DVT EN DTT Meertaligheid in de kleuterschool

Kinderen kunnen snel een tweede of derde taal leren.
Kinderen kunnen snel een tweede of derde taal leren. | Foto (fragment): © Robert Kneschke - Fotolia.com

Tijdens de vroege levensjaren kan men gemakkelijk talen leren. Alleen laten de basisomstandigheden in veel instellingen te wensen over.

Over de hele wereld vind je kleuterscholen en kinderdagverblijven waar kinderen, nog voor ze naar de lagere school gaan, Duits kunnen leren als tweede of derde taal. Sommige van die kinderen komen sowieso uit een Duits gezin, andere gaan naar een Duitstalige kleuterschool omdat hun ouders hen bijvoorbeeld later in een Duitstalig land willen laten studeren.

In Duitsland gaan zowat drie miljoen kinderen naar een voorschools dagverblijf. Volgens de nationale statistieken spreekt ongeveer 18 % van hen (om en bij de 550.000 kinderen) in het gezin een andere taal dan Duits (toestand van maart 2016). In grote steden als Berlijn of Hamburg bedraagt dat aandeel bijna 30 %. Vooral hier is de nood aan een vroege stimulans om de taal te leren vaak hoog.

TAALBAD OF OEFENSEsSIES

Intussen is het wetenschappelijk bewezen dat de hersenen van kinderen zijn afgestemd op de ontwikkeling van meerdere talen en dat kinderen dus snel een tweede of derde taal kunnen leren. Wat ze daarvoor nodig hebben, zijn “sprekende voorbeelden”. Het zogenoemde immersie- of onderdompelingsmodel, dat ook de basis vormt voor het werk van veel tweetalige kinderdagverblijven, wordt vaak voorgesteld als dé weg naar meertaligheid. Bij die onderdompeling wordt de te leren taal in het kinderdagverblijf dag in dag uit, consequent en voor alle activiteiten, naast de moedertaal gebruikt. “De kinderen krijgen de hele dag door een taalbad: idealiter verwerven ze zo in beide talen een kwalitatief en kwantitatief rijke basis, doordat de volwassenen voortdurend vertellen wat ze doen en veel met de kinderen praten. Zo leren ze ook in een nieuwe taal om te gaan met alledaagse situaties”, vertelt Petra Gretsch, professor in de germanistiek aan de Pedagogische Hogeschool Freiburg. Het aantal tweetalige daginstellingen voor kinderen in Duitsland is echter bijzonder laag, al zou dat aantal volgens de Verein Frühe Mehrsprachigkeit an Kitas und Schulen (FMKS e.V., Vereniging voor Vroege Meertaligheid in Kinderdagverblijven en Scholen) tussen 2004 en 2014 verdrievoudigd zijn, tot 1000 in het jaar 2014.

In een traditioneel kinderdagverblijf in het buitenland wordt de Duitse taal gewoonlijk aangeleerd in lessen of oefensessies met een begin- en einduur. De kinderen worden dan in de nieuwe taal ingewijd aan de hand van liedjes, versjes, verhaaltjes en kleine taalvaardigheidsoefeningen. Ze reproduceren en imiteren, met het doel hun taalgevoel te vergroten en een liefde voor het leren van taal te ontwikkelen.

Het belang van personeel en materiaal

Zowel bij de onderdompeling als bij de klassieke taalverwerving via oefensessies gaat men ervan uit dat behalve de Duitstalige opvoeder of opvoedster ook ander pedagogisch personeel ter beschikking staat, dat de tweede taal beheerst. Die als “native speaker” ingeschakelde medewerkers en medewerksters spreken met de kinderen in de tweede taal en geven tegelijk de cultuur van het land mee. Bij het onderdompelingsmodel zijn ze altijd aanwezig; bij de klassieke methode komen ze in principe enkel tijdens bepaalde uren met de kinderen samen. Bovendien moet ook materiaal, zoals kinderboeken, in beide talen voorhanden zijn.

De meeste instellingen in Duitsland zijn niet afgestemd op het aanleren van Duits als vreemde taal. Toch komen er veel kinderen die Duits als tweede taal leren. Anders dan bij de onderdompeling of het vroege taalonderricht, worden deze kinderen in de regel niet door de centra gesteund bij het verder ontwikkelen van de taal die ze thuis of in het land van herkomst spreken – wat ook het aanleren van een tweede taal kan bemoeilijken.

SPeelse en digitale taalbevordering

Een persoonlijk gesprek kan men niet vervangen door een computer of smartphone. Toch wordt er over het gebruik van digitale media in de kinderdagverblijven wel degelijk gedebatteerd. Zo biedt de vzw Zentrum für kindliche Mehrsprachigkeit (Centrum voor Meertaligheid bij Kinderen) zijn leermateriaal KIKUS (Kinder in Kulturen und Sprachen / Kinderen in Culturen en Talen) ook in digitale vorm aan. “Met behulp van de taalleersoftware kunnen we bijvoorbeeld onze prentkaarten op de muur projecteren en zelfs laten horen. Dat is interessant voor grotere leergroepen, bijvoorbeeld in verblijven voor vluchtelingen”, zegt medewerkster Eva Götz. Het zou bovendien ook motiverend zijn wanneer ze op een pc of laptop kunnen werken. En de ouders kunnen mee leren. Sinds de eerste digitale versie van KIKUS in 2012 werd uitgebracht, hebben zich al meer dan 16.000 gebruikers in meer dan 60 landen geregistreerd, zegt Eva Götz. Vandaag is een achttalige versie beschikbaar.

Heidi Rösch, professor in de germanistiek aan de Pedagogische Hogeschool Karlsruhe geeft bij het aanleren van de Duitse taal de voorkeur aan een mix van beide methoden: “Onderwerpen zoals zinsbouw of het gebruik van verbuigingen en vervoegingen kan men ook systematisch aanbrengen bij jongere kinderen in de voorschoolse opvang. Dat gebeurt het best op een speelse manier. Bij het oefenen van de voorzetsels – neem bijvoorbeeld “auf” (Duits voor “op”) – kun je bijvoorbeeld op een tafel klimmen. Daarnaast moet men met de kinderen ook in prentenboeken kijken en bijvoorbeeld spreken over een bezoek aan de dierentuin, dus immersief werken.” De experte beklemtoont bovendien het belang van taalbewust pedagogisch personeel. “Ze moeten een hoge affiniteit met taal hebben, bijvoorbeeld zelf een vreemde taal geleerd hebben en daarover nagedacht hebben.” Bovendien is het belangrijk om in de kinderdagverblijven taalintensieve situaties te creëren: “De begeleidsters moeten de taal als belangrijkste communicatiemiddel gebruiken en de kinderen motiveren om ze ook zelf actief en creatief te gebruiken.” Een gerichte bevordering van de meertaligheid, zelfs op voorschoolse leeftijd, is belangrijk in veel opzichten: ze kan het gevoel van eigenwaarde en het saamhorigheidsgevoel vergroten, maar kan ook de schoolprestaties en op langere termijn de loopbaan- en toekomstperspectieven verbeteren.