Popdebat Wat is goede popmuziek?

Sven Regener, a singer, writer and leading figure of German Pop Music
Photo ⓒ Charlotte Goltermann

Over smaak kan men discussiëren. En dat doet men dan ook uitvoerig aan de hand van de vraag: wat is goede popmuziek? Kunst voor de kunst of pop voor de massa?

Het debat is ouder dan The Beatles, ook Elvis Presley kreeg er al mee te maken: hoe klinkt goede popmuziek? Wat maakt goede popmuziek, wat zijn de evaluatiecriteria? Waar pop in de jaren 50 en 60 nog werd weggezet als “Hottentottenmuziek” (Erich Honecker), dan wel verdedigd als een jeugdig moderne kunstvorm, ontstond er in latere decennia een gedifferentieerder debat over kwaliteitsnormen.

Zo wordt er gediscussieerd over de vraag in welke mate elektronische geluiden virtuoos zijn en/of aan de criteria van rock-’n-roll voldoen. Per slot van rekening gaat het hier om machines die voor “artificiële” klanken zorgen. Mogen echte muzikanten dan alleen nog op knopjes drukken of heen en weer bewegen achter de laptop, zoals een speelgoedhondje op de hoedenplank van de auto? Zo was er de vraag naar de rol van de dj eind jaren 80: zijn dj’s de ceremoniemeesters van eindeloze nachten in de club, moderne sjamanen, of niet meer dan snode draaiers van ingeblikte sounds? En vandaag richten oudere dj’s van een jaar of veertig, die zweren bij vinyl, hun pijlen dan weer op veel van hun jonge collega’s, die het publiek voorgemixte standaardsets voeren met behulp van een USB-stick of een verwisselbare harde schijf, steevast als een soort van Jezus met de handen in de lucht, zoals de Franse megaster David Guetta.

Het Echo-debat  

Tegen die achtergrond is het huidige meningsverschil over de toestand van de (commercieel) succesvolle popmuziek in Duitsland een heropleving van oude cultuurvetes. In het voorjaar van 2017 begon tv-satiricus Jan Böhmermann een polemiek over de Duitse muziekprijs “Echo”, een competitie waarin volgens hem alleen oppervlakkige consensusmuziek aan bod komt, die vervolgens tijdens een slappe gala-avond met bedenkelijke prijzen wordt bekroond. Niet voor het eerst, maar nu onverbloemd op tv en op YouTube, werden Echo, de daaraan verbonden artistieke criteria en de organisatoren bestempeld als “zielloze commerciële shit”–.
 
“Met Max Giesinger en co is de Duitse popmuziek al jaren onder valse vlag op zoek naar een grote revival van de schlager”, aldus Böhmermann in zijn show op ZDF-themakanaal neo. Bij wijze van demonstratie liet hij zelfs een lied van Giesinger “nacomponeren” door chimpansees.  Na die opvallende grap ging hij verder met zijn analyse: “Gevoelens doorlopen, troost bieden, diepgang pretenderen, miljoenen bereiken en verdienen, en altijd mooi onpolitiek en afwasbaar blijven. Dat is het soort muziek dat we tot nog toe enkel kenden uit de naoorlogse periode.”
Jan Böhmermann's bijdrage aan de Echo-discussie, de start van het huidige popdebat, Bron: zdf neo / Youtube

Hartwig Masuch, zaakvoerder van de muziekuitgeverij in Bertelsmann-groep BMG Rights, stelde enkele weken later in een interview met de krant Die Welt vast dat Duitse carrières die voortkomen uit castingshows meestal eindigen in de open bierkroegen aan de ‘Schinkenstraße’ op Mallorca. “Alleen de grote sterren, die toonaangevend zijn geweest voor een tijdperk en een genre, zijn blijvers,” aldus de 62-jarige BMG-manager. “Dat geldt zowel voor de Neue Deutsche Welle als voor Grönemeyer en Westernhagen. Zij doen het vandaag nog steeds goed. Maar over allen die hen ooit hebben nageaapt heeft niemand het nog!” Volgens hem hebben we wat dat betreft eerder te maken met een crisis in de marketingstructuren. Die worden met name in het mainstreamsegment bepaald door de wetten van de televisie, die met talentenjachten als Deutschland sucht den Superstar of DSDS (de Duitse versie van het Belgische Idool) maar weinig van doen hebben met de ontwikkeling van een duurzame kwaliteitsvolle muziekcultuur.

