Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Strips vertalen
Over woordgrapjes in tekstballonnen

Strips stellen hun vertalers voor unieke uitdagingen.
Strips stellen hun vertalers voor unieke uitdagingen. | Foto (fragment): © Adobe

Wat maakt het vertalen van strips zo bijzonder? Met welke uitdagingen worden de vertalers geconfronteerd? Vijf professionals vertellen over hun werk.

Von Ralph Trommer

De markt van de stripverhalen behoort tot de weinige segmenten van de boekhandel die kunnen pronken met gestage groeicijfers. Van de talloze nieuwe stripverhalen die elke maand verschijnen, zijn er veel in een vreemde taal geschreven. Voor de Duitse markt moeten die dus vertaald worden. De vertalers moeten ervoor zorgen dat woordgrapjes en dialect natuurlijk overkomen in het Duits én dat de vertaling in de soms erg kleine tekstballonnetjes past. Het is een uitdaging die heel anders is dan bij romans. Vijf vertalers vertellen wat het vertalen van strips zo bijzonder maakt.

Tekstballonnen zijn vaak klein: “Van ‘Adiós’ kun je niet zomaar ‘Auf Wiedersehen’ maken.”

André Höchemer woont en werkt in Spanje. De voorbije jaren heeft hij heel wat Spaanse strips (Clever & Smart) en graphic novels (Die Heimatlosen, Der Riss, La Casa) naar het Duits vertaald.

“Het doel van een vertaling is altijd – of het nu een strip, een non-fictieboek of een gebruiksaanwijzing is – om het origineel zo correct mogelijk weer te geven en tegelijk de doeltaallezers een tekst aan te bieden die net zo begrijpelijk is als het origineel. Het bijzondere bij strips is de nauwe verwevenheid van tekst en beeld. De tekst- en denkballonnen en de tekstvakken zijn beperkt qua grootte, en de vertaling moet erin passen. Als er in een kleine tekstballon ‘Adiós’ staat, kun je daar niet zomaar ‘Auf Wiedersehen’ van maken.”
Cover van ‘La Casa’. Cover van ‘La Casa’. | Foto: © Paco Roca/Reprodukt 2018

Dialecten en jargon: “Het alledaagse taalgebruik bestuderen.”

Frank B. Neubauer vertaalt van het Engels naar het Duits (o.a. Sandman, Geschichten aus dem Hellboy Universum).

“Alledaags taalgebruik maakt taal levendiger. Daarom heb je in strips meer woordspelingen, spreektaal of ‘slang’. In manga komen daar vaak nog de dialecten van de verschillende regio’s bij. Ik probeer goed naar mijn elfjarige zoon te luisteren en vaak de bus en de trein te nemen. Daar steek je wel wat van op.”

Woordenschat: “Het Duits kent meer afwisseling.”

Katharina Erben woont in Berlijn. Ze vertaalt onder meer teksten van de Zweedse striptekenares Liv Strömquist naar het Duits (Der Ursprung der Welt, Ich fühl’s nicht).

“Een van de uitdagingen is dat de Zweedse woordenschat minder verscheidenheid kent. In het Duits heb je meer afwisseling. Om een actie te beschrijven waarvoor je in het Zweeds bijvoorbeeld drie werkwoorden hebt, kun je in het Duits al snel uit vijf mogelijkheden kiezen.”

Culturele verschillen: “De relatie tussen de personages is belangrijker.”

Japanologe Verena Maser uit Nürnberg is gespecialiseerd in het vertalen van manga’s (o.a. Das Land der Juwelen, Café Liebe) en anime.

“Er bestaan heel wat Japanse begrippen die je niet zomaar naar het Duits kunt vertalen. En ook de typisch Japanse schoolcultuur speelt inhoudelijk een grote rol, want veel mangaverhalen spelen zich af op scholen. In die zin ben ik telkens weer verrast hoe sterk bepaalde manga’s bij het Duitse publiek in de smaak vallen. Blijkbaar is kennis van de culturele achtergrond geen absolute noodzaak om van een verhaal te kunnen genieten. Wellicht is de relatie tussen de personages belangrijker dan de setting.”

Andere humor: “Een voorliefde voor woordspelingen.”

Ulrich Pröfrock uit Freiburg (o.a. Donjon, Herr Hase) is vertaler van Franse strips.

“Het verschillende gevoel voor humor tussen Fransen en Duitsers maakt het vaak moeilijk. In Frankrijk houdt men enorm van woordspelingen. Neem bijvoorbeeld Olympia in Love van Catherine Meurisse: daarin wordt gealludeerd op Franse filmklassiekers, kunst en literatuur. Meurisse grijpt ook terug naar typisch Franse schoolkennis, zoals een populair gedicht van Victor Hugo over Napoleon. Maar in Duitsland is er nauwelijks iemand die dat gedicht kent. In Esthers Tagebücher [Les Cahiers d’Esther] van Riad Sattouf wordt dan weer een jongerentaal gebruikt, het zogenoemde ‘verlan’, waarin lettergrepen van plaats verwisseld worden. Zoiets kun je niet één op één vertalen.”

Top