Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Hoe de journalistiek zwicht voor emotie
“Gevoelde realiteit”

Journalistieke verslaggeving is vaak sterk op emoties gericht en heeft minder oog voor de feiten. Maar journalisten kunnen ook hun eigen onderzoek- en reflectieproces laten zien en het publiek uitnodigen om na te denken.

Op verkiezingsavonden laat de politiek meer dan ooit haar emoties zien: vreugde en gejuich bij de enen, versteende gezichten, teleurstelling en soms zelfs tranen bij de anderen. De verslaggeving op tv besteedt veel tijd aan het beschrijven van gevoelens. Er worden vragen gesteld die men anders veeleer uit de mond van sportjournalisten verwacht: “Hoe ontgoocheld bent u?”, “Waaraan schrijft u dit toe?”, “Is dit doenbaar, vreselijk, rampzalig?”. De tv-journalistiek, en de journalistiek in het algemeen, gaat in de politieke verslaggeving op zoek naar gevoelens en stemmingen, en niet alleen op verkiezingsavonden.
 
Keer op keer wordt geprobeerd complexe politieke processen en dossiers te reduceren tot emoties. Ik heb de indruk dat hoe meer media verslag uitbrengen, hoe meer ze in die emotionele val lopen. Het is immers gemakkelijker, en het gaat vooral sneller, verslag uit te brengen over emoties en snel emoties op te roepen, dan grondig onderzoek te verrichten naar de achtergronden. Georg Mascolo, de voormalige hoofdredacteur van het nieuwsmagazine Der Spiegel, heeft ooit gezegd: “Wie weinig weet, moet veel vermoeden.” Ik zou daaraan toevoegen: hoe minder journalisten weten en hoe minder ze een situatie kunnen inschatten, des te meer proberen ze gevoelens over te brengen.


FEITEN WORDEN MINDER BELANGRIJK

Die snelle gevoelsreflex past in onze tijd. We “liken” wat onze vrienden op Facebook zetten. We reageren met vrolijke of trieste emoticons. We hebben een zwak voor foto’s van schattige katjes. We worden langs alle kanten overspoeld met informatie, en reageren snel en gevoelsmatig: vind ik leuk, vind ik niet leuk. Duimpje omhoog of weg ermee.
De kleine draagbare apparaten waarop we die berichten consumeren, versterken dit. We gebruiken ze zowel voor private communicatie als om informatie tot ons te nemen. We gebruiken ze terwijl we op de trein of op de metro wachten, we surfen, scrollen, scannen, we zoeken de snelle emotionele kick. Om een lang, diepgaand artikel te lezen, is tijd nodig. Maar in de korte tussenpozen waarop we met de smartphone op zoek gaan naar snel vertier, hebben we die tijd meestal niet.
 
We leven in een tijd waarin gevoelens belangrijker en feiten minder belangrijk worden. In 2016 werd het woord “postfaktisch” – het Duitse equivalent van “post-truth” of “feitenvrij” – door de “Gesellschaft für Deutsche Sprache” (Vereniging voor de Duitse Taal) verkozen tot woord van het jaar. In het Engelse taalgebied is het woord “post-truth” al langer in gebruik. Al in 2004 publiceerde de Amerikaanse auteur Ralph Keyes het boek “The Post-Truth Era”.
Iemand die het begrip mee introduceerde in het Duitstalige gebied, was fysicus en filosoof Eduard Kaeser. Hij had het in augustus 2016 in de “Neue Zürcher Zeitung” over het “postfaktische” tijdperk, dat hij als volgt beschreef: “Feiten maken plaats voor verdichtsels en trivialiteiten: grillenbeheer.”
 
Wat daarmee bedoeld wordt, valt goed te illustreren met een citaat van de Berlijnse topkandidaat voor de partij Alternative für Deutschland, Georg Pazderski: “Het gaat niet alleen om de zuivere statistiek, maar het gaat erom hoe de burger het ervaart. Wat men voelt, is ook realiteit.” Dat was Pazderski’s reactie toen iemand stelde dat uit de statistieken geen significante stijging van de criminaliteit door buitenlanders bleek.


EMOTIES WERKEN DIRECT

Die “gevoelde realiteit” is niet alleen een inspiratiebron voor de politiek van de AfD, maar ook een voedingsbodem voor bedenkers van complottheorieën en allerhande bedriegers van het volk. Gevoelens gaan er vaak gemakkelijker in dan feiten, omdat men ze niet hoeft te bewijzen en omdat ze direct en waarachtig lijken. Het is moeilijk tegen een gevoelde realiteit te argumenteren, want argumenten moet men kunnen begrijpen en in een verband kunnen zien, terwijl emoties direct werken.
 
