Bini Adamczak De stellingen over Feuerbach van Karl Marx

Bini Adamczak produceerde de volgende tekst en het bijbehorende video voor de app "Marx in Brussels" van het Goethe-Institut Brussel. De schrijfster behandelt de relevantie van de "Stellingen over Feuerbach", een van de belangrijkste teksten die Marx in Brussel heeft geschreven.


De laatste stelling is de bekendste en de beroemdste: De filosofen – zo wordt gesteld – hebben de wereld tot nu toe alleen maar verschillend geïnterpreteerd, het komt er echter op aan de wereld te veranderen. Zo eindigt deze korte tekst. De 11 stellingen over Feuerbach. Vermoedelijk de kortste filosofische tekst ter wereld. In deze tekst, in deze 11 stellingen, schetst Marx de strijd tussen twee filosofische strekkingen. Een strekking die het subjectieve centraal stelt in de wereld –m.a.w. het inzicht, het verstand, de rede. En een andere, die het objectieve centraal stelt –m.a.w. het zintuiglijke, het aanschouwelijke, het concrete. Enerzijds een idealisme, dat ervan uitgaat dat de wereld de uitdrukking van de geest is, dat de geest werkelijkheid wordt in de wereld, of dat de wereld niet anders is dan wat deze voor de geest lijkt te zijn. Anderzijds een materialisme, een deterministisch materialisme, dat hardnekkig beweert dat deze geest zelf voortkomt uit de werkelijke wereld en door die werkelijke wereld wordt bepaald. Marx heeft kritiek op beide. Enerzijds bekritiseert hij de idealistische visie, omdat ze er niet in slaagt de maatschappelijke plaats die ze in de maatschappelijke werkverdeling inneemt, te weerspiegelen en te overwinnen. Omdat deze theoretici als theoretici ervan uitgaan dat de wereld zelf een theorie is. Anderzijds bekritiseert hij de materialistische, deterministische visie, om heel gelijkaardige redenen, namelijk omdat de deterministische materialisten de wereld zien als een keten van oorzaken en gevolgen. Een keten van oorzaken en gevolgen, die men weliswaar kan begrijpen, maar waarin men niet kan ingrijpen. In die zin is de strijd van de twee politieke stellingnamen een uitdrukking van een specifieke politieke situatie die men als volgt kan samenvatten: de gedachten zijn vrij, maar er wordt gegeten wat de pot schaft. Of iets actueler geformuleerd: iedereen mag een mening hebben en die ook vrij uiten, maar je moet wel doen wat de politie zegt. De vraag die Marx nu stelt is: Wie bepaalt eigenlijk wat de pot schaft, wie bepaalt het menu? Wie voert het bevel over de politie? Of in zijn eigen woorden: wie voedt de opvoeder op?
 
