Jan Wagner

„Een groot mogelijke vrijheid binnen de meest enge ruimte” – lyriek van Jan Wagner

Jan Wagner; © Berlin VerlagJan Wagner; © Berlin Verlag Jan Wagner behoort tot de belangrijkste Duitstalige lyrici van de jongste generatie. Hij werd meermaals bekroond voor zijn precieze taalgebruik, zijn harmonieuze beelden en zijn moeiteloze spel met vormen. Hij verleent Goethe.de een blik in zijn schrijfatelier.

Mijnheer Wagner, waaruit bestaat voor u de bekoring van gedichten?

Een paar vierkante centimeter wit papier, bedrukt met een handvol woorden, meer is er niet nodig om enorme afstanden in tijd en ruimte te overwinnen. Ik sla de pagina om – en een Chinese dichter van de Tang dynastie spreekt mij plots aan vanuit het hart.

Een gedicht harmoniseert op een heel kleine vlakte een maximum aan taalkundige middelen, een maximum aan muziek en betekenis. Een gedicht brengt tegenstellingen en paradoxen, ogenschijnlijk onverzoenbare elementen, samen. Daarbij behoudt het steeds de fundamentele poëtische deugden van verrassing, speelvreugde en het overtreden van regels – en schept zo de grootst mogelijke vrijheid binnen een zeer kleine ruimte.

Handschoen in de goot

Cover des Buchs ‚Guerickes Sperling’; © Berlin VerlagEnkele titels van uw gedichten zijn „frostschutz“ (antivriesmiddel), „dung“ (mest), „salat“(sla) of „teebeutel“ (theebuiltje). Kunt u over eender welk thema dichten?

Dat zou natuurlijk heerlijk zijn, maar kan ik niet met zekerheid beweren. Wat wel vast staat, is dat over principieel alles een gedicht kan worden gemaakt. Net de vermeend banale dingen, die in het dagelijkse leven zo gemakkelijk over het hoofd gezien worden, kunnen plots poëtische kwaliteiten onthullen – misschien net omdat ze op het eerste gezicht zo onopvallend zijn.

Wie erop uit is een gedicht over een groot thema zoals vrijheid te schrijven, zal hoogstwaarschijnlijk falen, misschien in de rommel blijven steken. Maar wie zich concentreert op een handschoen die iemand in de goot heeft laten vallen, zal onder omstandigheden een prachtig gedicht over vrijheid tot stand brengen.

De bekoring van vuile rijmen

Cover des Gedichtbands ‚Probebohrung im Himmel’; © Berlin Verlag U staat bekend voor een “verbluffende vormbeheersing”. Wat komt het eerst, de idee voor de inhoud of voor de vorm?

Met de vorm gaat het net zoals met de grote thema’s: het is mijn ervaring dat het voornemen een sonnet of een sestine te schrijven, het gevaar te falen met zich meebrengt: het gedicht wordt dan immers vanaf het eindpunt bedacht, er wordt een vorm ingevuld, in plaats van het gedicht vorm te laten krijgen.

Ik schijf vrije verzen, maar maak tegelijkertijd ook gebruik van oude vormen. In tegenstelling tot vele andere lyrici ervaar ik die oude vormen niet als een beperking, maar eerder als een verruiming van uitdrukkingsmogelijkheden. Het zou een verlies van vrijheid betekenen, niet open te staan voor zulke varianten. Wanneer je ze niet als verplichting ziet, maar als spel, dan worden deze vermeend restrictieve vormen korsetten, waarin je, paradoxaal genoeg, bijzonder goed kunt ademen.

Het begint dus eerder niet met de grote vorm, maar kan onder omstandigheden met kleinere vormelijke ideeën beginnen: een verrukkelijk vuil rijm, een enjambement, een woordspeling.

Alle woorden gelijk behandelen

Cover des Gedichtbands ‚Achtzehn Pasteten’; © Berlin VerlagHoe moet lyriek zijn om u te behagen?

Verrassend en nieuw, omdat poëzie iets zegt zoals het voordien nog nooit werd gezegd. En toch moet het zo overkomen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is het op die, en enkel op die, manier te formuleren, alsof men tot nu toe enkel verzuimd heeft het zo te bekijken en uit te drukken, maar altijd al aangevoeld heeft dat het zo moest zijn. Pretentieloos, maar gebruik makend van alle middelen. Divers en ingewikkeld, maar niet willekeurig.

En niet op een pointe uitlopend, dat betekent: het gedicht niet misbruiken als medium voor een mening of zienswijze. In gedichten die mij bevallen schijnt er een bewustzijn door voor het eigen medium, voor de mogelijkheden en onmogelijkheden van de taal – zonder dit expliciet tot onderwerp te maken of daardoor hoegenaamd het zinnelijke, de relatie met de wereld te verliezen.

Waarom schrijft u in uw gedichten alle woorden met kleine letter?

Om twee redenen. Enerzijds om alle woorden gelijk te behandelen, en aan geen enkel woord meer belang te hechten dan aan andere woorden, enkel en alleen omwille van zijn verschijningsbeeld. Ten tweede creëer je net daardoor bepaalde dubbelzinnigheden, die het gedicht ten goede kunnen komen, zoals pakweg het woord “regen” (regen), dat zowel als “neerslag” (Niederschlag), als werkwoord (“sich regen” : zich verroeren), of ook als adjectief (meervoud van “rege”: druk) kan gelezen worden.

Gestrand aan Lüneberg

Uw collega Harald Hartung heeft geschreven: „Wagner kan veel, en hij is slim genoeg om te weten, dat hij niet alles kan.“ Wat kunt u niet?

Er is veel dat ik niet kan. Er zijn ook veel dingen die ik nog helemaal niet uitgeprobeerd heb, waarvan ik, gelukkig, nog geen vermoeden van heb. Ik heb een half jaar in Lüneburg gewoond en aan een reeks gedichten over de stad gewerkt, zonder enig bevredigend resultaat. Blijkbaar kan ik dus geen gedichten over Lüneberg schrijven, zoveel lijkt zeker.

Hoe ziet u de toekomst van de lyriek?

Telkens in het volgende, nog te schrijven gedicht. Er is altijd alleen maar dit ene gedicht, dat nog niet bestaat, maar waarheen alles gestuwd wordt.

Geselekteerde Bibliografie 

Probebohrung im Himmel. Berlin Verlag, Berlin 2001. ISBN 9783827000712.

Guerickes Sperling. Berlin Verlag, Berlin 2004. ISBN 9783827000910.

Achtzehn Pasteten. Berlin Verlag, Berlin 2007. ISBN 9783827007216.

Der Wald im Zimmer. Eine Harzreise. (In samenwerking met Björn Kuhligk.) Berliner Taschenbuch Verlag. Berlin 2007. ISBN 9783833304378


Dagmar Giersberg
voerde het gesprek. Zij is freelance journaliste en woont in Bonn.

Copyright: Goethe-Institut e. V., Online redactie
April 2009

Hebt u nog vragen over dit artikel? Contacteer ons!
online-redaktion@goethe.de

 

Links over dit onderwerp

Encounters

The World Through the Eyes of German Authors