De “gevoelde realiteit” regeert op sociale netwerken. Op platforms zoals Facebook plaatsen individuen en groepen hun eigen verhaal tegenover dat van de gevestigde journalistiek. Geruchten en gevoelens worden aan elkaar geregen tot complottheorieën, waar meer dan genoeg liefhebbers voor zijn: “Eindelijk iemand die zegt wat ik voel, wat ik denk, wat ik vrees.” Het empirische is op deze fora van geen tel, die plaats is ingenomen door het gevoel.
Voor journalisten zijn die sociale netwerken een verleidelijke bron. Ze denken dat ze er hun oor te luisteren kunnen leggen bij “het volk”, dat ze er te weten kunnen komen wat “het volk” denkt. Artikels in de trant van “zo denkt u erover” zijn een nieuwe norm geworden in de online journalistiek, maar hebben niet meer waarde dan straatinterviews op tv. Ze zijn leuke bijzaak, infotainment.
 
In 2016 schreef mediawetenschapper Bernhard Pörksen in de krant “Die Zeit” dat trash en ernstig nieuws op het internet “rechtstreeks met elkaar concurreren op de platforms van het universum”. Volgens hem heerst het “principe van de populariteit. We leveren wat de mensen bevalt.” 


“GIJ ZULT NIET SAAI  ZIJN”

Het internet biedt heel wat mogelijkheden om het gedrag van de gebruiker te analyseren. Zo kunnen redacties min of meer in realtime volgen hoe hun bijdragen onthaald worden. Om die reden schrijven onlineredacties zoveel artikels over dezelfde onderwerpen. De aandacht mag niet verslappen, de opwinding moet in stand worden gehouden, en daarom wordt dezelfde informatie meerdere keren opgediend, telkens in lichtjes gewijzigde vorm. Als een artikel op het internet “niet werkt“, wordt het gewoon een beetje herschreven.
Journalisten leren al snel dat het belangrijk is emoties op te wekken bij het publiek. Ze moeten de lezers “pakken”, ze in het verhaal meetrekken, zodat ze het artikel tot het einde lezen of het verslag helemaal uitkijken. “Gij zult niet saai zijn“, luidt het eerste gebod. Het wordt echter gevaarlijk wanneer emoties doel op zich worden en de plaats innemen van informatie en onderzoek. Het internet bulkt van de verhalen die op snelle emotie gericht zijn, die mikken op het gevoel, maar niet aanzetten tot nadenken.
 
Als wij journalisten op de golf van het gevoel willen surfen, moeten we niet verwonderd zijn als we vroeg of laat zelf onder die golf bedolven worden. We moeten niet verwonderd zijn als al die emotionele kicks die we voortdurend trachten te genereren, zich vroeg of laat tegen ons keren. Het zijn spoken die we zelf hebben opgeroepen.

COMPLEXITEIT SEXY MAKEN

“Leugenacthige pers“ is nog zo een emotioneel, “postfaktisch” begrip dat – naast vele andere – op frustratie wijst. Frustratie over het feit dat de wereld niet zo eenvoudig is als veel mensen graag zouden willen. Frustratie over valse beloftes, over gewekte illusies. Frustratie omdat er in het artikel weer niet stond wat de kop liet vermoeden? Omdat we een gevoel hebben opgewekt waar we de lezer mee laten zitten, omdat we hem er niet toe aanzetten verder te denken? Omdat we zelf misschien niet verder gedacht hebben?
 
Onderzoek en reflectie blijven in de dagelijkse journalistieke praktijk al te vaak achterwege. Op de schaars bezette redacties is massaproductie vaak het enige wat nog telt. Niet voor niets eist de Duitse vereniging “Netzwerk Recherche” dat onderzoek voor redacties en mediabedrijven weer vanzelfsprekend moet worden en “op een zinvolle manier in de dagelijkse praktijk geïntegreerd moet worden”. Onderzoek is een ambachtelijke bezigheid, zo schrijft de vereniging: “Zoals een tegelplaatser tegels legt, zo moet een journalist onderzoek doen.”
Als jonge journaliste heb ik tijdens mijn opleiding geleerd dat het mijn taak is de complexiteit te reduceren. Maar als je de mensen voortdurend vertelt dat de dingen zeer eenvoudig zijn, gaan ze het op den duur ook geloven. Dan willen ze zich niet meer met complexe dingen bezighouden. De taak van de journalistiek bestaat er vandaag veeleer in complexiteit sexy te maken; we moeten de mensen duidelijk maken dat complexiteit niet iets is om bang voor te zijn, maar iets dat bij het leven hoort.
 
Als ik onderzoek doe, hebben mijn inzichten een impact op mijn inschatting en ook op mijn gevoelens tegenover de feiten. Dat soort reflectieprocessen zouden we met het publiek moeten delen. We zouden de mensen moeten uitnodigen om ook zelf te reflecteren. Als we het publiek ernstig nemen, mogen we het niet voorspiegelen dat er absolute zekerheid of eenvoudige oplossingen bestaan. Neen, dan moeten we het publiek duidelijk maken dat we met  angsten moeten kunnen leven als we onze vrijheid willen behouden. Als we het publiek ernstig nemen, moeten we niet zomaar op hun reflexen mikken, maar hen liever uitnodigen tot reflectie.

Top