Marx schreef deze ‘Stellingen over Feuerbach’ in 1845 in Brussel, waarheen hij gevlucht was voor de Pruisische regering. Oorlog aan de Duitse toestanden! Schrijft Marx. Vanuit het perspectief van vandaag bekeken, zou men kunnen zeggen dat hij op de vlucht is. De vluchteling Marx vlucht als het ware van het economische centrum van Europa, Duitsland, naar het politieke centrum van Europa, Brussel. Of preciezer gezegd: van het politiek-economische centrum naar het centrum van de politieke onderhandelingen. Want dat zijn centrale ideeën van Marx. Ten eerste: elke vorm van politiek is ook altijd economisch, wordt mee bepaald door de economie, en gaat over de economie. Dat ziet men bijvoorbeeld heel duidelijk aan de Europese Unie en haar oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de economische unie. Ten tweede stelt Marx dat elke economie ook altijd politiek is. In elke economie moeten de mensen bepaalde vragen stellen en beantwoorden: behoeften willen ze bevredigen, en welke inspanningen willen ze doen om die behoeften te bevredigen? In de kapitalistische economie doen de ideologen van het kapitalisme echter vooral hun best om dit politieke karakter van de economie te verhullen. Zij beweren dat er al in het stenen tijdperk bessen voor dierenhuiden werden geruild tussen jagers en plukkers, en dat mensen ook in de toekomst economisch gezien altijd kapitalistisch zullen moeten handelen. Dat zou nu eenmaal de natuurlijke aard van de mens zijn. Maar als de economie natuurlijk is, en niet politiek, dan kan en moet de politiek zich ertoe beperken randvoorwaarden uit te tekenen en in geval van twijfel dwingende maatregelen door te voeren, en besparingsprogramma’s op te leggen. Een bezuinigingsbeleid zonder elk alternatief te forceren. Maar dan rijst de vraag: als er in het kapitalistische hart zo een groot gebrek aan democratie heerst, waarom gaan we dan überhaupt nog stemmen, als er in feite niets te stemmen valt? Waarom doen we nog moeite om collectieve beslissingen te nemen, als er eigenlijk niets te beslissen valt, omdat alles al bepaald is door de economische noodzaak? Dan krijg je aan de ene kant de technocraten, de uit noodzaak aangestelde experten, als gevolg van de noodzaak ook niet verkozen moeten worden, eenvoudigweg kunnen worden ingezet; en aan de andere kant rechts-nationalisten ook aan die randvoorwaarden, aan dat economische niets willen veranderen, en dat ook niet eens proberen, maar zich er gewoon toe beperken de heersende, onvermijdbare ellende zo te verdelen, dat de mensen die sowieso al het meest in armoede leven sterkst onder de armoedige omstandigheden te lijden hebben.
 
Tegen die situatie, tegen die verheerlijking of berusting tegenover het lijden roept Marx op tot een filosofie, die deze armoedige situatie legt bij een werking van de wereldgeest of de uitdrukking van westerse waarden, noch deterministisch, historistisch, materialistisch schouderophalend zegt, dat er helaas niets aan te doen valt. roept op tot een filosofie die in de praktijk wordt gebracht. En die praktijk is niet zomaar een voorzichtig pragmatisme, is geen ‘business as usual’. Een pragmatisme van het praktische verstand, maar een collectieve praktijk waarin de mensen hun wereld samen vormgeven, in stand houden en veranderen. Als het kapitalisme een wereld is waarin mensen als afzonderlijke individuen gedwongen zijn los van elkaar te handelen en tegen elkaar te handelen, dan is het individuele niveau niet de juiste aanpak om de wereld weer te doen opleven. Als ieder voor zich alleen zijn eigen carrière nastreeft en de eigen mogelijkheden alleen daarvoor inzet, dan kan men op die individuele manier niets veranderen aan de maatschappelijke verhoudingen; dat kan alleen collectief. Later zegt Marx dat de mensen hun geschiedenis maken, niet in zelf gekozen omstandigheden, maar in de omstandigheden zoals ze die aantreffen. En juist het focussen op die omstandigheden en niet aan politiek doen in de aangetroffen omstandigheden maar wel die omstandigheden politiseren, en ze dus radicaal veranderen, - dat is de praktijk waarover hier gesproken wordt. Op die manier zouden de mensen bevrijd kunnen worden van dwingende omstandigheden, en kunnen afrekenen met bijvoorbeeld de beperkingen van een onmenselijk bezuinigingsbeleid. Om niet alleen de hegemonie van het Duitse kapitaal in Europa te doorbreken, wat alvast een goed begin zou zijn, maar een einde te maken aan de hegemonie van het kapitaal over het menselijk leven zelf. Want het kapitaal als een concrete, gepantserde sociale verhouding leidt altijd weer tot een situatie waarin mensen niet anders kunnen dan hun leven verschillend te interpreteren, als afzonderlijke individuen, maar het niet samen – in hun voordeel – kunnen veranderen.
 

Bini Adamczak is schrijfster en woont in Berlijn. Haar laatste boek „Beziehungsweise Revolution - 1917, 1968 und kommende“ werd gepubliceerd bij edition suhrkamp. Haar tekst „Kommunismus: Kleine Geschichte, wie endlich alles anders wird“ is nu al een klassieker en werd in talrijke talen vertaald. De tekst zal in november 2018 verschijnen bij Entremonde met de titel „Le communisme expliqué aux enfants“.