieke schrijfprocessen in digitale media ergens tussen de mondelinge en schriftelijke communicatie liggen. Zo kan een tekstchat niet volgens de maatstaven van de Duden beoordeeld worden. Typisch voor authentieke communicatie is ook dat leraren op meerdere niveaus de controle verliezen: Zo kunnen leerlingen bijvoorbeeld samenvattingen niet zoals gewenst via e-mail versturen, maar simpelweg via WhatsApp naar hun Instagramprofiel verwijzen. Of ze voorzien de activiteiten buiten de „officiële“ videoconferentie om zonder het medeweten van de leerkracht via Twitter van commentaar voorzien. In uiterste gevallen kan authenticiteit ook betekenen, dat Duitse en Franse scholieren bij voorkeur in het Engels met elkaar communiceren.

TECHNIEK EN DIDACTIEK

Technisch is het door digitale media gemakkelijker dan ooit om authentieke communicatie te initiëren. Het blijft echter nog steeds moeilijk om authenticiteit in de gedidactiseerde les te waarborgen. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom Donaths oproep – stoppen met de simulaties in het vreemdetalenonderwijs – bijna een kwart eeuw later nog steeds actueel is. Dat het wel degelijk mogelijk is om in het vreemdetalenonderwijs authentiek te communiceren, bewijst het Duits-Nederlandse Videoconferentie-project GLAS (zie Langela-Bickenbach 2015), dat bij de Lehrerpreis 2018 in de categorie „Unterricht innovativ“ (Onderwijs innovatief) onderscheiden werd.
 

LiteratuUr

Bündgens-Kosten, Judith (2013): Authenticity in CALL: three domains of “realness”. In: ReCALL 25, uitg. 2, p. 272-285.
 
Donath, Rainer (1995): Schluß mit den Simulationen im Fremdsprachenunterricht. In: Computer&Unterricht 5e jg., uitg. 18, p. 46-51.
 
Langela-Bickenbach, Adriane (2015): GLAS-klar! - Austausch und Videokonferenzen mit der niederländischen Partnerschule. In: nachbarsprache niederländisch, uitg. 30, p. 4-25.
 
Loriot (1993): Deutsch für Ausländer. Ein Fernsehkurs. In: Ders.: Menschen, Tiere, Katastrophen. Stuttgart: Reclam 1992, p. 93-94.
 
Schildhauer, Peter (2015): Blogging our Way to Digital Literacies? A Critical View on Blogging in Foreign Language Classrooms. In: 10plus1: Living Linguistics, uitg. 1, p. 182-195.