Susanne Schädlich

Interview met Susanne Schädlich door Rory MacLean

Susanne Schädlich with Rory MacLean
Susanne Schädlich with Rory MacLean
Twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur is het van vitaal belang zich ervan bewust te zijn waarom het zo een belangrijke gebeurtenis blijft – door de vele levens te herdenken die door de arrogantie van de staat en de lafheid van individuen verwoest werden.

In de jaren 1970 was Hans Joachim Schädlich een rijzende ster aan de Oost-Duitse literatuurhemel. Zijn teksten waren echter te kritisch om in Oost-Duitsland gepubliceerd te worden. Zijn eerste boek werd het land uit gesmokkeld en in Hamburg gepubliceerd. Schädlich maakte zich zo onmiddellijk tot vijand van de staat. Zijn Oost-Duitse uitgeverscontract werd opgezegd. Hij verloor zijn job aan de Akademie der Wissenschaften (Academie der Wetenschappen). Zelfs een job als taxichauffeur werd hem geweigerd.

„Zoals veel kinderen van Oost-Duitse intellectuelen was ik eigenlijk altijd op mijn hoede“m vertelt zijn dochter Susanne Schädlich, 43, bij een dampend glas pepermuntthee, op een koude Berlijnse morgen. “Thuis spraken mijn ouders altijd openlijk over “dissidente” schrijvers. We keken West-Duitse televisie. Mijn vader organiseerde de bijeenkomst van Oost- en West-Duitse schrijvers, en tekende de petitie als protest tegen de uitzetting van dichter en zanger Wolf Biermann. Ik wist dus hoe ik mij buitenshuis te gedragen had.”

Haar vader werd bedreigd met gevangenisstraf, maar het Nazi-regime, dat zich Schädlichs vriendschap met Günter Grass bewust was, vreesde Westerse kritiek. In plaats van hem aan een showproces te onderwerpen, werd ook hem gewoonweg meegedeeld het land te verlaten. Vijf dagen na dit nieuws verhuisde Susanne met haar familie naar West-Duitsland.

“Van de ene dag op de andere veranderde mijn hele leven”, zegt ze. Ik moest mijn school, mijn vrienden, mijn geliefde grootmoeder achterlaten. Ik was omringd door mensen die weliswaar mijn taal spraken, maar ik voelde mij niet begrepen. Ik voelde mij verdeeld tussen twee oorden.”

Zelfs in ballingschap liet de Stasi de familie niet met rust. Agenten vielen hen voortdurend lastig, probeerden de vader te ontvoeren en Susanne te dwingen naar het Oosten terug te keren. Hans Joachim kreeg met psychologische problemen te kampen. Hij en zijn vrouw gingen uit elkaar. Pas na de verhuis naar West-Berlijn – waar ze zes jaar lang woonden – begon Susanne zich weer thuis te voelen.

„Berlijn was destijds een spiegel van mijzelf. Ik was verdeeld, maar bleef weerbarstig. Net zoals de stad was ik vastbesloten mijn eigen weg te vinden, wat er ook gebeurde.”

Susanne nipt van haar thee. De publicatie van haar literaire autobiografie Immer Wieder Dezember (Steeds opnieuw december) werd in Duitsland op kritische en commerciële bijval onthaald. Een recensent van Die Zeit beschreef het boek als een „leerboek over de Duitse naoorlogse geschiedenis“.

“Ik had mij niet voorgenomen het boek zo te schrijven”, vertelt Susanne. “Ik wilde over de kinderen schrijven die gedwongen werden de DDR te verlaten. Volwassenen zoals acteur Manfred Krug, schrijver Utz Rachowski, dichteres Sarh Kirsch en Berng Jentzsch brachten hun ballingschap zelf teweeg. Niemand vroeg hun kinderen of ze wilden vertrekken. Maar dan kwam ik de waarheid over mijn oom te weten.”

Oom Karlheinz was altijd aanwezig tijdens Susannes kinderjaren. Hij was heel graag gezien en een charismatische persoonlijkheid: een rokkenjager en historicus die Engels sprak zoals de Queen, Britse tabak rookte en tweed droeg. Hij flirtte met kunstenaars en voerde tot lang in de nacht gesprekken in het appartement van de familie. Zijn idool was Kim Philby, de MI6 (Britse buitenlandse inlichtingendienst) dubbelagent die honderden Westerse inlichtingenofficiers aan de Sovjet-Unie verried.

In 1992, meer dan twee jaar na de val van de muur, ontdekte Hans Joachim dat zijn broer gedurende meer dan tien jaar zijn familie en vrienden bespioneerd had. Hij begon zijn carrière in 1974, toen hij een jonge overloper verraadde, wat vervolgens tot diens aanhouding en detentie leidde.

