Clemens Schick

Interview met Clemens Schick door Rory MacLean

Clemens Schick with Rory.  Copyright Alexander Schönuer
Clemens Schick with Rory.  Copyright Alexander Schönuer
Wat brengt een kind ertoe, iemand anders te willen zijn? Hoe leidt een kinderfantasie tot mega-dollar James Bond actiefilms en een onemanshow in Afghanistan? Om een antwoord op die vraag te bekomen, ontmoet ik Clemens Schick, een van de meest diepzinnige, toonaangevende jonge protagonisten van Duitsland op het podium en op het grote doek.

“Toen ik twaalf was, wou ik naar het circus”, lacht Schick, en zijn koele blauwen ogen glinsteren met pret. “Ik had een roman gelezen over circusartiesten en wou dat leven leiden. Destijds waren er drie goede scholen in Parijs, Boedapest en Oost-Berlijn. Ik stond paraat om er met mijn rugzak op uit te trekken, tot mijn ouders me tegenhielden en zeiden dat ik te jong was om van huis te wonen. Maar het was een oprechte hartewens en, later werd mij dat duidelijk, ook het moment waarop ik besloot acteur te worden.”

Zelfs terwijl hij aan zijn glas appelsap nipt in de ledenlounge bovenop het Soho House Berlin, straalt Schick een soort dreigende attractiviteit uit, met een zweem van een jonge Robert de Niro. Hij is in 1972 geboren, is groot, fit en ernstig, maar met een warme lach.

“Nog belangrijker is het feit dat ik acteur geworden ben door mijn fantasieën”, vertelt hij. “Mijn ouders waren van mening dat hun kinderen niet naar dezelfde school mochten gaan. Mijn oudste broer ging naar de school die het dichtst bij onze woning lag. Mijn zus ging naar een school die wat verder gelegen was. Ik was de jongste van vijf kinderen en had de langste afstand te overbruggen, een wandeling van ruim 35 minuten. Maar weet je, ik ging graag naar school, want onderweg creëerde ik verhalen in mijn hoofd. Soms deed ik alsof ik een prins was. Soms vocht ik voor het goede. In mijn hoofd was ik altijd de protagonist, ik leefde altijd in mijn droomwereld.”

“Op een dag voerden we op school een toneelstuk op, en ik stond op het podium en acteerde. Plotseling kregen die dagdromen die ik jarenlang beleefd had een lichaam – een echt leven.”

Nadat hij afgestuurd was, werd hij aanvaard aan de Academie voor Uitvoerende Kunst in Ulm, na een jaar besloot hij echter om monnik te worden.

“De toneelschool was heel anders dan wat ik er mij bij voorgesteld had”, zegt hij, “ik moest leren dansen, spreken, zelfs leren lopen, om “in mijn lichaam” te geraken. Voor mij was die ervaring te egocentrisch, te narcistisch. Ik wou deel zijn van iets dat groter was dan mezelf. Ik wou een uitdaging, en een of ander instinct zei me naar een klooster te gaan.”

Op 22-jarige leeftijd trad hij bij tot de oecumenische Taizé orde in Bourgondië en bleef er acht maanden.

„Was het mijn roeping? Had God mij geroepen om monnik te worden? Dat was de kernvraag. Ik geloofde dat dat het geval was. Zij niet. Uiteindelijk heb ik het niet gehaald. Maar de ervaring heeft me drie belangrijke lessen geleerd: ten eerste, mijn instincten te vertrouwen; ten tweede, de ontgoocheling van afwijzing te aanvaarden; en ten derde, het verdriet te leren kennen dat gepaard gaat met bijna een jaar lang zoveel van de wereldlijke schoonheid achter te laten.” Hij lacht opnieuw en geeft met een licht, bescheiden schouderophalen toe: “Ik kon niet celibatair blijven.”

Schicks houding schommelt tussen jongensachtige lichtzinnigheid en diepste concentrate. Je krijgt de indruk – tussen verschillende lachbuien door – dat hij diep in zichzelf delft om authentiek en oprecht te zijn.

Clemens Schick. Copyright Alexander SchönuerIn 1994 verhuisde hij naar Berlijn om aan de privé Berliner Schule für Schaupiel te studeren. Het collegegeld verdiende hij door als kelner te werken in een restaurant vlakbij de Freie Volksbühne, het legendarische theater “van het vrije volk”. Na de voorstelling kwamen de acteurs er vaak langs voor een maaltijd, en Schick raakte zo bevriend met Robert Hunger-Bühler, die tegenwoordig aan het Schauspielhaus Zürich verbonden is. Hij beloofde naar Schicks eindvoorstelling te komen kijken, en was zo onder de indruk dat hij hem bij vrienden aanprees. Nog geen twee maand later sloot Schick zich aan bij het Staatsschauspiel Dresden. In de loop van het daaropvolgende decenium werkte hij bij het Schauspiel Frankfurt, het Schauspielhaus Wien, de Schaubühne Berlin, het Staatstheater Stuttgart, het Schauspielhaus Zürich en het Deutsche Schauspielhaus in Hamburg.

