Richard Wagner en Giuseppe Verdi Verdi, Wagner, ook nu nog

Giuseppe Verdi en Richard Wagner
Giuseppe Verdi en Richard Wagner | Fotos (montage): vrij van auteursrechten

In werkelijkheid hebben ze elkaar nooit ontmoet: Richard Wagner en Giuseppe Verdi, de hoofdfiguren van de Duitse en de Italiaanse opera in de 19e eeuw. Nooit hebben ze met mekaar gepraat. Dat is zo verrassend dat we het nauwelijks kunnen vatten. We zouden maar al te graag willen weten wat beide heren elkaar zouden hebben verteld.

Als we uitgaan van wat de als “tegenvoeters” beschouwde componisten werkelijk over elkaar gezegd hebben, dan moeten we concluderen: niet veel. En aangezien hun levenspaden elkaar steeds weer kruisten – in Parijs, Venetië, Wenen en elders – valt te vermoeden dat de grote muziekdramatici elkaar bewust meden. Een bezoek aan een opvoering van Verdi‘s Requiem in 1875 in Wenen leidde tot volgend niet bepaald sympathiek commentaar in het dagboek van Cosima Wagner: “’s Avonds het Requiem van Verdi bijgewoond. Ik kan er maar best niets over zeggen.” Voor Wagner behoorde Verdi tot het rijtje draaiorgelmuzikanten van de Italiaanse opera; enkel diens hoge honoraria leken op zijn collega indruk te maken.

“È matto” – hij is gek

Richard en Cosima Wagner Richard en Cosima Wagner | Foto: vrij van auteursrechten In omgekeerde richting zijn de verhoudingen wat ingewikkelder. Verdi interesseerde zich wel voor het werk van zijn collega aan de andere kant van de Alpen. Toen diens roem steeds groter werd, zorgde Verdi ervoor dat hij zijn teksten en partituren bemachtigde, zij het op een discrete manier. Maar voor de praktische muzikant telde alleen wat hij hoorde. Toen hij in Parijs de Tannhäuser-overture bijwoonde, was hij kort en meedogenloos: “è matto”, hij is gek. Maar voor de Italiaanse première van Lohengrin in 1871 reisde hij naar Bologna, waar hij de avond volgde met de pianopartituur in de hand en zijn commentaar noteerde in de marge. Anders dan Wagner stond hij open voor een gedifferentieerde mening: sommige dingen vond hij mooi, bijna alles te lang.

Wagner en de liefdesdood als hemelvaart

Beide hebben de opera veranderd, tegelijkertijd maar op een heel andere manier, en het loont de moeite die verschillen te verkennen. Zo bijvoorbeeld de omgang met het aspect duur: in Wagners muzikale drama‘s behoort het rekken van de tijd, en in latere werken zoals in Ring des Nibelungen (De Ring van de Neveling) of Parsifal zelfs het uitschakelen van het tijdsbesef, tot een strategie om het publiek zelf te veranderen. De schijnbaar eindeloze extasestroom van liefde en lijden van Tristan en Isolde leidt tot trance en aan het einde, met Isoldes “liefdesdood” tot een soort van hemelvaart, mild en zacht …

Bij Verdi bevat de dood weinig troost

Giuseppe Verdi Giuseppe Verdi | Foto: vrij van auteursrechten Leest men de soms barse aanwijzingen van Verdi aan zijn librettisten, dan ziet men een heel ander soort dramaturgie: Verdi wilde het steeds nog korter, nog dichter, nog compacter – indien mogelijk in één woord kort en krachtig duidelijk maken waar het om gaat. Verdi schrijft voor de wereld zoals hij is – een markt, waartoe ook de opera behoort. En hij ziet de wereld zoals hij is: onbarmhartig. Wanneer aan het einde van Aida de Ethiopische prinses haar ter dood veroordeelde geliefde volgt in de onderaardse grafkamer van een Egyptische tempel, om met hem te sterven, componeert Verdi dit niet zomaar als een liefdesdood, met wrangzoete trillende violen in de hoogste registers. Hij maakt ook hoorbaar waarom deze liefde tussen twee mensen, die politiek aan de verkeerde kant staan, in deze wereld niet mag bestaan: in de laatste maten horen we de laatste adem van Aida en Radamès, de vraag om vrede van de rivalen en het priesterkoor dat de “grote Phtha” aanroept. Zij zijn het die het doodsoordeel hebben uitgesproken, hun gezang is de muur die ook de liefde niet kan overwinnen, en de dood van de geliefden bevat weinig troost.

Bayreuth en de nieuw uitgevonden wereld

Verdi ziet en toont de wereld zoals hij is, hard en realistisch – en vaak genoeg geregeerd door waanzinnig toeval, de “macht van het lot”. Wagner, daarentegen, had aan de wereld niet genoeg. Hij wou een nieuwe wereld uitvinden, en omdat zoiets zijn krachten te boven ging vond hij dan maar een nieuw theater uit: het Wagnertheater in de stad Bayreuth was een poging om aan het “cultuurbedrijf” te ontvluchten. Ironisch genoeg bleek net dit, de oprichting van de Bayreuther Festspiele (festivals), achteraf een van de belangrijkste innovaties voor dat bedrijf: het bedrijf is zowat het beroemdste uithangbord ter wereld voor de Duitse cultuur.

Huilen in de opera

2013: tweehonderd jaar Wagner, tweehonderd jaar Verdi. Beide componisten hadden niet alleen een wezenlijke invloed op de geschiedenis van het muziektheater, ze drukten ook hun stempel op de eeuw waarvan ze tegelijk een verdichte uitdrukking zijn. Ons beeld van de 19e eeuw wordt onvermijdelijk mee gevormd door de opera. Dat Wagner en Verdi, slechts overtroffen door Mozart, tot op vandaag de podia domineren, heeft niet alleen te maken met de “onvergankelijke” dramatisch-muzikale kwaliteit van hun werken, maar ook met een diep verlangen naar grote gevoelens. Wagner en Verdi weten elk op hun manier, voor momenten die niet lang genoeg kunnen duren, de kloof te overbruggen die ons als mensen, beheerst door de dagelijkse drukte, van onze emoties scheidt. Daarom kunnen we huilen in de opera. Het is een huilen om iets wat we kwijt zijn: het hele, het grote, het mooie. En als het om gevoelens gaat, steekt er veel meer van die 19e eeuw in ons, dan wij als bewoners van een vervreemde moderne tijd vaak beseffen. Daarom: Wagner en Verdi, ook nu nog.