„Mijn oom had de keuze tussen goed en kwaad, en hij koos het kwade”, zegt Susanne. Ze benadrukt dat Karlheinz niet enkel zo handelde uit toewijding aan het communisme of uit geldzucht (de Stasi duldde dat hij naar het buitenland reisde en geld verdiende met kleine smokkeldeals). “Hij was hoogintelligent en misschien wist hij in de toenmalige DDR niet hoe hij die intelligentie kon gebruiken.”

Oom Karlheinz heeft zijn broer nooit zijn excuses aangeboden. Op voorstel van Hans Joachim belde hij zijn andere slachtoffers op en biechtte zijn daden op. Berouw leek hij niet te hebben. In 2006, kort nadat bekend werd dat hij ook Günter Grass bespioneerd had, schoot Karlheinz Schädlich zichzelf dood op een parkbank in Berlijn.

“Ik vraag mij voortdurend af: “Waarom heeft hij ons verraden? Hield hij van ons of deed hij heel zijn leven alsof? Het was net een Griekse tragedie.”

Naar aanleiding van zijn zelfmoord verweten verschillende kranten de familie een gebrek aan vergevingsgezindheid. Susanne was verontwaardigd over deze aantijging, en daardoor veranderde het verdere verloop van haar boek.

„Het schokt mij hoe dit land met zijn daders omgaat“, geeft ze toe. “We worden aangemoedigd de schuldigen te vergeven, zodat we een nieuwe start kunnen nemen. Maar mijn oom handelde zoals hij handelde, omdat hij het wou. In het boek geef ik duidelijk weer dat hij geen slachtoffer van het systeem was.” Ze gaat verder: “Ik ben van mening dat individuen moreel moeten handelen. Duitsland heeft twee dictaturen achter de rug, en wanneer er niet eerlijk omgegaan wordt met de geschiedenis, kunnen we in diezelfde afgrond struikelen.”

Ik vraag Susanne hoe moeilijk het was om eerlijk over de Duitse Democratische Republiek te spreken.

„Oost-Duitsland was veertig jaar lang een dictatuur. Maar na 1961 deed het merendeel van de 17 miljoen burgers er niets tegen. Wanneer je mensen vandaag op dit feit wijst, wanneer je de waarheid zegt, voelen ze zich persoonlijk aangevallen. Ze voelen zich schuldig. Dat maakt het moeilijk om over dwang en lafheid te spreken. Bovendien leidt het tot een zekere nostalgie, of “Ostalgie” (Oostalgie), voor het verleden, en de idealisering van de politieke realiteit in de DDR. Dat is gevaarlijk, gezien een aantal voormalige Stasi- leden en informanten hoge functies in de politiek en de openbare sector bekleden.”

Immer Wieder Dezember combineert Susannes spaarzame, secure proza met interviews en excerpten uit brieven en echte Stasi aktes, om een verhaal van openlijk verzet, hoop en verraad te schetsen, tegen de achtergrond van een uiteenvallende staat. Het geniale aan dit boek is dat Susanne het boek als een allemansverhaal opgesteld heeft. De naam van de familie wordt in de tekst nooit vermeld. De personages worden enkel bij hun voornaam genoemd. En in plaats van MIJN vader of MIJN oom verwijst Susanne naar DE vader en DE oom.

„Natuurlijk is het mijn verhaal, maar tegelijkertijd is het veelomvattender dan dat, en universeler”, legt ze uit. “Het is een etalage voor het verraad van een staat en zijn collaborateurs, en het lijden van veel mensen.”

Het boek brengt ook haar zoektocht naar haar plaats in de wereld in kaart. Na West-Berlijn studeerde Susanne Schädlich in Amerika en werkte er als vertaalster. Daar groeiden gaandeweg haar twee helften samen, net zoals dat bij Oost- en West-Duitsland het geval was.

„Er wonen in mij nu drie plaatsen: Oost-Duitsland, West-Duitsland en de Verenigde Staten. Thuis is voor mij een soort mozaïek. Thuis is daar, waar ik op dat moment ben, ongeacht mijn fysieke locatie.”

Inmiddels is ze naar Berlijn teruggekeerd, om haar deel ertoe bij te dragen dat de Duitsers niet vergeten.

“We kunnen niet met het verleden omgaan door een roze bril op te zetten”, zegt ze. “We moeten de moed vinden om de waarheid te zeggen.”

Rory MacLean
November 2009
Links over dit onderwerp

Encounters

The World Through the Eyes of German Authors