“Een acteur kan niet alleen werken, het is daarom belangrijk door goede mensen omringd te zijn. Zoals een baby erop aangewezen is dat zijn ouders hem te eten geven, is een acteur afhankelijk van de tekst, de regisseur, de set en het kostuumdesign. Ik heb heel, heel veel geluk gehad met mijn collega’s. Ik heb met Sandra Strunz samengewerkt bij het Kampnagel in Hamburg, met Christian Stückl, die de Oberammergauer Passionsspiele nieuw leven heeft ingeblazen en nu het Münchner Volkstheater leidt. Aan de Schaubühne werd ik geregisseerd door Edith Clever, die een zeer strenge aanpak heeft en mij tijdens een repetitie ooit eens vroeg “Wat doe je daar met je linker pink?” Wanneer je met dat kaliber van professional samenwerkt, heeft de kunstenaar een echt potentieel om te groeien.”

In het 2006 seizoen – op 34-jarige leeftijd – speelde Schick hoofdrollen in een half dozijn toneelstukken, daaronder Richard III, Twelfth Night en Cat on a Hot Tin Roof.

“Het werk was vervullend, maar ik voelde dat ik afwisseling nodig had. Ik had een fantasie – misschien sedert mijn wandelingen naar school als kind – dat ik in films de jonge held mocht spelen. Dus besloot ik het ensemble te verlaten. Een maand later kreeg ik een rol in Casino Royale aangeboden.”

Na de James Bond remake met Daniel Craig volgden tientallen televisierollen en Schick werd een vetrouwd gezicht op het beeldscherm. Hoewel hij enorm succesvol was, in de beste hotels overnachtte, door de tv-executieven met de grootste zorgen omringd werd, realiseerde hij zich dat hij ongelukkig was.

„In televisie was de tekst vaak slecht, de plot gekunsteld, de projecten zo triviaal. Weer werd ik mij ervan bewust dat ik werk wou doen dat mij raakte, mij uitdaagde, waardoor ik mij verder kon ontplooien.”

Zoals voordien reageerde Schick door naar zijn instincten te luisteren, en niet de gemakkelijke weg te nemen.

Vlak na de James Bond film verscheen hij in de no-budget studentenfilm Aufrecht stehen. Tegelijkertijd ging zijn werk in een meer openlijk politieke richting, zoals het geval was in Windows..., een onemanshow die een venster opent naar de ziel van Microsoft oprichter Bill gates. Schick heeft het stuk opgevoerd in Hannover, Salzburg, Hollywood en vorig jaar in Afghanistan.

„Wij Duitsers hebben een moeilijke verhouding met de krijgsmacht. Twee jaar geleden realiseerde ik me dat niemand in Duitsland – ook ik niet – over onze rol in Afghanistan sprak. Mijn doel was dat mijn opvoering voor de Duitse ISAF eenheid de discussie tussen de militairen en het grote publiek zou aanwakkeren.”

Vorig jaar heeft hij met Sergej Moya, een inspirerende 22-jarige regisseur, drie low-budget films gedraaid, daaronder Die blaue Periode en Transit. In de tien dagen voor onze ontmoeting was hij tijdens opnamen voor de internationale speelfilm The Burma Conspiracy 41 keer uit een vliegtuig gesprongen.

Film poster for Cindy liebt mich nicht„Ik heb steeds weer vastgesteld hoe belangrijk werkrelaties voor mij zijn. Wanneer het goed zit, voelt het wat aan als verliefd worden.”

De reis van kinderdroom naar glanzende internationale carrière berust – ten minste voor Clemens Schick – op moed, vastberadenheid, eerlijkheid, bekwaamheid en de capaciteit naar zijn instincten te luisteren. “Voor mij is de combinatie van instinct en vaardigheid doorslaggevend”, zegt hij. “Maar instinct zonder vaardigheid is niets.”

Tijdens ons gesprek gebruikt Schick twee keer de uitdrukking „zijn mannetje staan“. Dit betekent te voldoen aan zijn eigen eisen, niet te verzwakken in een moeilijke situatie, voet bij stuk te houden.

Ik wacht vol fascinatie af welke nieuwe uitdaging Clemens Schicks hart, ziel en verbeelding zal weten aan te spreken.

Rory MacLean
Juli 2010
Links over dit onderwerp

Weblog: Rory’s Berlin-Blog

Rory MacLean Weblog
Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

Jeugd in Duitsland

Mode, muziek, outfits, politieke voorkeuren: wat doet de Duitse jeugd?