Nieuwe Erasmus-programma
“Erasmus plus legt veel meer nadruk op kwaliteit”

Logo Erasmus+
Logo Erasmus+ | © NA in DAAD

Erasmus plus, zo heet het nieuwe opleidingsprogramma van de Europese Unie. Siegbert Wuttig, hoofd van het Duitse nationaal agentschap voor samenwerking tussen hogeronderwijsinstellingen in de EU, vertelt ons wat er ten opzichte van het oude Erasmus-programma is veranderd.

Mijnheer Wuttig, sinds 1987 hebben over heel Europa drie miljoen studenten van het succesrijke Erasmus-programma van de Europese Unie kunnen genieten. Sinds 2014 staat er een "plus" achter de naam – zijn er dan ook pluspunten aan het programma?

Een pluspunt is alvast dat er meer geld gaat naar Europese mobiliteit en de samenwerking die Europese landen rond onderwijs opzetten. De staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie maken voor de komende zeven jaar met 14,8 miljard euro 40 procent meer middelen vrij voor onderwijs. Dat is een belangrijk politiek signaal, vooral naar jongeren toe: zij krijgen in tijden van hoge werkloosheid op deze manier de kans door een verblijf in het buitenland bijkomende kwalificaties voor de Europese arbeidsmarkt te verwerven. Erasmus plus valt bovendien onder het nieuwe geïntegreerde totaalprogramma van de EU voor alle opleidingsdomeinen – gaande van onderwijs op school over beroepsopleiding, volwassenenonderwijs, hogeschoolopleiding tot jeugdbeleid en sport.

Wat is er inhoudelijk veranderd?

De boodschap luidt: alles wat in het verleden binnen Erasmus vlot is gegaan, loopt verder, maar door het nieuwe geld komen er extra mogelijkheden. Enerzijds moeten meer Europeanen financiële ondersteuning krijgen; in totaal vier miljoen tegen 2020, waaronder ongeveer twee miljoen studenten. Tot nu toe konden studenten met Erasmus één keer gedurende drie tot twaalf maanden in een ander Europees land studeren of stage lopen. Voortaan kunnen stagiairs die minstens twee maanden stage lopen aanspraak maken op een beurs, en dit meermaals: twaalf maanden tijdens de bacheloropleiding, voor studie óf stage, twaalf maanden tijdens de masteropleiding en nogmaals twaalf maanden voor doctoraatsstudenten. Iedereen kan dus tot 36 maanden van het programma gebruikmaken, ook voor bedrijfsstages die tussen verschillende examenperiodes door worden afgelegd. Ten slotte is er nog de mogelijkheid om een tweejarige masteropleiding in het buitenland met een krediet tot 18.000 euro tegen gunstige rente en aan redelijke terugbetalingsvoorwaarden te laten financieren. Deze ondersteuning kan men in elk land aanvragen, ongeacht het inkomen van de ouders.

"Meer kansen op werk"

Wat stellen we ons voor bij de vernieuwingen in het hoger onderwijs?

De geïntegreerde programmabenadering moet ervoor zorgen dat bijvoorbeeld hogeronderwijsinstellingen met beroepsopleidingen, ondernemingen of scholen en lerarenopleidingen over de grenzen tussen studierichtingen heen strategische en themagerichte partnerschappen aangaan, samen innovatieve plannen realiseren en hun internationale oriëntatie uitbreiden.

Erasmus plus wil ook een brug slaan met de Europese arbeidsmarkt, onder andere door jonge mensen tijdens hun studies de mogelijkheid te geven deze markt via een bedrijfsstage in het buitenland te leren kennen. Mobiliteit moet vanaf nu meer doen dan enkel de persoonlijkheid ontwikkelen en studenten later ook betere kansen bieden op werk. Bovendien is het niet langer uitsluitend kwestie dat twee miljoen studenten naar het buitenland gaan, maar wel dat mobiliteit voldoende kwalitatief hoogstaand is.

Hoe wordt de kwaliteit van een buitenlands verblijf gegarandeerd?

De erkenning van de in het buitenland gerealiseerde studies of stages kan beter. Om dat te bereiken krijgen de hogeronderwijsinstellingen ondersteuning bij de voorbereiding, begeleiding en evaluatie van de buitenlandse ervaringen. Daarnaast biedt de Commissie online voorbereidingscursussen aan in de vijf grote Europese talen Engels, Duits, Frans, Spaans en Italiaans, die door tutors worden begeleid. Dit moet Erasmus-studenten helpen om een degelijk taalniveau te halen en het verblijf en de integratie op hogeronderwijsinstellingen of ondernemingen vlotter te doen verlopen.

Waarom is het in tijden van digitale netwerkvorming eigenlijk nog belangrijk om mobiliteit te stimuleren?

Virtuele mobiliteit kan nooit de reële mobiliteit vervangen. Mensen doen er geen interculturele ervaringen in het gastland bij op of zullen – wat belangrijk is – geen problemen ervaren of moeten oplossen die zich daar in het directe contact met mensen stellen. Uit een enquête bij ongeveer 8.000 Erasmus-studenten blijkt dat zij hun belangrijkste ervaringen opdoen wanneer zij in het gastland met andere Europeanen in bijvoorbeeld internationale studentenhomes samenwonen. Hier leren zij allerhande standpunten kennen en voeren zij politieke debatten. Daaruit kan bij de jonge generatie ook een Europese identiteit ontstaan – iets wat Europa vandaag en morgen meer dan ooit nodig heeft.
 

De Deutscher Akademischer Austauschdienst (DAAD) treedt in Duitsland sinds 1987 in opdracht van het Duits Ministerie van Onderwijs en Onderzoek op als nationaal agentschap voor EU-programma's in het hoger onderwijs (waaronder Erasmus). De programma's worden sinds 2014 onder de koepel van Erasmus plus samengebracht.