Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Europese verkiezingen 2019
Een verkiezing zonder kiezers

De EU en haar burgers: het is een relatie op afstand. Dat wordt nog maar eens duidelijk in de aanloop naar de Europese Parlementsverkiezingen, die eind mei voor de negende keer worden gehouden. De opkomst daalt en de belangstelling van de media blijft matig. Een nieuwe campagne moet daar verandering in brengen.

Von Julia Wenzel

Ze beïnvloedt ons leven, haar besluiten maken deel uit van onze dagelijkse werkelijkheid: de Europese Unie en haar parlement vormen een belangrijk onderdeel van onze realiteit. En toch blijft de opkomst bij de Europese verkiezingen dalen. In 2014 bracht maar 43 procent van alle kiesgerechtigden zijn stem uit. Het Europees Parlement zag zich gedwongen te reageren: in de nationale verbindingsbureaus stelt men al meer dan een jaar alles in het werk om ervoor te zorgen dat de Europeanen op 26 mei ook echt gaan stemmen.
   
Jonge kiezers en influencers
 
“We willen gewoon meer mensen bereiken”, zegt Jill Knöper, PR-coördinatrice van de informatiecampagne #diesmalwähleich (“deze keer stem ik”) bij het verbindingskantoor van het Europees Parlement in Berlijn. “We hopen dat onze aanhangers hun netwerk zullen mobiliseren dat we anders maar moeilijk kunnen bereiken.” Sinds het begin van het jaar wordt de campagne door de parlementaire bureaus van alle 28 lidstaten gepromoot. Het moet de opkomst bij de verkiezingen, die in heel Europa daalt, op een politiek neutrale manier weer doen stijgen. Zo veel mogelijk (jonge) kiezers moeten gemotiveerd worden om zelf in actie te komen. Affiches ophangen, flyers uitdelen of video’s en foto’s posten op sociale media – op de universiteit, op school of in de sportclub “heeft dit mogelijk een grotere invloed”. Influencers maken deel uit van het netwerk. Met de lancering van een officiële campagnevideo op 25 april hoopt men nog meer aandacht te trekken.
 
De lage opkomst is een paradox: hoewel elke Europeaan de beslissingen van het Europees Parlement almaar rechtstreekser voelt, daalt de participatiegraad. Dat is niet altijd zo geweest: aan de eerste rechtstreekse Europese verkiezingen in 1979 nam 66 procent van de kiesgerechtigde Duitsers deel. In Frankrijk bedroeg de opkomst bijna 61 procent. Maar in de volgende jaren daalden die cijfers drastisch. Sinds 1999 ligt de opkomst in bijna heel Europa onder de 50 procent. In 2014 bracht amper 43 procent van alle kiesgerechtigden zijn stem uit. Er zijn grote verschillen tussen de lidstaten: met amper 13 procent deed Slowakije het in 2014 het slechtst, terwijl in België (als gevolg van de stemplicht) 90 procent en in Malta (zonder stemplicht) 75 procent de weg naar het stemhokje vond.  
 

EU-Wahlbeteiligung© Grafik: Julia Wenzel, Quelle: Europäisches Parlament, Erstellt mit Datawrapper
 
 
Deskundigen schrijven de lage opkomst toe aan een gebrek aan persoonlijke betrokkenheid bij de kiesstrijd. Met “Europese topkandidaten” als Manfred Weber van de Europese Volkspartij (EVP) en Frans Timmerman[ISO1] s van de Sociaaldemocraten (S&D) wil men politici terug in de schijnwerpers zetten. Toch valt er een maand voor de verkiezingen nog steeds weinig te bespeuren van een echte Europese verkiezingssfeer – ook niet in Duitsland. “Een factor die de vorige keer enigszins een stabiliserend effect had, was de personalisering en de versterking van de band met Duitsland door Martin Schulz”, zegt Bettina Westle, professor empirisch democratie-onderzoek aan de Philipps-Universität Marburg. Maar ondanks de Duitse topkandidaat Weber heeft die vernieuwende factor volgens haar al aan kracht ingeboet. De lage opkomst in de oostelijke lidstaten is volgens de professor toe te schrijven aan een gebrek aan plichtsbesef. Volgens haar is de EU “voor de burgers in die landen nog steeds zeer vreemd”, en “het gevoel van een Europese identiteit leeft er amper”. Maar ook op andere plaatsen worden de Europese verkiezingen als het ware protestverkiezingen, waarbij men onpopulaire beslissingen – vooral van de eigen regering – probeert af te straffen. In de politieke wetenschappen worden ze daarom ook beschouwd als “tussentijdse verkiezingen”, vergelijkbaar met de Midterm Elections in de VS.
 

