Op koopjesjacht

Geboren koopjesjagers - de Duitse obsessie met prijs

Copyright: picture-alliance/ dpa De lente is een merkwaardig seizoen in Duitsland: het is de enige tijd van het jaar dat er geen grote verkoopactie in de winkels plaats vindt.



De winterkoopjes, de zogenaamde “Winterschlussverkauf”, eindigen begin maart, terwijl de zomerkoopjes, de zogenaamde “SSV” reeds in juni beginnen, afhankelijk van wanneer de schoolvakantie begint. De najaarspromotie, de zogenaamde “Herbstaktion”, loopt tot Kerstmis. Het lijkt wel alsof de Duitsers enkel in hun zakken grijpen als ze zeker zijn van 40 procent korting. In de lente is dat anders, dan moeten de Duitsers hun toevlucht nemen tot hun beproefde spaargedrag.

Neem nu mijn vriend en buur Rainer. Hij is 69, gepensioneerd, maar nog steeds een succesvolle zakenman. Er staan drie auto’s voor zijn huis, allemaal BMW’s, zo krijgt hij korting. Om de andere zaterdag rijdt hij met een van zijn BMWs naar de Bahlsen koekjesfabriek, een 40 minuut durende rit dwars door Berlijn. Hij koopt er gebroken koekjes (slang voor “Kekse 2”). Ik kan daar begrip voor opbrengen – in de vroege jaren 1960 namen mijn ouders mij steeds mee naar de Bahlsen fabriek in Hannover-Linden. Ik kan mij nog aan de zoete bakgeur herinneren die ons op straat tegemoet waaide. Het was een era waarin mensen nog touw bewaarden, onder de invloed van de oorlogstijd en de naoorlogse schaarste.

Het schaamtegevoel is verdwenen

Rabattaktion, Copyright: www.pixelio.de/Foto: Claudia Hautumm Deze spaarmentaliteit is nooit helemaal verdwenen en komt nu weer tot leven, niet alleen omdat het lente is, maar omdat de mensen door de financiële crisis beseffen dat geld schaars is. Volgens consumptiesocioloog Kai-Uwe Hellmann heeft Duitsland op Europees vlak de geringste winstmarges in de kleinhandel.

Zo bevoorraadt de Aldi keten sedert 1945 de vele Duitsers die niet om vlotte reclame of merkartikelen geven. Wie bij Aldi zijn boodschappen doet, vist de no-name chipszakken uit een bruine kartonnen doos. De discountzaak houdt de prijzen immers laag door af te zien van vakkenvullers. Niemand beweert dat inkopen hier een zinnelijke ervaring is. Het bedrijf werd opgericht door de broers Karl en Theo Albrecht (“Aldi” staat voor Albrecht-Discounter), ze hebben hun ruimtes van bij het begin zodanig georganiseerd dat je er quasi met je ogen dicht je inkopen kunt doen. Koffie vind je bij de ingang aan de linkerkant, dan komt de confituur, daarna de koekjes – recht tegenover de wijnschappen. De twee broers, die de rijkste mannen van Duitsland geworden zijn, deelden het land in twee, Karl wou namelijk geen sigaretten verkopen in de Aldi winkels. Karl nam de zuiderse regio’s voor zijn rekening en bande tabak, Theo was voor het noorden bevoegd en verkocht sigaretten.

Aldi gold jarenlang als synoniem voor armoede. Tot bleek dat ook de middenklasse er winkelde, en de levensmiddelen, drank en schoonmaakmiddelen in zakken van modieuzere of duurdere winkels verpakte. De financiële crisis van 2008 heeft zelfs deze kleine truc veranderd. De schaamte is verdwenen, verdreven door de absolute noodzaak goedkoper te leven.

Op koopjesjacht, ofwel „Schnäppchen jagen“

Deze trend wordt maar al te evident in mijn welgestelde straat in Berlijn. Er is niet enkel Rainer, die gebroken koekjes koopt. Een van mijn buren gaat regelmatig op visite bij de veiling van gevonden voorwerpen, georganiseerd door het Berlijnse vervoersysteem. Hij is geobsedeerd door paraplu’s. In 1960 was het geen enkel probleem een ambachtsman te vinden om een gebroken paraplu te laten herstellen. Nu koopt hij ze goedkoop bij veilingen, tien stuks tegelijkertijd. De herstelcultuur bloeit in ieder geval. Snijders in het hele land floreren.

