Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Feministische strips
In plaats van bloemen, een bloemlezing

Naar aanleiding van Internationale Vrouwendag laten we u graag kennismaken met feministische strips van vier tekenaressen.

Von Regine Hader

Snack

Ehrentraut: Snack © Lina Ehrentraut / Strapazin Schon in der griechischen Antike gab es das Gerücht, dass Zelfs in het oude Griekenland deed het gerucht al de ronde dat vrouwen en hun wellust weleens machtiger zouden kunnen zijn dan de fanclub van het patriarchaat, bestaande uit artsen, kerk en psychologen, ons in de eeuwen daarna wilde doen geloven – of misschien is net dat de reden waarom zovelen zijn blijven toetreden? In haar tien pagina’s tellende strip Snack (verschenen in het striptijdschrift Strapazin) onderzoekt Lina Ehrentraut de relatie tussen vrouwelijk genot, vernielzucht en macht. Het verhaal begint met een naakte vrouw die, geheel volgens de kunsthistorische traditie, op haar zij druiven ligt te eten. Ehrentraut gaat niet voor complexe verhaallijnen of ingenieuze spanningsbogen, maar wat ze in Snack wél vastlegt – namelijk, hoe haar hoofdpersonage spontaan overgaat van decadente ontspanning met een fruitmand naar zelfbevrediging en wellust – werkt uitstekend.

Ehrentrauts extatische zwart-wittekeningen van masturbatietaferelen spelen op innovatieve wijze met perspectief en prentformaat, en combineren gevulde vlakken met line art. Met dat laatste heeft de tekenares in haar eigenzinnige werk ook aandacht voor eigentijdse illustratietrends. Snack is niet alleen een geslaagde hommage aan zelfbevrediging, maar ook aan het kriebelen en krabbelen, het warrige, het ongetemde. Doe-het-zelf waar mogelijk. De weerstand en de tegenwerking spatten er gewoon vanaf, en blijken zelfs uit het opvallend hoekige handschrift dat Ehrentraut voor haar teksten gebruikt. Het doet denken aan zines of rebelse notities in een huiswerkschrift. Elk haakje is een vorm van verzet tegen het dictaat van de harmonie en de wereld van strakke corporate designs, en schreeuwt quasi orgastisch: Weg met gehoorzaamheid! Empowerend.

Shit is real

Shit is real is – om in het jargon van de titel te blijven – echt hot shit! Aisha Franz geeft haar hoofdrolspeelsters overdadige, hippe partyoutfits en plaatst ze in decors van halfvergane off-spaces en kitscherig ingerichte Aziatische restaurants. Met dat alles vertelt ze liefdevol over de levenshouding van de millennials. Weinig andere strips geven zo goed weer hoe glamour en ironische trash in deze generatie symbiotisch samengaan, en hoe het voelt om tussen het bestellen en het betalen van een drankje schijnbaar het hele scala aan menselijke emoties te doorlopen.

Franz experimenteert in haar tekeningen met visuele versies van persoonlijk verhaal en stream of consciousness. Wanneer de figuren zich een roes drinken, veranderen de lijnen in golfjes. Bovenmaatse hoofden wiebelen bij elke stap, kleine rubberen lichamen raken vervormd. Met die tripachtige, psychedelische beeldentaal geeft Franz een visuele vertaling van een versnelde generatie. Haar tekeningen spelen keer op keer met conventionele weergave, traditionele symboliek of schijnbaar avant-gardistische codes. Intussen werkt ze ook op metaniveau, door esthetisch commentaar te leveren op wat er feitelijk in het verhaal gebeurt, dus op de plot.

Franz: Shit is real © Reprodukt Steeds weer onderbreekt ze de continuïteit door gelijktijdige, droomachtige scènes in te voegen: het hoofdpersonage van Shit is Real overleeft in een parallelle wereld buiten de beschaving. Hier, in de woestijn, waar haar vriendin later zal bevallen van een latex ei, is alles zo symbolisch overdreven dat het leest als een casestudy van Sigmund Freud. Pas gescheiden, platzak en depressief is ze op deze plaats beland, omdat ze niet meer past in de wereld van haar vrienden en vriendinnen. Ze mag pas terugkeren wanneer ze als een echte neoliberaal erkent dat ze zonder reden klaagt en dat ze haar geluk zelf in handen heeft. Maar tegelijk geeft Franz de “echte wereld” net zo vervormd en verdraaid weer. Zodoende geeft ze haar ironische en speelse kijk op hedendaagse maatschappijmodellen. Uiteindelijk stéélt het hoofdpersonage een identiteit. Met de coole kleren, de feestjes en het minimalistische appartement wijst de sympathieke bedriegster op een aantal klassieke en financiële barrières in deze wereld, die doorgaans als een sluier voor de grote vrijheidsverhalen van pop- en subculturen hangen.

