Brussel–Molenbeek Boksen in Brussel: “Samenleven moet je organiseren”

Brussels Boxing Academy
Brussels Boxing Academy | Foto: © Sarah Dheedene

De Brussels Boxing Academy is een startpunt voor Belgische kampioenen, maar zag ook enkele voormalige leden naar Syrië vertrekken om te vechten aan de zijde van IS. Een reden te meer waarom de club zich ook op sociaal vlak voor zijn boksers inzet, vertelt trainer Tom Flachet.

Tijdens de zomervakantie ravotten kinderen van de speelpleinwerking in de sporthal van basisschool de Kleurdoos, de thuishaven van Brussels Boxing Academy (BBA) in de Kogelstraat, pal in het midden tussen de Beurs en Sint-Jans-Molenbeek. In september hervatten de trainingen van Brussels bekendste boksclub.

Brussels Boxing Academy bestaat al sinds 2003, vertelt trainer Tom Flachet. “Mohamed Maalem werkte als sportanimator in jeugdhuis Chicago. Ik werkte in een populair centrum voor gevechtsporten in Jette. Samen hebben we een boksclub opgestart, gespecialiseerd in Engels boksen, de bekendste boksvariant.

We zijn ieder jaar een beetje groter geworden. Tegenwoordig krijgen we iedere week twee- à driehonderd boksers over de vloer. We zijn met vier professionele trainers: Mohamed Idrissi, Mohamed Maalem, Anas Lamouissi en ikzelf. Sommige jongeren zijn ondertussen zelf assistent-trainer geworden. Sinds 2007 zijn we officieel lid van de boksfederatie en doen we aan competitieboksen.”

Champions

BBA is lid van D’Broei, een organisatie die jongeren emancipeert in acht Brusselse jeugdhuizen. “We zijn een eerstelijnsorganisatie die jongeren bereikt via het boksen. We focussen in ons sociaal werk op jongeren uit moeilijke wijken zoals Anneessens of Molenbeek. De jaarlijkse tochten naar de Ardennen of een buitenlands gebergte zijn ons stokpaardje. Tijdens die reizen komen er bij de jongeren veel vragen over hun leven naar boven. Die werking willen we in de toekomst nog professioneler uitbouwen met psychologen en sociaal assistenten.”

Wie bij BBA bokst, komt weleens in contact met andere interessante projecten. “Soms bellen castingbedrijven omdat ze op zoek zijn naar jongeren met een bepaald profiel. Momenteel proberen we de jongeren warm te maken voor een samenwerking met het Millennium Iconoclast Museum of Arts, het nieuwe museum in Molenbeek, waarvan één van de oprichters bij ons bokst. We organiseerden al een eerste bezoek met de trainers, al kregen we niet veel jongeren mee. Hopelijk lukt dat in de toekomst wel. In 2012 stonden heel wat boksers van onze academie op de planken van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Sleeping Elephant, een productie over Muhammad Ali. Met Champions werd er ook al een mooie film over onze club gemaakt.”

Sociale waarde

Tom Flachet Brussels Boxing Academy | Foto: © Sarah Dheedene Sociaal werk en sport gaan hand in hand bij BBA. Flachet illustreert met een voorbeeld. “Soms dagen talentvolle jongeren plots niet meer op training op, omdat ze op familiaal vlak weinig ondersteuning krijgen of geen werk hebben. Als wij op sportief vlak goede resultaten willen halen, moeten we dus aan sociaal werk doen.

“Aan sport doen heeft bovendien een sociale waarde,” meent de coach. “Je leert te babbelen met anderen. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Je slaat hard, doe wat zachter aan’. Die dialogen zijn belangrijk om er als persoon op vooruit te gaan. Daarnaast leer je sportief af te zien, op je voeding en gewicht te letten en meet je jezelf met anderen in een gecontroleerde situatie – niet op straat.”

