Henry van de Velde Vormgever van de Moderne Tijd

Architect en designer Henry van de Velde werd in 1863 geboren in Antwerpen. In Weimar groeide hij uit tot de voorloper van een nieuwe stijl. Hij schiep harmonie tussen schoonheid en gezond verstand. Wij spraken over de “allround kunstenaar” met Thomas Föhl, doctor in de kunstgeschiedenis, speciaal vertegenwoordiger van de voorzitter van de Klassik-Stiftung Weimar en Van-de-Velde-expert.

Henry van de Velde (hier rond 1908) zag zichzelf als profeet van de overgang; Henry van de Velde (hier rond 1908) zag zichzelf als profeet van de overgang; | Foto: Louis Held © Klassik Stiftung Weimar Meneer Föhl, Henry van de Velde begon als schilder. Wat maakte dat hij in 1893 de schilderkunst opgaf om zich toe te leggen op toegepaste kunsten, woninginrichting en tot slot het ontwerpen van huizen?

Van de Velde was een vernieuwer en wilde in de breedte werken. Het voorbeeld van de Engelse Arts and Crafts-beweging zette hem er begin jaren 1890 toe aan zich op de toegepaste kunsten te richten. In de kenteringsjaren van de vroege moderne kunst, vanaf 1895, keek kunstzinnig Europa met groot enthousiasme naar deze Vlaming, die als geen ander in staat leek met woorden en daden de weg te wijzen naar een nieuwe tijd. Hijzelf beschouwde zich als een apostel van die esthetische toekomst, een profeet die de overgang verkondigde van een uitgeput tijdperk van historisme naar een nieuwe stijl die moest beantwoorden aan de “nieuwe mens” van Friedrich Nietzsche.

Op een soevereine manier overwon Van de Velde alle tradities. Hij negeerde de grenzen tussen kunst en ambacht en gaf met zijn canon vorm aan zowat elk aspect van het leven: huizenbouw, interieurinrichting, vormgeving van kleren en sieraden, maar ook van alledaagse voorwerpen, gaande van verlichtingsarmaturen en meubelen tot briefopeners. De “allround kunstenaar” bleef zijn leven lang trouw aan zijn overtuiging dat de vormgeving van een voorwerp des te volmaakter was naarmate ze beter aan de bedoeling van dat voorwerp beantwoordde. Hij vertrok daarbij steeds van het idee dat mooie dingen die in harmonie waren met hun omgeving, een opbeurende en verheffende werking hadden op de mens.

De schoonheid van alledaagse dingen

Door Van de Velde ontworpen ontvangkamer in het Nietzsche-Archief Weimar; Door Van de Velde ontworpen ontvangkamer in het Nietzsche-Archief Weimar; | Foto: Jens Hauspurg © VG Bild-Kunst, Bonn 2013 Zijn eerste grote successen beleefde hij in Brussel en Parijs. Vanaf 1897 had hij zijn eerste Duitse klanten. Al vrij snel kwamen de meeste van zijn opdrachtgevers uit Duitsland. Wat waardeerden zij zo aan zijn werk?

De eerste Duitse klanten stamden uit een kosmopolitische en intellectuele elite. Duitsland was in die tijd net als België een jonge, bloeiende staat. Men stond er meer open voor vernieuwing dan bijvoorbeeld in Frankrijk, waar men veel sterker vasthield aan traditie. De Duitse klanten van Van de Velde waren bemiddeld en waren vooral nieuwsgierig naar wat hij te vertellen had. Als een tovenaar opende hij hen de ogen voor de tot dan toe ongekende schoonheid van alledaagse dingen. Hij bracht vreugde in hun nieuw ingerichte woningen, die in een nu nauwelijks nog te begrijpen contrast stonden met de uitgeleefde woonvertrekken van hun ouders.

Van de Velde noemde zijn creaties “Nieuwe Stijl”. Zijn werk wordt doorgaans tot de Art Nouveau of Jugendstil gerekend. Hijzelf zei: “De tijd dat ranken, bloesems en vrouwen als ornamenten werden gebruikt, is voorbij.” Wat typeert zijn variant van de Jugendstil?

Henry van de Velde wilde absoluut niet over één kam worden geschoren met de andere vertegenwoordigers van de Jugendstil. Hij was van mening dat zijn ingrijpend nieuwe ideeën op het vlak van vormgeving onbekend terrein betraden en zowel door het gezond verstand als door de schoonheid werden gevoed. Ook abstractie en het plezier van steeds meer reductie gelden als trefwoorden.

Waarom vestigde hij zich in 1902 uitgerekend in de provinciale residentiestad Weimar?

