Rome–Torpignattara Torpignattara door kinderogen: interview met lerares Marisa Madera

Na een lange carrière als lerares op talloze basisscholen in verschillende wijken van Rome is Marisa Madera tegenwoordig waarnemend directrice van basisschool “Scuola Primaria Pietro Mancini”, waar kinderen van verschillende afkomst met uiteenlopende familiale achtergronden naar school gaan. 

Een van de meest representatieve en tegelijk onverwachte beelden in dit deel van Rome is de “verscheidenheid” van de kinderen die op de basisschool van Torpignattara zitten en met wie mevrouw Madera elke dag werkt. Representatief, omdat de kinderen deels uit gezinnen komen die van overal zijn toegestroomd en zich hier moeten integreren, en deels uit Italiaanse gezinnen die hier na uiteenlopende gebeurtenissen terechtkomen, zoals een scheiding of het ontslag van een of beide ouders op zoek naar goedkoper onderdak. Onverwacht, omdat deze ogenschijnlijke verschillen – die vaak vooroordelen over de opvoedkundige en sociale prestaties van scholen zoals Pietro Mancini in de hand werken – vervagen zodra je het gebouw binnenstapt. Om “maestra Marisa” – zoals “haar” kinderen haar noemen – te ontmoeten, hebben wij de school op een zaterdag in mei een verrassingsbezoek gebracht. We dachten dat ons die dag helaas de kans zou ontgaan om de lerares samen met haar leerlingen te zien. Toch kwamen we in de klaslokalen vol kleurrijke tekeningen heel wat ouders tegen met hun kinderen. Samen waren ze bezig de schooltuin te bezaaien en de vensters van het auditorium met kleurrijke plantjes aan te kleden. De vele niqabs, het allegaartje van Romeinse en buitenlandse accenten of de meest uiteenlopende vaardigheden als tuinman – van de hobbytuinier tot de professor Tuinbouw – waren er van geen tel.
 
Mevrouw Madera, heeft het feit dat u met gezinnen van uiteenlopende achtergronden werkt uw job moeilijker gemaakt?
 
Ik zou eerder zeggen dat ik elke dag iets bijleer wanneer ik voor de klas sta en met de gezinnen samen ben. Het is het interessantste beroep dat ik ken. En dit geeft het nog meer waarde, omdat je jezelf voortdurend op de proef moet stellen en nieuwe zaken moet leren. Sommige van mijn jonge leerlingen worden als “moeilijk” bestempeld omdat zij uit een moeilijke gezinssituatie komen of andere cognitieve vaardigheden hebben. Ik heb heel wat van zulke kinderen ontmoet, maar uiteindelijk vinden ze allemaal hun plaats. In sommige gevallen moest ik daarvoor gebarentaal leren om met doofstomme kinderen te communiceren, of moest ik buiten de werkuren lange gesprekken voeren met de ouders.
 
Past u op die kinderen bijzondere didactische methoden toe?
 
Deze kinderen willen dat hun aangeboren vaardigheden gewaardeerd worden, zowel op school als thuis of in de samenleving, ongeacht de nationaliteit van hun ouders of de rijkdom van het gezin. Daarom organiseren wij samen met de collega's en met de steun van onze fantastische directrice Malvina Fiorani veel activiteiten die de gevoeligheid en de talenten van de kinderen op natuurlijke wijze tot uiting doen komen. We hebben net nog een workshop journalistiek gehouden, waarbij wij de nationale en regionale pers hebben gelezen, om zo een eigen krant samen te stellen. We namen ook deel aan nationale concoursen over het thema legaliteit, over de bescherming van mensenrechten en het milieu. Onze leerlingen leverden daarbij steeds uitstekend werk. Vorige maand zijn we onder andere op audiëntie gegaan bij paus Franciscus, die we gedichten en tekeningen van de kinderen cadeau hebben gedaan, en hadden wij een gesprek met Ulrich Hub. Bij die laatste gelegenheid hebben we zowel hem als onze collega’s uit andere scholen – die ons als “concentratieschool” hadden bestempeld – verrast met de diepzinnigheid van onze vragen.
 
Kunnen we stellen dat uw leerlingen symbool staan voor een Torpignattara dat het grote publiek niet kent?
 
Deze kinderen zijn de burgers van morgen. Alleen met hun hulp en door hen de juiste waarden en de middelen in handen te geven om te leren en te begrijpen, kunnen zij aan een stad bouwen die beter is dan degene die zij van ons erven. Nu al, op de leeftijd van zeven of acht jaar, zijn deze leerlingen in staat om na te denken over zaken als legaliteit, de integratie van culturen, het aanvaarden van wat anders is of een burgerlijke en politieke opleiding. Deze kennis brengen zij, zo horen wij van hun ouders, vanuit de school ook mee naar huis. En vaak zijn zij de eersten die dat in bepaalde gezinssituaties doen. Wanneer zij in lokale kranten lezen over de problemen in hun buurt, zijn zij het die willen schrijven over de dingen die wel werken en over oplossingen voor welbepaalde problemen. Ik kan hen niet enkel vanuit mijn functie als onderwijzeres begrijpen: zelf ben ik ook, toen ik ongeveer hun leeftijd had, met mijn gezin naar Rome verhuisd. Als Calabrische die naar Duitsland was geëmigreerd, sprak ik geen woord Italiaans. Zo heb ik aan den lijve kunnen ondervinden wat het betekent om anders te zijn en heb ik gemerkt dat het een troef kan worden wanneer je je anders-zijn deelt met anderen, op een manier waarop enkel kinderen dit kunnen.