WEconomy
Het economische wonder in het internet der dingen

De WEconomy: wanneer consumenten delen in plaats van kopen en gebruiken in plaats van bezitten.
De WEconomy: wanneer consumenten delen in plaats van kopen en gebruiken in plaats van bezitten. | Foto (fragment): © Adobe

Met het neologisme WEconomy worden ‘we’ deel van een nieuwe, duurzame economie. Wat wordt er nu juist bedoeld met dit hele idee?

Lang werden economische groei en globalisering als economische wondermiddelen beschouwd. Een groeiende economie en een goed draaiende productie zouden welstand brengen voor iedereen. Vandaag echter komen de zwaktes van ons wereldwijde economische systeem steeds duidelijker naar voren. De uitbuiting van arbeidskrachten en natuurlijke hulpbronnen, de roofbouw op het milieu en de daarmee verbonden grootschalige milieuschade laat de voorbije jaren steeds duidelijker de stem klinken van zij die voor een duurzaam en verantwoordelijk economisch systeem pleiten en radicale veranderingen eisen. Dit is ook de houding van de aanhangers van de WEconomy. Zij zetten daarbij niet in op politieke oplossingen of wetten, maar zijn ervan overtuigd dat de verandering moet uitgaan van de bedrijven. De tijd zou nu rijp zijn voor bedrijfsmodellen die maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen.

FOCUS OP HET ‘WIJ’

Het begrip WEconomy beschrijft een duurzaam economisch systeem dat zich baseert op technologische vooruitgang en ondernemerscreativiteit. Quasi als antwoord op de wegwerpeconomie van de laatste decennia staat de WEconomy voor een economisch stelsel waarin met respect voor de natuurlijke hulpbronnen geproduceerd en geconsumeerd wordt, en waar consumenten delen in plaats van te kopen en gebruiken in plaats van te bezitten.

De voorstanders van deze theorie zijn ervan overtuigd dat deze omwenteling al begonnen is – geïnitieerd door innovatieve startups die met hun bedrijfsmodel vaart zetten achter maatschappelijke verbeteringen. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het internet der dingen (Internet of Things, kortweg IoT), want niet zelden baseren die startups zich op apps of interactieve onlinegemeenschappen.

Deskundigen zijn het erover eens dat IoT goed op weg is om ons dagdagelijkse leven te revolutioneren. Scott Weiss, een investeerder uit Silicon Valley, voorspelt een wereld “waarin deuren opengaan wanneer ze merken dat we in de buurt zijn.”

Privacybeschermers lopen hierbij de rillingen over de rug, maar voorstanders van de WEconomy zien in deze toekomstvisie juist het potentieel voor meer efficiëntie en duurzaamheid. Uitgaande van de toenemende netwerkkoppeling van ons dagelijkse leven zien zij zes trends die zich in de voorbije jaren al manifesteerden – en die het economische systeem van morgen fundamenteel kunnen veranderen.

ZES STAPPEN NAAR EEN BETERE ECONOMIE

De WEconomy streeft naar een circulaire economie, waarin producten zich eindeloos vaak laten recycleren – in plaats van een productiesysteem, dat een steeds groeiende toevloed van hulpbronnen nodig heeft. Veel startups integreren dit idee al in hun bedrijfsmodel, zoals bijvoorbeeld de architecten van het Deense bedrijf 3Xn: zij gebruiken met behulp van robots oude bakstenen voor hun bouwprojecten. Daarmee besparen ze 95 procent energie. Het ‘cradle-to-cradle-principe’ is een verdere variant van deze benadering, waarbij afvalstoffen eco-efficiënt weer tot grondstof worden.

De tweede trend, samengevat onder de noemer van ‘functionele economie’, beschrijft hoe producten meer en meer door diensten worden vervangen. Consumenten betalen niet voor het product, maar voor zijn functie of prestatie. Het beste voorbeeld zijn de apps voor autodelen. Klanten betalen hier voor specifieke ritten, niet voor de auto zelf. Door het autodelen zijn er in de maatschappij minder auto’s nodig en wordt de milieuschade ten gevolge van productie en onderhoud verminderd.

De derde trend van de WEconomy, de bio-economie, ziet potentieel in de nieuwste inzichten van de moleculaire wetenschap. Onderzoekers ontwikkelen steeds meer biologische alternatieven voor fossiele brandstoffen en chemische materialen. In bijna elke industrie zijn er daarvan al praktische voorbeelden – van een biologisch afbreekbare lak op basis van micro-algen tot zelfs autobanden uit caoutchouc van leeuwentanden. Dat spaart de natuurlijke hulpbronnen en belast het milieu duidelijk minder dan de gebruikelijke materialen.

Een volgend kenmerk van de WEconomy is ‘collaboration’ of samenwerking: het gemeenschappelijk economische handelen. Wanneer meerdere bedrijven zich bij elkaar aansluiten om een gemeenschappelijk doel te bereiken waarvan iedereen profiteert, dan werken ze samen volgens het principe van de WEconomy. Een succesvol voorbeeld daarvan is de Duitse startup Too Good To Go. Via een app verkopen restaurants net voor sluitingstijd overgebleven eten aan een verlaagde prijs. Door deze gezamenlijke actie hebben restaurants zo minder afval en meer inkomsten. De startup laat weten dat zij amper drie jaar na hun oprichting al vier miljoen maaltijden “gered” hebben.

Ongetwijfeld is de ‘sharing economy’ of deeleconomie het bekendste aspect van de WEconomy. Wanneer mensen hun bezitsgoederen gaan delen, kunnen ze die ook efficiënter gebruiken. Woonruimte delen via AirBnB maakt dat bijvoorbeeld duidelijk: via dit platform kunnen gebruikers hun woning onderverhuren aan reizigers, wanneer ze zelf weg zijn. Op die manier staat algemeen minder woonruimte leeg.

Laatste basiselement van de WEconomy is de trend naar het zelf produceren. In het tijdperk van 3D-druk en open-source is het mogelijk om steeds meer producten helemaal zonder investeerders of industriële productie thuis te creëren en te produceren. De 3D-economie maakt de gebruiker tegelijk tot producent en kan zo de CO2-uitstoot van lange transportafstanden reduceren.

NAAR EEN WECONOMY

In veel opzichten zijn we al goed op weg naar een WEconomy. Steeds meer startups ontwikkelen apps om te delen en samen te werken, 3D-technologie wordt altijd maar verfijnder en de bio-economie vindt nieuwe manieren voor een milieuvriendelijke productie. Bovenal gaan mensen en ondernemingen volgens een studie van het economisch adviesbureau PWC het nieuwe aanbod en de nieuwe mogelijkheden ook steeds meer gebruiken. De technische vooruitgang in de vorm van IoT zal die ontwikkeling nog verder stimuleren. Als al deze trends zich verder ontwikkelen en versterken, kan dat bijdragen tot een meer ecologische economie.

Tegelijk toont het voorbeeld van AirBnB aan dat nieuwe ideeën op een gegeven moment ook nieuwe moeilijkheden geven. In sommige steden is het delen van woonruimte zo lucratief geworden, dat hele appartementen omgevormd werden tot vakantiewoningen en de feitelijke woonruimte in de stad krapper werd. Op die manier creëert AirBnB een nieuw sociaal probleem: minder bemiddelde stadsbewoners worden verdrongen naar de stadsrand.