Zowel de stijl als het verhaal doen denken aan de feministische stripscene van Malmö, een scene waarvan grote ster Liv Störmquist schrander kritiek levert op het patriarchaat en op kapitalistische en seksistische onderdrukkende systemen. Daarbij geeft zij aan tekst en tekening bijna evenveel ruimte. Het werk van Franz is anders dan Strömquists onverholen kritiek. Haar verhalen zijn romanachtiger, minder opvallend. Ze zoekt naar subtiele tussen- en ondertonen en hoedt zich ervoor om grappen uit te leggen of te polemiseren. De mise-en-scène, de personages, de plotwending: alles aan Shit is Real duidt op vrijheid, zonder dat Franz dat woord in grote letters op de cover zet. Ook het bijzondere liefdesverhaal blijft veeleer impliciet. Deze queer-feministische wereld krijgt door het uitlichten van bepaalde details al snel vaart, en doorbreekt geregeld en vrolijk de klassieke ordening van een stripverhaal. Op momenten van controleverlies verdwijnen de contouren soms helemaal, en gezichten of uitvergrote details doorbreken soms de geometrische bladindeling. Ze halen er een tweede niveau bij, waar we merkwaardige details tegenkomen.

Shit is real beoogt een minder nonchalante esthetiek. Dit is een eerbetoon aan pop, aan overdreven kunstmatigheid. Hier gaat het om oppervlakken. Stoffelijkheid. Tastbaarheid. Spookachtige lichamen met onvaste vormen golven als rookslierten over een dakterras, overal in de club glanst de weerspiegeling van latex kleding, en wanneer het hoofdpersonage op de sofa televisie zit te kijken, vechten het vlekkenpatroon van de badjas, de zebra-look van de deken en de badhanddoek in d’r haar om de aandacht van de kijker. Mocht er ooit iemand op het idee komen deze zwart-witstrip alsnog in te kleuren, dan is het nu al duidelijk: hij of zij zal fluostiften nodig hebben! Met deze stijl leunt Franz aan bij enkele minder bekende vertegenwoordigers van de Malmöse school, onder wie Moa Romanova, die met haar voortreffelijke en innovatieve debuut IdentiKid een nieuwe norm bepaalt voor techno en eigentijdse levensgevoelens in strips. Aisha Franz overstijgt het slachtofferverhaal. Ze vertelt over de vreemde manier van in de wereld geworpen zijn, over hoofdpersonages die dwalen tussen ‘zusterschap’ en onuitgesproken vrouwenliefde, en het tegelijk minstens 70 procent van de tijd erg naar hun zin hebben.

Net als in Brigitte und der Perlenhort gebruikt Aisha Franz ook in Shit is Real de vulva als motief. De bewust opvallend weergegeven vulva-iconen van de laatste jaren (op Instagram naar believen te zien als juwelen, stickers of illustraties in de meest uiteenlopende anatomische gedaantes) mikken op zichtbaarheid en het terugwinnen van domeinen die als ‘fallisch’ bekendstaan. Meer nog, ze willen er vooral voor zorgen dat mensen eindelijk ophouden te denken dat de enige naam voor de geslachtsdelen van de vrouw ‘vagina’ is. Franz gaat verder: ze geeft de symbolen een functie voor haar zelfversterkend verhaal.

De tekenares studeerde overigens aan de Kunsthochschule Kassel, waar wel meer geweldige striptekenaars en -tekenaressen vandaan komen. De bloemlezingen uit de stripklas ‘Triebwerk’ zijn, net als alles van Aisha Franz zelf, telkens weer voortreffelijk!

Busengewunder

Wie veel explicieter omgaat met feministische kwesties, is Lisa Frühbeis in Busengewunder. Die bundel vormt een verzameling van haar stripbijdragen voor de Berlijnse Krant Der Tagesspiegel. Wie erdoor bladert, wordt herinnerd aan de grote gespreksonderwerpen van de laatste jaren: quota, verplicht scheren, de pil ... Hoewel de tekenares zichzelf als postfeministisch beschouwt, gaat de selectie tekeningen eenduidig over cisseksuele identiteit in heteroseksuele relaties. Maar zoals we allemaal weten, is er op dat vlak nog een en ander in te halen.

