Monika Gintersdorfer

Interview met Monika Gintersdorfer door Rory MacLean

Copyright: Gintersdorfer Klaßen
Copyright: Gintersdorfer Klaßen
„Wij doen niet aan perfectie“, zegt Monika Gintersdorfer mij in de foyer van het Deutsches Theater in Berlijn. “Er is nooit een definitief script, er is geen stuk van perfecte duur. Ons werk verandert met elke nieuwe deelnemer, met elke nieuwe locatie. Het is nooit af. Het is altijd in beweging.”

In mijn boeken, films en online werk heb ik er altijd naar gestreefd het moment vast te leggen. Ik schrijf over mensen en plaatsen in een overgangsfase, om de vluchtige momenten des levens vast te grijpen en ze op papier of op het scherm te bewaren. In dat opzicht ben ik zowel kroniekschrijfster als auteur, ik leg namelijk het vergankelijke vast (en manipuleer het), zodat het niet verloren gaat.

Monika Gintersdorfer – bruisend, dynamisch, met lang ravenzwart haar en 42 jaar oud – wordt door een ander doel gedreven. Als grensgangster en een van de meest fysieke Duitse regisseusses is haar motivatie niet het louter documenteren, in de zin van een herhaling van de oorspronkelijke gebeurtenis – “dat is voor mij bullshit” – maar is het haar om provocatie en het stellen van vragen te doen. Zodra ze dan een antwoord gevonden heeft, verandert ze de vraag, stelt ze de vraag op een andere manier, en creëert zo steeds weer iets nieuws.

“Deze zomer werpt het werk van de voorbije vijf jaar zijn vruchten af, met voorstellingen in Abidjan, Berlijn en Hamburg, alsook in Helsinki en Rwanda”, zegt ze. “Je ontmoet mij dus op een zeer gelukkig moment.“

Gintersdorfer kwam in Peru ter wereld en groeide op in Essen, in de buurt van Bochum. Op 12-jarige leeftijd nam haar moeder haar mee naar het Schauspielhaus in Bochum om Pina Bauschs Macbeth te zien. De interpretatie van de inspirerende choreografe had weinig met Shakespeare te doen, maar de shockerende, indringende intensiteit van de opvoering betoverde Gintersdorfer.

„Mijn moeder had het verhaal vooraf uitgelegd, maar ik zag alleen mannen en vrouwen die op kasten klommen en in reusachtige plassen water sprongen”, zegt ze. “De dansers waren bruut en lyrisch, en openbaarden voor mij een heel nieuw concept van mannelijk en vrouwelijk. Het publiek juichte hen toe en jouwde hen uit, en die avond begreep ik dat het theater een plaats met geheel andere regels kon zijn. Ik was helemaal niet teleurgesteld dat ik niet de eigenlijke Macbeth gezien had.”

Gintersdorfer werd een regelmatige schouwburgbezoekster, ze wou echter niet toegeven dat ze graag een opleiding tot regisseuse wou volgen. Ze kwam niet uit een artistieke familie en had het gevoel dat ze haar doel via omwegen moest zien te bereiken, door germanistiek en theaterwetenschappen te studeren. In 2000 schreef ze zich dan in voor de studierichting regie aan de Hamburgse Hogeschool voor muziek en podiumkunst (Hochschule für Musik und Darstellende Kunst).

„We hadden cursussen over zoveel thema’s – enscenering, ademhaling, rechten en verlichting – dat ik uiteindelijk het gevoel had niets aangesneden te hebben. Enkel mensen met een echt gevoel voor kunst hebben er iets bereikt. Op het einde van de opleiding brachten de meeste deelnemers een klein toneelstuk. Ik kon dat destijds niet. In plaats daarvan vond ik een groot ondergronds industrieterrein en heb het getransformeerd: we werkten met wat we er aantroffen en veranderden, we plantten gras, lieten planten sterven, en hielden er optredens.”

Ik vraag of ze een publiek hadden en ze lacht: “We hebben een keer een publiek meegebracht, maar belangrijker waren de werknemers van het industriecomplex. Ze zagen ons er nooit werken, vonden alleen sporen van ons en dachten dat we een sekte waren. Ze hadden angst voor ons. Zij waren ons publiek.”

Aan het Deutsche Schauspielhaus in Hamburg werkte Gintersdorfer dan voor opmerkelijke talenten zoals Frank Baumbauer, Wilfried Schulz en Christoph Schlingensief.

“Hunnentwege was dat voor mij een rijke – en verrassende – periode. Ik bracht een monoloog, Radio noir getiteld, en verkocht het nog tijdens de premièreavond aan drie schouwburgen.”

In 2001 regisseerde ze Bedbound aan de Kammerspiele München, en werd voor haar regie bekroond met de prestigieuze Gertrud-Eysoldt-Ring.