 
EU-Wahlbeteiligung Prozent© Grafik: Julia Wenzel, Quelle: Europäisches Parlament, Erstellt mit Datawrapper
 
De vicieuze cirkel van de dalende interesse 
 
De lage opkomst zou evenwel geen teken zijn van scepsis tegenover de EU, maar veeleer het gevolg van een vicieuze cirkel: de persoonlijke interesse in politiek, maar ook de interesse bij de media en bij de politieke partijen zelf lijkt steeds verder af te nemen. De partijen zouden het Europees parlement als instelling niet ernstig genoeg nemen, zoals blijkt uit de huidige zittende leden en de lijsten waarop veel onbekende kandidaten staan. Het budget voor de kiesstrijd zou bovendien klein zijn, de concurrentie zwak. Doordat er geen Europese kieslijsten bestaan, blijft het geheel steken op nationaal niveau. Bovendien is ook de berichtgeving door de media eerder gebrekkig: over het Parlement wordt niet zo vaak gesproken, meestal gaat het over de Commissie en de Raad. “De agenda van de media bepaalt mee hoe sterk mensen de Europese verkiezingen beleven en wel of niet belangrijk vinden”, zegt Westle. Zeker in Frankrijk betreurt men het gebrek aan interesse bij de media. “Maar ook in Duitsland worden de Europese verkiezingen in vergelijking met de nationale verkiezingen veeleer stiefmoederlijk behandeld.” De binnenlandse kijk domineert de berichtgeving, de verkiezingen worden gebruikt als middel om tegen regeringen te protesteren. Dat leidt dan weer tot minder engagement bij de partijen; het is een vicieuze cirkel.
 
Wat er gebeurt als men er niet in slaagt die vicieuze cirkel te doorbreken, ziet men in Groot-Brittannië. De scepsis van de bevolking tegenover de EU kon er decennialang ongeremd groeien door negatieve of ontbrekende berichtgeving. Zelfs in het jaar waarin Groot-Brittannië tot de EU toetrad, bedroeg de opkomst niet meer dan 32 procent. Voor de Europese verkiezingen in mei zien we een polarisering ontstaan tussen pro- en anti-Europese krachten, waarvan de effecten nu al worden gemeten in de huidige Eurobarometer: 67 procent van de EU-burgers is van mening dat men zich zorgen moet maken over partijen die tegen de politieke elite protesteren, 39 procent ziet politiek extremisme als het grootste gevaar voor de EU. 55 procent vindt daarentegen dat de EU stabiliteit brengt. De algemene tevredenheid stijgt en in Oost-Europese landen waardeert men de duidelijke verbetering van de levensstandaard. Toch schatten veel mensen de toekomst van de EU pessimistisch in: 56 procent van de Grieken en 50 procent van de Fransen heeft een pessimistisch beeld van de toekomst van de EU. Het zijn de enige landen waarin een meerderheid er negatief over denkt. Een heel verschil met Duitsland, waar 67 procent de toekomst optimistisch tegemoetziet.
 
De informatiecampagne moet ertoe leiden dat de hoge tevredenheid uiteindelijk ook tot uiting komt in een hogere opkomst. “Dat is natuurlijk waar we het meest op hopen”, zegt Knöper. “Het is fijn dat de campagne door de burgers gesteund wordt”. Het is bovendien indrukwekkend hoe creatief de aanhangers zijn. Zo zijn er onder meer plannen om rusthuisbewoners met fietsriksja’s naar de stembureaus te voeren. Of het uiteindelijk de moeite waard zal zijn? “We zijn blij dat we al die steun ook na de verkiezingen nog kunnen gebruiken”, zegt Knöpe. Dat is op zich al een beloning. “Vooral jonge mensen moeten een duurzame interesse ontwikkelen, en dat zullen wij ook nastreven.” Want er volgen ongetwijfeld nog Europese verkiezingen.

Top