Portret van Saša Stanišic

Schrijven tegen het verdwijnen - Saša Stanišic

Saša Stanišić; © Katja Sämann


Saša Stanišić, opgegroeid in Bosnië-Herzegovina en in Duitsland, schrijft een ongebruikelijk soort heimatroman. Zijn roman „Vor dem Fest“ werd in 2014 bekroond met de prestigieuze prijs van de Leipziger Buchmesse.

Men moet zich Saša Stanišić voorstellen als iemand die aan de ene kant een beetje verlegen en opvallend beleefd is, aan de andere kant heel open en spontaan en oprecht nieuwsgierig. Al deze eigenschappen hebben ook iets met zijn biografie en met zijn schrijven te maken. Want zonder zijn wil en vermogen om mensen zover te krijgen dat ze hun verhalen aan hem vertellen en zonder zijn interesse voor de zorgen, behoeften, ideeën en rare kronkels van anderen zou Stanišic nooit zoveel succes hebben gehad in Duitsland - een land waarvan hij zich de taal op een hoogst originele wijze eigen heeft gemaakt. Hij zou er niet in zijn geslaagd twee romans te schrijven die uitsteken boven de boeken van zijn generatie. Ze zijn doordrenkt van ervaringen en hebben een stijl die recht doet aan die ervaringen.

Sprookjesachtige toon

De in 1978 in Višegrad geboren Saša Stanišic was veertien toen hij met zijn ouders – zijn moeder was Bosnisch en zijn vader een Serviër - voor de burgeroorlog vluchtte naar Heidelberg, waar al een oom woonde. Daar bezocht hij een internationale school en had het geluk een leraar Duits te treffen die zijn artistieke talent herkende en stimuleerde. In 2006 verscheen zijn debuutroman Wie der Soldat das Grammofon reparierte (Hoe de soldaat de grammofoon repareert, vertaling Annemarie Vlaming, Uitgeverij Anthos), een boek dat enerzijds put uit zijn autobiografische schat aan ervaringen met oorlog, vluchten en opnieuw beginnen, anderzijds in hoge mate fictief is. Alexander, de jonge ik-verteller, verhaalt op een sprookjesachtige toon over zijn familie, de feestelijke maaltijden, roddels en over de geborgenheid van een opgroeiend kind. Het is een geborgenheid in een goede tijd, die verbroken wordt door de dood van de grootvader en het uiteenvallen van de veelvolkerenstaat. Er loopt een breuk door de roman, de breuk van een kindertijd die wordt verstoord door de wisselvalligheden van de geschiedenis.

Het is een op het eerste gezicht verrassende, maar bij nader inzien logische wending dat Stanišic in zijn tweede roman probeert deze breuk niet geografisch maar thematisch te repareren. De schrijver vertelt hoe hij op het idee is gekomen voor Vor dem Fest: hij bezocht een keer de begraafplaats van een dorpje vlak bij zijn geboortestad Višegrad, en toen hij daar op bijna de helft van de grafstenen zijn eigen achternaam las, drong het opeens tot hem door dat de verhalen van dit dorpje over afzienbare tijd zouden zijn verdwenen. Dat besef vormt de kern van de nieuwe roman. Vor dem Fest is een boek dat, net als zijn debuut, de strijd aanbindt met het verdwijnen. En het is opnieuw een heimatroman – een roman uit het nieuwe thuisland van Stanišic; een boek over Duitsland. Saša Stanišic wordt gewaardeerd door zowel lezers als literatuurcritici: voor zijn eerste roman ontving hij ook al verschillende prijzen en werd hij genomineerd voor de shortlist van de Deutsche Buchpreis. Wie der Soldat das Grammofon reparierte is in meer dan dertig talen vertaald. En ook Vor dem Fest is al bekroond met de Alfred-Döblin-Preis en de prijs van de Leipziger Buchmesse 2014.

Eén groot vertelfeest

Vor dem Fest speelt in Fürstenfelde, een klein dorpje in de langzaam ontvolkende uitgestrektheid van de Uckermark, een streek ten noordoosten van Berlijn. De jongeren vertrekken, de ouderen sterven. Maar voordat alles definitief verleden tijd is, is er nog het een en ander te doen. Een feest vieren bijvoorbeeld. Dat gebeurt al eeuwenlang: het Annafeest. ‚Wat we vieren weet niemand precies. Het is geen jubileum, er is niets dat afgelopen, of precies op deze dag begonnen is. Misschien vieren we gewoon dat dit allemaal bestaat: Fürstenfelde. En wat wij erover vertellen.‘ Stanišic ontwikkelt zich in deze roman tot een briljant verteller. Hij is geen ironisch-afstandelijke spotter, maar een begenadigd humorist, scène na scène. En hij heeft voor al zijn personages een onvoorwaardelijke sympathie. Hij neemt hen serieus, maar beschrijft hen met humor. Dat kom je zelden tegen.

Het is een reidans die hier wordt opgevoerd, een reeks korte eenakters, die thematisch met elkaar in een verband worden geplaatst. Daarmee doet Vor dem Fest denken aan Ingo Schulzes Simple Storys. Wat Stanišic in deze nogal beperkte tijdsduur uitvoert – de roman speelt in de 24 uur voor en tijdens het Annafeest – is een historische diepteboring van nu tot aan de 16e eeuw. Maar het is tegelijk een heel concrete inventarisatie van de Oost-Duitse gevoeligheden: een onthulling van mentaliteiten in een tijdperk na de ideologieën – met uitzondering van het kapitalisme, dat alle andere heeft opgeslokt. Bij Saša Stanišic zijn mens, dier en landschap in een universele poëtische ambitie met elkaar verbonden en aan elkaar gelijk.

Vor dem Fest bestaat uit gedurfde invallen. Die moeten aaneen worden gesmeed. En dat lukt dankzij een ongebruikelijk vertellersperspectief: het ‚wij‘ dat hier spreekt, is de collectieve stem van de streek. In zijn nawoord bedankt de schrijver de inwoners van Fürstenberg, Fürstenfelde, Fürstenwalde, Fürstenwerder en Prenzlau en de verschillende streekmusea, plaatselijke oudheidkamers en heimatverenigingen voor hun steun. Stanišic heeft daar tijd doorgebracht en de mensen met zijn vriendelijkheid aan het praten gekregen. En daar heeft hij een schitterende roman van gemaakt.
Christoph Schröder is freelance literatuurcriticus en schrijft onder andere voor de ‘Süddeutsche Zeitung’ en ‘Die Zeit’.

Copyright: Goethe-Institut e. V., Internet-Redaktion
April 2014

Hebt u nog vragen over dit artikel? Mail ons!
internet-redaktion@goethe.de
Links over dit onderwerp

Encounters

The World Through the Eyes of German Authors