Vluchtelingen

Samenleven en diversiteit moet je organiseren, zegt Flachet. “Ook bij het boksen zie je hoe mensen terugvallen op hun eigen cultuur en gemeenschap. We streven daarom naar een goede doorsnede van de Brusselse bevolking. Jongeren uit de moeilijke wijken weten ons te vinden via mond-tot-mondreclame. Om andere doelgroepen te bereiken, werken we samen met studentenorganisaties en geven we initiaties op scholen. We organiseren ook een speciale les voor vrouwen. Sindsdien zijn er meer vrouwen en meisjes in de club.”

“Het is een permanent aandachtspunt dat de onderlinge interculturele contacten tijdens het trainen goed verlopen. In het boksen is er veel lichamelijk contact, wat niet vanzelfsprekend is voor veel mensen. Als er foute opmerkingen worden gemaakt zoals ‘vrouwen horen niet thuis in een boksclub’, reageren we daar op. Zo moet iedereen binnen de club zijn plaats hebben op vlak van hygiëne, religie en taal.”

“Er komen nu ook heel wat vluchtelingen bij ons boksen: mensen uit het Brusselse opvangcentrum Klein Kasteeltje en uit andere vluchtelingenorganisaties. Zo geven we in de club een plaats aan mensen die geen plaats krijgen in de maatschappij. Als dat bij BBA lukt, waarom zou het dan ook niet elders lukken?”

Afkeer van de maatschappij

Een tijdje geleden ging Flachet spreken met een jeugdrechter. Die had opgevangen dat als er één organisatie is die iets kan veranderen in Brussel, dat het de bende van BBA is. “Als jongeren met andere culturen in contact komen in een boksclub, dan maken ze deel uit van de samenleving. Veel jongeren in Brussel zijn vandaag volledig in zichzelf gekeerd. Daaruit kunnen domme ideeën ontstaan.”

Flachet weet waarover hij spreekt. Enkele jongeren die in het verleden bij BBA hadden gebokst, vertrokken naar Syrië om aan de zijde van de ‘Islamitische Staat’ te strijden.

“Sinds een paar leden naar Syrië zijn vertrokken, hebben we er veel over gepraat met de jongens die hen hebben gekend. De meeste jongeren hebben geen begrip voor hun keuze, maar ze proberen het wel te begrijpen. Ze zeggen: ‘De jongeren hebben een afkeer van de maatschappij. Als je niets te verliezen hebt, waarom zou je dan nog hier blijven?’ De vertrekken zijn minder een ideologische of religieuze keuze dan een gevolg van een sociale of persoonlijke impasse.”

Discussies over religie zijn geen taboe binnen de club, verzekert Flachet. “Veel jongeren zijn op zoek naar een identiteit. ‘Waarom wordt de godsdienst van mijn ouders zo aangevallen? Waarom zou ik die niet overnemen?,’ vragen ze. Op die vragen hebben we geen sluitend antwoord, maar het is wel belangrijk dat we er openlijk over praten.”

Marcel Cerdan

Een paar jongeren uit Molenbeek en Anderlecht hebben het imago van Brussel kapotgemaakt, maar de grote meerderheid vertegenwoordigt Brussel op een positieve manier. Daar is Flachet heilig van overtuigd. “Iemand als de achttienjarige Si Mohamed Ketbi uit Schaarbeek die deelnam aan het taekwondo op de Olympische Spelen in Rio, zet Brussel op de wereldkaart. Zo loopt er veel jong talent rond in Brussel. We hebben dit jaar vijf Belgische kampioenen in onze club. Slechts één daarvan groeide niet op in een kansarme wijk. Dat zegt genoeg.”

“In Molenbeek is er zeventien keer minder sportmogelijkheid dan in andere Belgische gemeentes met evenveel inwoners zoals Namen, Mechelen en Leuven. Als ik tegen buitenlandse journalisten zeg dat er in Molenbeek slechts één zwembad is, dan trekken ze grote ogen.”

“Bij BBA dromen we van een grote Brusselse bokszaal: een zaal met een centrale ring, waar je ontmoetingen, tornooien en wedstrijden kunt organiseren, zoals het Palais des sports Marcel-Cerdan in Parijs, genoemd naar de bekende Franse bokser. Een plek waar jongeren elkaar ontmoeten als toeschouwer of recreant. Waar interculturele ontmoetingen plaatsvinden via het boksen. Brussel verdient dat.”