Copyright Gintersdorfer KlaßenNa verloop van tijd gebruikte ze niet meer de teksten van anderen, maar vormde samen met Jochen Dehn het kunstenaarscollectief Rekolonisation, een informele groep van kunstenaars, vrienden en zelfs buren. Samen creëerden ze spontante straatacties, vol humor en met een vleugje anarchie, zoals in de kortfilm Ausziehen, waarin Gintersdorfer en Dehn een appartement enkel met hun lichaam, een braadpan en een keukenmes vernietigen. De film werd door tientallen festivals uitgenodigd.

In 2002 brak in de Ivoorkust de burgeroorlog uit, en de echtgenoot van Gintersdorfer zat in het West-Afrikaanse land vast. Uit bezorgdheid voor hem en als reactie op de Europese onverschilligheid tegenover het conflict organiseerde ze, samen met Rekolonisation, een reeks van ongeveer 100 acties op de straten van Hamburg. Het onuitgesproken doel ervan was het publiek bewust te maken van het onderscheid tussen “goed beschermde en minder goed beschermde” maatschappijen.

„Met Rekolonisation probeerden we een snelle manier van werken te vinden. We wilden geen tijd verspillen met het zoeken naar een script, het inzamelen van geld, het houden van repetities. We wilden op een en dezelfde dag van idee naar opvoering gaan. We wilden ruw, hard en snel zijn. Soms zorgden we zelfs niet voor een publiek.”

“We wilden de opvoeringen niet te gekunsteld of flagrant politiek maken. Het doel was “situaties te transporteren” van de ene plaats naar de andere. Elke handeling moest in een zin kunnen worden samengevat, zoals vluchten door weg te zwemmen, ongezien over straat sluipen, benzine van de zwarte markt op straathoeken verkopen.”

Ginterdorfers verbluffend innovatief werk trok meer en meer de aandacht, wat nieuwe samenwerkingen met het Schauspielhaus in Hamburg en de Dresden Kunstgalerij met zich meebracht. Ze ontdekte Coupé Décalé, een muziek- en dansvorm, gecreëerd door zeven kunstenaars afkomstig van Ivoorkunst, die in Parijs in ballingschap leven.

Coupé Décalé, dat sterk beïnvloed is door Zouglou en Congolese ritmes, vermengt Afrikaanse samples en repetitieve, minimalistische arrangementen met een buitengewoon ironische, maar rake weergave van de gemaaktheid van de Europese bourgeoisie. De dj’s, die zich zelf de “Jet Set” noemen, creëeren tijdens hun shows in de nachtclubs een denkbeeldige parallelle maatschappij waarin ze welgesteld en machtig zijn, waarbij ze het publiek trakteren op champagne en contant geld, en zich zelf namen geven zoals Lino Versace, Papa Ministre en Diamond Guru. Coupé Décalé was een populaire reactie op de armoede van de immigranten en op een oorlog die de meeste burgers van Ivoorkust niet wilden. De beweging werd door West-Afrikanen enthousiast onthaald. Ze verhieven “le Président” van de Jet Set tot een veel hogere status dan die van zijn naamgenoot in het presidentiële paleis van Abidjan.

Copyright Gintersdorfer KlaßenSamen met choreograaf Franck Edmon Yao, alias Gadoukou la Star, en beeldend kunstenaar Knut Klaßen richtte Gintersdorfer in 2005 een multinationaal ensemble op, om theatervertoningen en videoprojecten in Duitsland tot stand te brengen. Tot hun “toneelspelen” behoren Logobi, Très très fort en het expressieve Othello, c’est qui, dat twee acteurs begeleidt doorheen een verzameling van verschillende culturele perspectieven. Er wordt gespeeld met het feit dat Othello, een van de meest bekende zwarte rollen in het Westen, in Afrika nagenoeg onbekend is.

Het stuk Rue Princesse, dat in september in het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn vertoond wordt, en in oktober in Kampnagel Hamburg, is de tot nu toe grootste weergave van Ivoriaanse cultuur in Duitsland.

“Zoals vroeger werken we nog altijd snel, we brengen musici, dj’s en dancers uit Afrika en Europa samen, beperken ons tot vier dagen repetitie, treden in nachtclubs en op politieke trekpleisters op, we maken geluidsopnames, houden alles fris door steeds weer de context te veranderen.”

Terwijl we in het Deutsche Theater tot ’s middags verder keuvelen, daarbij de rol van de kunstenaar aanspreken en over motivatie en innovatie discuteren, twijfel ik er niet aan dat Monika Gintersdorfer het Duitse theater zal blijven enthousiasmeren en doen opleven.

Rory MacLean
Augustus 2010

    Weblog: Rory’s Berlin-Blog

    Rory MacLean Weblog
    Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

    Jeugd in Duitsland

    Mode, muziek, outfits, politieke voorkeuren: wat doet de Duitse jeugd?