Transnationale media Een stem voor Europa

Slechts weinig media brengen transnationaal verslag uit over Europese thema’s.
Slechts weinig media brengen transnationaal verslag uit over Europese thema’s. | Foto (fragment): © On-Air-Design (2016), Euronews

Transnationale Europese media zijn cruciaal voor de totstandkoming van een Europese publieke opinie en identiteit, zeker gezien de gespannen politieke sfeer. Welk aanbod is er al en hoe goed werkt het?

Er bestaat al een zekere vorm van Europese publieke opinie, met name waar het gaat over cultuur, kunst, sport, film, popmuziek, mode en economie. Denk maar aan de Champions League, het Eurovisiesongfestival, de Biënnale van Venetië, het internationaal filmfestival van Berlijn en natuurlijk de dagelijkse economische en commerciële banden, Europese joint ventures of netwerken in het maatschappelijke middenveld.

Heel anders is de situatie wanneer het gaat over politieke kwesties. Dan lijkt transnationale verslaggeving plots een stuk moeilijker. “Over politieke beslissingen die heel Europa aangaan, berichten nationale media slechts mondjesmaat en altijd vanuit een duidelijk nationaal perspectief,” stelt Anja Herzog van het Hans-Bredow-Institut in Hamburg op het onlineportaal Eurotopics. “Bijgevolg zijn burgers vaak onvoldoende op de hoogte van belangrijke politieke beslissingen die op EU-niveau worden genomen.” In 2014 al legde Martin Schulz, de toenmalige voorzitter van het Europees Parlement de vinger op de wond: “Wanneer iets door de Europese Raad geraakt, volgen 28 persconferenties. Zodra er een akkoord is bereikt, klinkt het in de 23 talen van de EU: ‘Ik heb dat voor mijn land gerealiseerd’.”

Het gaat aan het grote publiek voorbij

Toch is er wel degelijk sprake van een aanzet tot transnationale verslaggeving. Sinds 1993 informeert Euronews, een tv-station dat duidelijk naar heel Europa kijkt, in dertien talen over de actualiteit. Ook cultuurzender Arte richt zich met zijn programma's tot een pan-Europees publiek. Nog een voorbeeld is het Amerikaanse mediaportaal Politico, dat sinds 2015 in samenwerking met de Duitse uitgeverij Axel Springer een eigen Europese publicatie uitgeeft. En er zijn nog meer online portaalsites, zoals het al in 1999 opgerichte Euractiv, die zich op pan-Europese verslaggeving toespitsen. Zo brengt het project Eurotopics elke dag een persoverzicht met opiniestukken uit 30 Europese landen, in het Duits, Engels en Frans.

Maar het probleem is dit: vergeleken met de nationale media bereikt geen van deze kanalen echt een breed publiek. Dit maakt dat de meerderheid van de bevolking zich onvoldoende bewustzijn is van het belang van Europa, zo stelt Anja Herzog van het Hans-Bredow-Institut vast. Bij gebrek aan ruime publieke interesse gaan nationale media op hun beurt niet zo gauw over EU-thema’s berichten. “Bovendien is men vaak gewoon onwetend over de politieke besluitvorming in Brussel,” zo liet Rolf-Dieter Krause op het radiostation Deutschlandfunk verstaan. Krause was jarenlang correspondent voor de ARD in Brussel.

Crisis als katalysator

Ten aanzien van de crisissen waardoor Europe wordt geteisterd, en die door de trend in veel lidstaten om zich terug te plooien op het nationale nog scherper i beeld komen, is dit geen goed nieuws. Anderzijds kunnen crisissen ook als een katalysator werken: zij hebben ervoor gezorgd dat dezelfde thema’s op hetzelfde moment in Europa ter sprake komen, dat er zich een publieke opinie vormt rond kwesties zoals besparingsbeleid, belastingparadijzen, databeveiliging, wereldhandel of de vluchtelingenkwestie. Nog twee andere factoren werken deze trend in de hand: de fundamentele ommezwaai in de mediasector en nieuwe taaltechnologieën.

Mediaconcerns zoeken en testen nieuwe bedrijfsmodellen om in het digitale tijdperk met journalistieke inhoud geld te verdienen. Daarbij is ook de ontsluiting van nieuwe geografische markten een te overwegen optie. Digitalisering kent geen nationale grenzen en vormt daarmee een ideale basis voor een transnationale publieke opinie.

Nieuwe mogelijkheden door digitalisering

Dit wordt gefaciliteerd door sociale media die vandaag reeds als transnationale platformen werken, ook wanneer Europa in deze sector dringend een inhaalbeweging moet maken. Deze innovatie wordt vooralsnog uitsluitend getrokken door ontwikkelingen uit Silicon Valley, zoals Facebook Instant Article, Apple News en Google News Initiative. Europa moet absoluut eigen media-initiatieven ondersteunen; waar het gaat over zaken als persvrijheid, identiteit, openbaarheid, gegevensbeveiliging en datamonopolies, moet het alle opties open houden.

Eerdere pogingen om Europese media op te starten zijn, mede door de taalbarrières, niet gelukt. Maar met nieuwe taaltechnologieën zou het binnen enkele jaren mogelijk moeten zijn om inhoud op een kwaliteitsvolle wijze simultaan te vertalen. Wanneer taaltechnologieën zich onder impuls van Amazon, Google en Facebook zo snel blijven ontwikkelen, zal het weldra mogelijk zijn om de Frankfurter Allgemeine Zeitung in het Frans of Le Monde in het Roemeens te lezen. En natuurlijk zullen er dan ook nieuwe Europese media tot stand kunnen komen die onmiddellijk vanuit een pan-Europese achtergrond online inhoud verspreiden.

De crisissen in Europa, de ommezwaai van het medialandschap maar ook de razendsnelle ontwikkeling van taaltechnologieën kunnen dus leiden tot Europese media die vanuit een Europees perspectief nieuws brengen voor een Europees publiek. Er is reden tot optimisme.