Rome ACHTER DE PRACHT EN PRAAL LIGGEN DE VOORSTEDEN

Aan de voorsteden van Rome lijkt geen einde te komen. Achter de welbekende kerken en monumenten van het historische centrum, achter de pracht en praal, verschuilen zich de wijken waar de meeste Romeinen wonen. Ver weg van het schouwtoneel van Paolo Sorrentino’s met een Oscar bekroonde film liggen stadsdelen die zo’n slechte reputatie hebben dat ze er wellicht nooit meer vanaf raken.

  • Corviale © Maria Grazia Pecchioli
    Corviale
  • Tiberoever © Maria Grazia Pecchioli
    Tiberoever
  • Blik op Rome vanuit de voorstad © Maria Grazia Pecchioli
    Blik op Rome vanuit de voorstad

DE BERUCHTE WIJK MAGLIANA, VAN BENDE TOT BAND


Al meer dan 40 jaar associëren kranten en televisie maar ook heel wat inwoners van Rome zelf het stadsdeel Magliana met een beruchte bende, een van de misdaadsyndicaten die in de jaren 70 het licht zagen. De buurt heeft dit negatieve beeld tot op vandaag nog niet kunnen afschudden, zelfs nu “Banda della Magliana” de naam is geworden van een jonge muziekband die door het districtsbestuur wordt ingeschakeld in een poging het verleden te wissen. Van een slechte naam raak je maar moeilijk af. Dat geldt ook voor andere wijken waar de stadsplanning vooral grote betonconstructies en een gebrekkige infrastructuur, in eerste instantie bedoeld voor het verkeer in de buurt, heeft achtergelaten. Een deprimerende erfenis, het resultaat van de ongebreidelde groei van de stad. In 1861 telde Rome 200.000 inwoners, in 1951 waren dat er 1.651.000. Vanuit de lucht gezien lijkt er geen einde aan te komen: met haar 1.287,36 km² is dit de in oppervlakte grootste stad van Italië. Volgens tellingen door het bestuur telt Rome 2.868.347 inwoners. Dat maakt dat deze stad ook wat het aantal inwoners betreft op de eerste plaats staat in Italië, en in heel Europa enkel Londen, Berlijn en Madrid moet laten voorgaan.
 

DE ROMEINSE VOORSTEDEN

De voorsteden rond Rome huisvesten zeer uiteenlopende, levendige werelden, die voortdurend aan veranderingen onderhevig zijn: in bepaalde buurten die 30 jaar geleden nog slecht aangeschreven stonden, is de neerwaartse spiraal omgekeerd. Dit geldt voor Trastevere, Monteverde, Testaccio en Garbatella, en deels ook voor Pigneto, hoewel de drugshandel daar een probleem blijft. In andere buurten is de levenskwaliteit nog altijd slecht, met name in de afgelegen voorsteden waar een koude, onbarmhartige stadsplanning tot uiting komt in massa’s cement en beton. Pracht en praal zijn hier ver te zoeken. Dat is het geval in Laurentino 38, San Basilio, Magliana, Tor Bella Monaca, Rebibbia, Pietralata, Trullo, Corviale, Torpignattara, Primavalle, Tor Sapienza, Centocelle, Quadraro, delen van Ostia en centraal gelegen zones zoals Esquilino en de wijk rondom het station Termini. Het onbehagen vertaalt zich evenwel niet in extreme gevoelens. In Rome raken sociale en positieve realiteiten vermengd met verval, werkloosheid en ontevredenheid. Daaruit ontstaat een complexe puzzel die beslist moeilijk maar nooit extreem is. In de buitenwijken is de integratie van nieuwkomers een uitdaging, maar niet onmogelijk; er zijn geen “no-go-areas” zoals in Engeland, en conflicten zoals in de Parijse banlieues blijven hier uit. Uit de misdaadcijfers blijkt dat Rome vooral te kampen heeft met kleine criminaliteit: diefstallen, zakkenrollerij, drugshandel. Het is dit verval dat in deze wijken het onveiligheidsgevoel voedt en aanleiding geeft tot een slechtere levenskwaliteit. Zo hebben politie en carabinieri in Tor Bella Monaca, waar de stadsplanning aan de basis ligt van alle problemen, alle moeite om het gebied onder controle te houden. Hetzelfde is waar voor Corviale en Laurentino 38: hoge woontorens en een gebrek aan gemeenschappelijke ruimtes leiden tot verval en maken een eventuele herwaardering bijzonder moeilijk. De werkloosheid – die hier hoger is dan elders – en de criminaliteit versterken het onbehagen. Ostia, een district op 36 km van het stadscentrum van Rome, werd, toen uit onderzoek door het Openbaar Ministerie van Rome naar aanleiding van “Mafia Capitale” bleek dat de maffia er geïnfiltreerd was, onder politietoezicht geplaatst. Op die manier trachten overheid en recherche de uitbreiding van de criminaliteit te stoppen.

CULTUUR MOET SOELAAS BRENGEN IN DE PERIFERIE

Tot in de jaren 70 waren de verst van het centrum verwijderde zones de zogenoemde borgate, waar Pier Paolo Pasolini over vertelde: wijken die plotseling waren ontstaan, om de inwijkelingen uit andere Italiaanse regio's op te kunnen nemen. De afstand tot het centrum was gevoelsmatig en cultureel gezien reusachtig. Maar een cultureel initiatief zorgde in die jaren voor toenadering: de zomerse openluchtvoorstellingen in de straten van het centrum, in het kader van de Estate Romana, een gebeuren dat theater, film en muziek bracht op de mooiste plekken van de stad. De Romeinen, ook uit de voorstad, voelden zich thuis op de pleinen en tussen de monumenten van het centrum. Aan het begin van dit millennium werd dit idee nieuw leven ingeblazen met de Notti Bianche, grote manifestaties die tot ’s ochtends vroeg doorgingen. Daarna werden als gevolg van de economische crisis en het begrotingstekort bij de stad de subsidies voor culturele initiatieven teruggeschroefd.

Streetart – EEN OPENLUCHTMUSEUM

Wat je in de stadsrand tegenwoordig vaak ziet opduiken, is streetart. Sinds 2015 kan je met behulp van de app StreetArt Roma en een kaart alle schatten terugvinden; ruim 300 werken in 150 straten van 13 districten werden geregistreerd. 120 kunstenaars van overal ter wereld, onder wie ook Italianen en inwoners van Rome zelf, hebben ervoor gezorgd dat de voorstedelijke straten en steegjes als vanzelf een openluchtmuseum zijn geworden. Zo zijn er o.a. de 18 muurschilderingen in Tor Marancia, het werk van Hitnes in San Basilio en het als een droom aandoende storyboard van Alice Pasquini in San Lorenzo. De werken zijn gedigitaliseerd in een kaart van het Google Cultural Institute. Het project brengt centrum en stadsrand samen en toont problematische stadsdelen van een andere kant.