Internationaie Coproducties Een stuk levend Europa

Annemie Vanackere leidt sinds 2012 het Berlijnse theater Hebbel am Ufer (HAU)
Annemie Vanackere leidt sinds 2012 het Berlijnse theater Hebbel am Ufer (HAU) | © Dorothea Tuch

Het Berlijnse theater Hebbel am Ufer (HAU) wordt sinds 2012 geleid door Annemie Vanackere. Een gesprek over internationale netwerken en financiering door derden.

Mevrouw Vanackere, nieuw werk van de Griekse choreografe Kat Válastur, die in Berlijn woont, ging in april 2016 in het HAU 2 in première. Haar dansvoorstelling “OILinity” gaat over de aanwezigheid van olieproducten in het dagelijks leven. Maar die première werd niet mee gefinancierd door multinationale olieconcerns, of toch?

Zouden wij zoiets accepteren? Neen, alle gekheid op een stokje, Kat Válastur is een van de choreografen met wie we intens samenwerken. Ze bevindt zich momenteel in een goede positie, want ze krijgt financiële middelen uit diverse steunprogramma’s en ook wij steunen haar.

Geldt dat model ook voor andere projecten in uw huis?

In de regel kunnen premières hier alleen plaatsvinden, als de artiesten op diverse plaatsen project- of promotiefondsen hebben aangevraagd. Grotere bedragen komen van het Berlijnse hoofdstedelijke cultuurfonds, kleinere van de Berlijnse Senaat en het fonds voor uitvoerende kunsten. Bij het hoofdstedelijke cultuurfonds geldt als voorwaarde dat de première in Berlijn moet plaatsvinden en dat hier minstens vier voorstellingen worden gespeeld. Het HAU kan deelnemen met een bedrag tussen 5.000 en 15.000 euro.

In de regel betekent dit dat artiesten bij verschillende sponsors steun moeten vragen om hun projecten te financieren. Heeft dat ook invloed op de inhoud van de respectieve projecten?

Gelukkig bevinden er zich onder onze partners genoeg theaters die net als wij vertrouwen hebben in de kunstenaars. We hebben door de jaren heen een gemeenschappelijke basis voor coproducties ontwikkeld. Dat betekent dat artiesten en theaters voortdurend in gesprek zijn; de huizen volgen en steunen de respectieve artistieke ontwikkeling.

Staan er op de drie podia van het HAU überhaupt projecten die zonder coproductiemiddelen tot stand komen?

Het is bij ons de normale gang van zaken dat elke productie door meerdere partners gesteund moet worden. In Berlijn hebben we het voordeel dat er voor artiesten meerdere mogelijkheden bestaan om financiële middelen aan te vragen. Andere steden zijn soms jaloers op die situatie.

Uw contract als intendante en zakelijk leidster werd in januari 2016 verlengd tot 2022. Was dat een bevestiging en aanmoediging voor uw werk?

Ja. We vonden het bovendien fantastisch dat de Berlijnse Senaat het budget voor het HAU met 690.000 euro verhoogde tot een totaalbedrag van 5.643.000 euro, waarvan 200.000 euro voor het festival Tanz im August. Dat sterkt mijn ambitie om ook eens een productie alleen te kunnen financieren.
 

  • Het Berlijnse theater Hebbel am Ufer (HAU) © Jürgen Fehrmann
    Het Berlijnse theater Hebbel am Ufer (HAU)
  • “OILinity” door Kat Válastur © Dorothea Tuch
    “OILinity” door Kat Válastur
In november 2015 kwam dan nog het bericht dat u gedurende drie jaar financiële middelen zou krijgen van het ministerie van Cultuur en Media, samen met zes andere internationale productiehuizen in Duitsland, waaronder Kampnagel in Hamburg, FFT Düsseldorf en het Mousonturm in Frankfurt.

Ik vind het belangrijk om in een netwerk van gelijkgezinden te kunnen werken. Ik heb de concurrentiesituatie hier in Duitsland altijd vermoeiend gevonden. Daarom hebben we het initiatief genomen om dit verbond van internationale productiehuizen op te richten, waarbinnen we regelmatig ideeën uitwisselen. De toezegging van financiële middelen voor dat verbond betekent ook dat wij als instituut gezien worden. Maar op dit moment, in mei 2016, zijn die middelen maar voor een periode van een jaar verzekerd.

Verhinderen de omstandigheden van het coproduceren – het vooraf zoeken van middelen en toezegging – niet dat men met projecten snel op de actualiteit kan reageren?

Neen, het is net omgekeerd. Als ik denk aan de belangrijkste thema’s van het voorbije jaar (2015), zoals Männlich, Weiß, Hetero (Mannelijk, wit, hetero), was de tijdspanne tussen de toezegging van de steun en de start van het programma behoorlijk krap. Meer geld stelt ons in staat op langere termijn te plannen. In de herfst van 2016 ligt er een belangrijke focus op Peter Weiss en de “Esthetiek van het verzet”. De fondsen voor dat project hebben we al anderhalf jaar geleden aangevraagd bij de federale Cultuurstichting (Kulturstiftung des Bundes) en ze werden in juli 2015 bevestigd. Dan kunnen we opdrachten toekennen, en bijvoorbeeld aan regisseur Rabih Mroué vragen of hij voor het festival een nieuw stuk wil maken. Hetzelfde geldt voor regisseuse en schrijfster Nicoleta Esinencu uit Chișinău uit Moldavië. Olvier Frljić uit Kroatië maakt een nieuw werk over Peter Weiss, dat in première gaat tijdens de Wiener Festwochen 2016, maar waarvoor wij als coproducenten hebben kunnen zorgen. Het belangrijkste vinden wij dat een kunstenaar zijn werk onder goede financiële voorwaarden kan maken. En de internationale festivals hebben altijd nog wat meer geld dan de productiehuizen.

Met veel van uw coproductiepartners werkt u op lange termijn en continu samen, bijvoorbeeld met het Teatro Maria Matros in Lissabon. Dat verbaast mij, rekening houdend met de economische problemen waaronder Portugal te lijden heeft.

De economische situatie in Lissabon is rampzalig. Dat de leider van het Teatro Maria Matros, Mark Deputter, zich zo in de EU-netwerken engageert, is zuivere overlevingsstrategie. Het HAU is partner in twee Europese netwerken. Een daarvan is het House on Fire met in totaal tien partners, waaronder behalve Lissabon ook het Brusselse Kaaitheater en Frascati in Amsterdam. We komen drie tot vier keer per jaar samen. Dankzij het netwerk kunnen we in projecten investeren, omdat we dan via House on Fire zowat 40 procent van onze investeringen kunnen terugkrijgen. De samenwerking werd aangegaan voor een duur van vijf jaar. In 2016 loopt het programma ten einde.

Verder maakt het HAU deel uit van het netwerk [DNA] DEPARTURES AND ARRIVALS, dat focust op hedendaagse dans. Voor een deel zijn hier dezelfde partners als in House on Fire vertegenwoordigd. Continuïteit is belangrijk, je moet elkaar eerst leren kennen en zien waar artistiek en inhoudelijk de grootste overlappingen liggen. In netwerken verneem je het ook snel wanneer er iets nieuws ontstaat.

In dat opzicht zijn de netwerken een stuk levend Europa.

Zeer zeker. We moeten met mekaar samenwerken, anders levert het niets op.