Frühbeis: Busengewunder © Carlsen Lisa Frühbeis plaatst zichzelf in de traditie van Mithu Sanyals Vulva en Gabi Schweigers Viva la Vulva, door naast elkaar te tekenen hoe vulvavormen overal (zelfs in religieuze iconografie) voorkomen. Als je ze naast elkaar ziet, tonen ze vanzelf hoe absurd de ambivalente houding tegenover de vrouwelijke seksualiteit is. Die dramaturgische elegantie compenseert de wat zwakkere tekeningen. Althans voor zover de figuren en gezichten die doen denken aan illustraties in taalleerboeken, niet te veel veld winnen. Soms wordt met de schematische ordening een inhoudelijk doel nagestreefd, bijvoorbeeld wanneer Frühbeis bespreekt hoe de weergave van borsten in stripverhalen al veel te lang weinig divers is: ze staan quasi-militair paraat als munitie-achtige attributen, en vrouwen bij wie dat niet zo is, zijn het vermelden niet waard. Dat is niets nieuws, maar in Busengewunder is het heel aanschouwelijk, visueel to the point. Touchée! Frühbeis creëert hiermee geen feministisch strip-utopia en negeert degene die al bestaan. Haar verdienste is dat ze politiek commentaar levert op de nog niet zo utopische mainstreamrealiteit van vandaag.

Helaas vervalt haar kritiek op de beperkende manier waarop vrouwen door de jaren heen zijn afgebeeld, zelf soms in regelrechte bodyshaming: “Ik ben het, Twiggy. Ik heb het lichaam en de huid van een tienjarige”, zo staat te lezen in een tekstballon naast het model van de jaren zestig. Frühbeis gaat echter een stapje verder en tekent er hatelijk nog een tekstballonnetje naast: “Zeer begerenswaardig.” In een heteroseksistische samenleving het androgyne lichaam kleineren en als ‘kinderlijk’ bestempelen? Dat is zowat even postfeministisch en vooruitstrevend als het nieuwe seizoen van Germany’s Next Topmodel.

Taxifahrt mit Hund und Chivalry & Ennui

Obleser: Chivalry & Ennui © Jolanda Obleser / Foto: Regine Hader Nieuwkomer Jolanda Obleser studeerde net als Aisha Franz aan de Kunsthochschule in Kassel. Haar strips zijn korte verhalen, meestal boekjes van maar enkele pagina's, in kruissteek aan elkaar genaaid of gewoon gevouwen, waarin animistische fantasieën bijna altijd doordringen in de alledaagse beginsituatie.

In Chivalry & Ennui lopen de niveaus door elkaar: bevinden we ons in de huiskamer van een avatar-commune die wacht tot het volgende spel begint? Of zijn we in een échte woongroep, waar de huisgenoten rond de spelconsole in hun avontuurlijke rollen kruipen, omdat het echte leven zo ongelooflijk saai is?

Obleser: Taxifahrt mit Hund © Jolanda Obleser / Foto: Regine Hader Elk personage wordt gekenmerkt door verrassende details, in dit geval een mooie maliënkolder. Wie niet begrijpt waarom scenarioschrijvers eerst een personage uitwerken en dan pas het script schrijven, hoeft maar naar de personages van Obleser te kijken om het te begrijpen. Net als Aisha Franz tekent ze op een liefdevolle en verhalende manier schitterende kleding. Zodra haar hoofdpersonages daarin tevoorschijn treden, worden het individuele, soms ambivalente figuren die iets meemaken. Obleser slaagt erin haar lezers en lezeressen mee te nemen in de wereld van haar personages. Ze weet de lichaamstaal en de bewegingen precies te vatten, en tekent dan, bijna plotseling, wat hen ergert. De personages zijn nooit star of onbewogen, maar worden altijd getoond in het “vruchtbare moment”, met andere woorden in de spannendste seconde vlak voordat er iets gebeurt. Dat brengt vaart in de verhalen. De strips werken prima, ondanks de kleinschaligheid, omdat de tekenares compositie en dramaturgie helemaal onder de knie heeft. De vrouwelijke gamer, bijvoorbeeld, verschijnt niet zomaar in beeld: we krijgen eerst een voet en een stukje maliënkolder te zien, als aankondiging dat ze zo meteen (in het volgende prentje) de huiskamer zal binnenstappen.

Of ze nu tekent over een Taxifahrt mit Hund (taxirit met een hond, synoniem voor “ongevraagde levensevaluatie door de taxichauffeur met als kernboodschap: meisjes, jullie studies zijn simpel en totaal zinloos; jullie hebben geen idee wat er echt aan de hand is”), dan wel over vrouwen in videogames, in de wereld van Jolanda Oblesers waait altijd een briesje feminisme.
 
Rosinenpicker © Goethe-Institut / Illustration: Tobias Schrank Lina Ehrentraut: Snack
Verschenen in: Strapazin Nr. 141 (december 2020) - Superheld*innen in der Krise

Aisha Franz: Shit is real
Berlin, Reprodukt, 2016. 288 p.
ISBN: 978-3-95640-063-6

Lisa Frühbeis: Busengewunder
Hamburg, Carlsen, 2020. 128 p.
ISBN: 978-3-551-79356-0

De strips van Jolanda Obleser zijn uitgegeven in eigen beheer.

Top