Zijn verhuizing naar Weimar was een doordachte zet van graaf Harry Kessler en Elisabeth Förster-Nietzsche, om de provinciaal verstarde cultuurstad nieuw leven in te blazen. Voor Van de Velde zelf, als kunstenaar, was het belangrijk om na een reeks ontgoochelingen een nieuwe start te kunnen nemen. De plek was zorgvuldig gekozen, en zonder de traditie van Goethe en Schiller als achtergrond – maar ook en vooral de eigentijdse bloei van de filosofie met Friedrich Nietzsche – was hij allicht nooit naar Weimar getrokken.

Geestelijke vader van Bauhaus

Een Jugendstil ver weg van bloesems en ranken, door Van de Velde ontworpen bureau uit 1899, Germanisches Nationalmuseum in Nürnberg; Een Jugendstil ver weg van bloesems en ranken, door Van de Velde ontworpen bureau uit 1899, Germanisches Nationalmuseum in Nürnberg; | © VG Bild-Kunst, Bonn 2013 Opvolger van de Großherzogliche Kunstschule (Groothertogelijke Kunstschool) en de door Van de Velde geleide Kunstgewerbeschule (school voor toegepaste kunst) werd het “Staatliches Bauhaus Weimar”. Bij de oprichting daarvan in 1919 werd Walter Gropius directeur, op voordracht van Van de Velde, die zichzelf als geestelijke vader van het Bauhaus zag. Gropius’ concept van samenwerking tussen kunstenaars, ambachtslui en fabrikanten had hij naar eigen zeggen zelf al verwezenlijkt met zijn “Kunstgewerbliches Seminar” (werkgroep toegepaste kunsten) in Weimar. Volgens Van de Velde nam Gropius zijn streven over en verspreidde hij het. Was dat echt zo?

Dat was zeker zo, want zonder Van de Veldes vooruitziende appreciatie voor Walter Gropius als zijn opvolger was het Bauhaus nooit opgericht. Dan zou er gewoonweg geen Bauhaus zijn! Anderzijds ging de verantwoordelijkheid in Weimar na de oorlog over op een volgende generatie, die weer – net als Van de Velde in de jaren 1890 – verlangde naar een overwinning op datgene wat hen was overgeleverd. De leermethode van hun voorganger werd weliswaar deels overgenomen, maar er kwamen nieuwe doelstellingen.

Van de Velde verliet Duitsland in 1917. Daarna leefde hij nog 40 jaar. Hoe ontwikkelde zich in die periode zijn werk als vormgever?

Manchetknoop uit 1903, Klassik-Stiftung Weimar, bruikleen uit privébezit; Manchetknoop uit 1903, Klassik-Stiftung Weimar, bruikleen uit privébezit; | © VG Bild-Kunst, Bonn 2013 De kleine Vlaming had een tomeloze energie en een niet te blussen passie voor al wat nieuw en modern was. Hij bleef zichzelf opnieuw uitvinden en vond nieuwe uitdagingen, vanaf 1920 in Nederland en later in zijn vaderland België. Met de oprichting van zijn tot op vandaag bestaande kunst- en designhogeschool La Cambre (ter Kameren) in Brussel beleefde hij vanaf 1926/27 op gevorderde leeftijd nog maar eens een gedreven nieuw begin.

Hij bleef zeer actief tot 1943/44, en het blijft verbazingwekkend wat hij ook op hoge leeftijd bleef presteren. In 1947 verliet hij voor de laatste keer zijn geboorteland, om zijn levensavond in Zwitserland door te brengen. Zijn laatste werk waren zijn memoires, waaraan de meer dan negentigjarige tot aan zijn dood werkte. Van de Velde was een groot en historisch figuur. Zijn leven en werk blijven een wonder, getuige de duizenden kunstwerken en een nalatenschap die maakt dat we ook vandaag niet om hem heen kunnen.
 

Van-de-Velde-jaar 2013: Het Van-de-Velde-jaar 2013, waarin de 150ste geboortedag van deze ontwerper wordt gevierd, is in Thüringen en Saksen aanleiding voor heel wat tentoonstellingen en evenementen. De centrale tentoonstelling wordt geleid door Thomas Föhl: “Leidenschaft, Funktion und Schönheit. Henry van de Veldes Beitrag zur europäischen Moderne” (“Henry van de Velde - Passie, functie en schoonheid”), van 24.03 tot 23.06.2013 in het Neues Museum Weimar. De tentoonstelling reist vervolgens door naar Brussel, waar ze van 13.09.2013 tot 12.01.2014 te zien is in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Jubelparkmuseum).