Dat gaat in de steden alvast ook op voor werkplaatsen die DVD-players en mobiele telefonen repareren. Twee jaar geleden zou men die toestellen nog weggeworpen hebben van zodra ze het niet meer deden. De zogenaamde koopjesjacht (“Schnäppchenjagd”) is een natuurlijk tijdverdrijf geworden. De Engelsen jagen op vossen (of zouden dat graag doen), de Zweden jagen op elanden, en de Duitsers maken jacht op Puma trainingspakken met 30 procent korting. Een familie uit onze straat plande hun terugkeer uit hun jaarlijkse skivakantie altijd zo, zodat ze enkele uren konden doorbrengen in de Adidas fabriek in Herzogenaurach – om er sportschoenen voor hun kinderen aan een verlaagde prijs te kopen. Dit jaar viel de skivakantie weg.

Hier valt een patroon te ontdekken: Duitsers zijn van nature geneigd om te sparen in plaats van geld uit te geven, en voelen zich in tijden van crisis schuldig over eender welke uitgaven die als luxueus zouden kunnen beschouwd worden. Is dit gierigheid of goede huishouding? De zorgvuldige omgang met geld werd altijd al aanzien als een Duitse deugd; in de Middeleeuwen kozen mannen hun vrouwen op basis van hun capaciteit gezonde erfgenamen ter wereld te brengen, en voor hun talent het huishoudbudget te beheren. Je kunt je afvragen of gelijkaardige principes vandaag nog van toepassing zijn. Wat gierigheid betreft – dit wordt niet langer als een ondeugd gezien. Een ogenschijnlijk effectieve reclameslogan van een Duitse elektronicasupermarkt die elektronica aan relatief voordelige prijzen verkoopt, luidt “Geiz ist geil!”, “Gierig is plezierig”. Natuurlijk is gierigheid geenszins plezierig, maar het is respectabel.

Deel van de genetische make-up van de natie

Sparmentalität, Copyright: www.pixelio.de/Foto: Rainer Sturm „Die sterke fixatie op prijs is typisch Duits“, zo socioloog Hellmann. De Fransen zijn bereid meer geld uit te geven voor goed eten, de Italianen en Spanjaarden vertrouwen en cultiveren hun buurtwinkels, die weliswaar duurder zijn, maar ook persoonlijker, de Britten doen discountwinkels af als zijnde voor de werkende klasse.

Er is een psychologische uitleg voor, waarom het zo moeilijk is het Duitse economische beleid te veranderen. De regering wordt door de VS en andere partners onder druk gezet om de nationale consumptie aan te zwengelen, in plaats van als wereldkampioen export (of tegenwoordig de nummer 2 na China) op zijn lauweren te rusten. „Geef meer uit, koop meer, importeer meer!”, zeggen Duitslands critici. Het herstel van de Europese economie hangt af Duitsers die meer geld in hun winkels uitgeven. Maar zal dit ook effectief gebeuren? Waarschijnlijk niet. Spaarzaamheid is niet alleen een Duits deugd – het lijkt ook deel uit te maken van de genetische make-up van het volk. Ze beginnen zelfs mij te bekeren: gebroken biscuits smaken net zo lekker als de intacte versie, en dat aan de helft van de prijs.

Roger Boyes
is Duitsland correspondent voor het Britse dagblad „The Times“. Hij woont al 20 jaar in Duitsland en schrijft de column „My Berlin“ in de „Tagesspiegel“. In zijn boek „My dear Krauts“ beschrijft hij met typisch Britse humor de eigenheden van het dagelijkse leven in Duitsland.

Vertaling: Christiane Wagler
Copyright: Goethe-Institut e.V., Online redactie
April 2010

Foto’s: „Grote verkoopactie“ © Claudia Hautumm / PIXELIO
„Koopjesjacht“ © Thorben Wengert / PIXELIO
„Spaarmentaliteit“ © Rainer Sturm / PIXELIO

Hebt u nog vragen over dit artikel? Contacteer ons!
online-redaktion@goethe.de

Links over dit onderwerp

Weblog: Rory’s Berlin-Blog

Rory MacLean Weblog
Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

Weblog: „Meet in Finland“

Onder „Meet in Finland“ kunt u lezen wat schrijvers en kunstenaars, die op uitnodiging van het Goethe-Institut een langere tijd in Finland doorbrengen, daar beleven.