Markt en realiteit

Los daarvan bestaat er een kleurrijke independent scene – vaak in precaire, zelfuitbuitende omstandigheden – waarin het hele rijkgeschakeerde gamma van de muziek van vandaag vertegenwoordigd is: van avant-garde-experimenten tot retropop, van schlagers tot black metal. Wie wil daarin beslissen wat goed, slecht of simpelweg te verwaarlozen is? Soms lopen zelfs bij recensenten de criteria van economisch meetbaar succes en creatieve prestaties door elkaar. De popgeschiedenis heeft altijd al snelle hits gekend die geschikt en “goed” waren voor hun tijd, zoals het nihilistische Da Da Da van Trio, bijeengebiept op een Casio-zakcomputer. En wat te denken van zoveel schlagers uit de jaren 70, zoals Marleen van Marianne Rosenberg, die aanvankelijk werden afgedaan als “voer voor de hitparade” en waarvan de kwaliteit pas later erkend werd?

De Hamburgse elektro-songwriter Andreas Dorau scoorde in 1981 als tiener al een naïef-ondeugende Neue Deutsche Welle-hit met Fred vom Jupiter. Hij verklaarde tegenover musikblog.de: “Ik geloof niet dat je behoeftes kan berekenen. Tenzij je naam Scooter is. Die maken echt Lego-muziek en dat doen ze, vind ik, zeer goed. Maar als ik dat zou doen, zou ik mezelf maar stom vinden. En ik zou me des te meer ergeren als bleek dat het niet eens werkte. Muziek maken doe ik toch in de eerste plaats voor mezelf!”
 
Na bijna vier decennia in de independent scene schrijft hij tekstregels met de nodige zelfspot, zoals “Ich habe ein Radio-Gesicht, meine Stimme ist aber nicht so gut” (“Ik heb een radiogezicht, maar mijn stem is niet zo goed”). Tegelijk verduidelijkt hij wat zijn houding is tegenover de berekende mainstream. “Ik had het woord ‘radiogezicht’ al vijf jaar op een briefje staan, maar ik vroeg me af of het niet een beetje overdreven was en applaus uit de verkeerde hoek zou opleveren. Over het algemeen probeer ik muziek te maken die niet aan een genre gebonden is.” Sven Regener, auteur, scenarioschrijver en zanger van de Berlijnse bluesband Element of Crime, die doorgaans niet verlegen zit om mooie woorden als het gaat over de toestand van de popmuziek, is in de Neue Zürcher Zeitung laconiek over de literaire waarde van liedjesteksten: “Ze zijn niet bedoeld om te lezen, je moet ze horen!”
Goede pop? The Element Of Crime: Ein Hotdog am Hafen, Bron: Vertigo TV / Youtube

Goed kan niet zonder slecht

Het debat over goede popmuziek blijft dus onbeslist. Het mooie aan de geglobaliseerde popmuziek van vandaag is dat er met elk commercieel product tien andere lijken te komen die de geldende regels ontwijken. Het is allemaal een kwestie van perceptie en interesse voor nog onbekend materiaal. De vraag blijft of er een halve eeuw na Sgt. Pepper of 40 jaar na de dood van Elvis nog voldoende muzikale combinatiemogelijkheden zijn in de pop, om als nieuw talent echt uniek te zijn.

Hebben we alles al gehad? Niet erg. Andere sectoren, zoals pakweg de mode, tonen aan dat men daarmee (en daarvan) goed kan leven. Bovendien is er de garantie dat er voortdurend nieuwe vormen van technologie bijkomen, die aanleiding geven tot nieuwe klanken, nieuwe stijlen en nieuwe attitudes. Per slot van rekening werd de legendarische Technics-platenspeler MK 1200 in de jaren 70 ook niet uitgevonden om platen terug te draaien of te scratchen. Goede pop leeft van talent, maar ook van weerstand, verrassing en overmoed. Eerst hebben we iets banaals nodig om dit vervolgens te kunnen ontstijgen en tot satire te komen die doeltreffend inspeelt op de clichés.