Friederike Feldmann

Friederike Feldmann in gesprek met Rory MacLean

Rory MacLean with Friederike Feldmann. Copyright: Rory MacLean
Rory MacLean met Friederike Feldmann. Copyright: Rory MacLean
Friederike Feldmann (links)
met Rory MacLean
Ik ben geen elitair kunstcriticus. Ik kan Pollock van potsierlijk en Kirchner van kitscherig onderscheiden, maar ik formuleer geen afgetekende ideeën in hoogdravende bewoordingen die gewone stervelingen zoals ik maar nauwelijks begrijpen. Ik weet wat ik mooi vind en ik leer graag nieuwe dingen bij; dat is voor mij de belangrijkste rol van de kunst – de wereld in een nieuw licht laten zien.

Wat ik bijzonder boeiend vind, is hoe men het werk van een kunstenaar in de loop van zijn leven ziet evolueren. Ik hou ervan hoe een bepaald idee uit de kindertijd of een vonk van inspiratie verder groeit in de creatieve verbeelding. Ik bewonder de vrije denkers, die van het gewone iets ongewoons maken. De hoogste tijd om kennis te maken met Friederike Feldmann, zeker nadat een bevriende verzamelaar me zei: “Ze is een eenzame strijdster, die altijd voluit haar eigen ding gedaan heeft. Maar ze is beminnelijk en steeds goedgeluimd. Haar werk is uitstekend.“

Op een stormachtige ochtend in de herfst beklim ik de vier trappen naar haar studio in Kreuzberg. Friederike verwelkomt me bij de deur, terwijl haar kat Paul achter de schildersdoeken duikt. Bij een kop koffie vertelt ze me dat ze uit Bielefeld afkomstig is, een van de meeste kleinburgerlijke en toch vrij grote steden van Duitsland. “Een stad met niets bijzonders”, zegt ze. “Het landschap onderscheidt zich in niets en het plaatselijke dialect al evenmin. Het oord is nog het beste gekend als thuisstad van Dr. Oetker, de grote yoghurt- en puddingfabrikant.” Behalve voor religieuze muziek, hebben haar deugdelijke, vlijtige ouders geen interesse voor moderne kunst. Maar als ze twaalf is, begint Friederike samen met een vriendin te schilderen: landschappen, stillevens, de hond van de buren. Een goed begin om een beeld van haar carrière te schetsen, denk ik, maar Friederike schudt het hoofd. Haar eerste schilderijen waren niet meer dan een tienergril. “Door het gezin waarin ik opgroeide, durfde ik geen kunstenares te worden”, zegt ze. “Het kostte me nog tien jaar van zoeken, scholing in visuele communicatie en werken als decorontwerpster, voor ik de moed vond mijn familie en mijzelf te zeggen: ik ben schilderes.”

Dat moment komt er aan de Berlijnse Kunsthogeschool, waar ze haar eindwerk bij de invloedrijke decorontwerper Achim Freyer maakt. Friederike besteedt dat jaar aan de deconstructie – de reductie – van het schilderproces. Ze begint met kleurige lijnen, verdicht die vervolgens tot zwarte lijnen en elimineert het schilderen uiteindelijk helemaal, door lijnen op grote stroken papier te naaien. Als ze op een avond zit te werken bij het licht van een naakte gloeilamp, vallen door de naaldgaatjes tientallen beelden van de gloeidraad op een ander vel papier. Onbedoeld heeft ze een camera obscura met meerdere lenzen gemaakt. “Dat vond ik echt opwindend”, vertelt ze enthousiast. Haar afstudeerwerk is een grote sandwich van transparant en zwart papier, dat laatste voorzien van honderden kleine en grotere gaten. Het werk ziet er op het eerste gezicht heel gewoon uit, maar eens het voor het venster van de galerie wordt opgehangen, ontstaat door projectie aan de transparante zijde een merkwaardig, interactief, veranderlijk patroon van wolken, de lucht, het venster en de gebouwen verderop. Haar Große Abbildung is anders dan alle schilderijen die men ooit heeft gezien. Ze is in elk opzicht de tegenhanger van het traditionele schilderij.

Foto van de Sammlung Feldmann. Copyright: Galerie Barbara Weiss, Berlijn

Omdat de Große Abbildung de realiteit op een willekeurige manier verandert, kiest Friederike – geheel overeenkomstig haar intuïtieve, zoekende en ambitieuze manier van werken – de beelden voor haar tweede grote werk zorgvuldig uit. “Omdat ik nooit kunst gestudeerd had, was ik niet goed op de hoogte van de moderne kunstgeschiedenis”, vertelt ze. “Om daarover het nodige te leren, selecteerde ik 150 schilderijen uit de laatste dertig jaar – zo oud was ik toen – en kopieerde die als aquarel op DIN A5-formaat.” Dat verbluffende werk, Sammlung Feldmann, biedt weer een perspectief dat rijk is aan facetten. Nog belangrijker is dat Friederike, door werken van moderne kunstenaars zoals John Cage, Blinky Palermo en Gerhart Richter te kopiëren, begint met iets waarmee ze de rest van haar leven zal bezig zijn: het naschilderen van schilderijen en archetypische afbeeldingen.

Tavarish carpet. Copyright: Galerie Barbara Weiss, BerlijnDankzij de Sammlung Feldmann krijgt ze een beurs van de Berlijnse senaat, zodat ze haar vestiairebaantje bij de Duitse Opera kan opgeven. Echt bekend wordt ze door haar succes op het invloedrijke Art Forum Berlin. Haar Orientteppiche (Oosterse Tapijten) vormen een hoogtepunt van het gebeuren en wekken de interesse van zowel verzamelaars als curatoren. Ook in deze reeks vervormt ze bekende beelden, ditmaal traditionele tapijtenpatronen, waarvan ze de expressieve kracht en het religieuze aanzien vastlegt in haar schilderwerk met dikke lagen olieverf. “Ik maak graag iets wat er op het eerste gezicht vertrouwd uitziet”, zegt ze, “maar wat bij nader inzien toch iets heel nieuws en onbekends is.”

Tien jaar later brengt haar overdonderende solotentoonstelling Neue Teppiche – Ten Years After haar terug naar haar geboortestad, in de ‘Kunsthalle Bielefeld’. Deze keer zien haar tapijten van siliconenverf op jute er versleten en schabberig uit, alsof de tijd nog slechts sporen van het patroon heeft achtergelaten. Ze laat zich opnieuw inspireren door haar leeftijd en wijst via het vervagende beeld op het verstrijken van de jaren. Dat plezier in de verandering en haar zelfironische bescheidenheid doen me lachen. Ik vraag Friederike of ze tijdens het werken in zichzelf zit te lachen. Haar zachte ogen met de zware oogleden, vol nieuwsgierigheid en kinderlijke kwetsbaarheid, lichten op. “Dat verklap ik niet”, gnuift ze. “Maar laten we zeggen dat het me veel inspanning gekost heeft om in mijn creatieve leven dit punt te bereiken.”

Tapijt uit 'Neue Teppiche - Ten Years After'. Copyright: Galerie Barbara Weiss, BerlijnTijdens en na de reeks Teppiche overstijgt ze alweer de grenzen tussen figuratieve en abstracte kunst. Ze houdt zich bezig met nog meer culturele clichés. Zo schildert ze bijvoorbeeld ingelijste alpentaferelen op de buitenmuren van berghuizen en maakt ze barokke altaardecoraties na in dikke strengen kleurige siliconenverf. Haar jongste werken zijn muurschilderingen waarin haar passie voor de deconstructie en de structurele elementen van het schilderen weer duidelijk tot uiting komt: het binnenvlak wordt volledig genegeerd en wat rest, is niet meer dan een ossenbloedrode rand op de muur.

“In mijn vroegere schilderijen ging het om culturele fenomenen”, zegt ze. “Maar in de nieuwere reeksen gaat het meer om het schilderen en tekenen zelf, om het scheppingsproces van beelden.”

Bij mij gaat steeds de alarmbel luiden wanneer kunstenaars de band met hun onderwerp en met hun hart dreigen te verliezen. Haar huidige werk, waarin ze ‘de ruimte tussen de penseelstreken’ onderzoekt, lijkt op de rand van het conceptuele te staan. Tegelijk raakt het mij door de betoverende fantasie van de kunstenares, haar vurige, onderzoekende geest en haar gevoel voor plezier.

“Ik analyseer mijn werk voortdurend, maar dan in beelden, niet in woorden. De woorden komen pas later. Zoals iedereen heb ook ik een gigantisch archief aan beelden in mijn hoofd. Men denkt vaak dat afbeeldingen en schilderijen niets met het alledaagse leven te maken hebben, maar dat klopt niet.”

Het werk van Feldmann heeft enerzijds aan mijn verwachtingen voldaan, maar anderzijds mij in de war gestuurd en mij een heel nieuwe kijk gegeven op altaren, tapijten, bekende en onbekende afbeeldingen. Ze heeft me geleerd de dingen te bekijken alsof ik ze voor het eerst zie. Dat is een geschenk.

Rory MacLean
november 2008

Alle afbeeldingen met vriendelijke toestemming van de Galerie Barbara Weiss, Berlijn

    Dossier: Media Art in Germany

    History, tendencies, names and institutions