Reiner Stach
Franz Kafka in de 21ste eeuw
Hoe komt het dat we 100 jaar na zijn dood nog altijd in de ban zijn van Franz Kafka? Waarom vinden we Kafka nog steeds zo modern en actueel? Wat staat ons in het gedenkjaar 1924 te wachten? Reiner Stach, Kafka’s belangijkste biograaf, geeft hierop de volgende antwoorden.
Door Reiner Stach
De Praagse schrijver Franz Kafka, die nog geen 40 jaar oud in 1924 stierf, geldt al heel lang als een van de grondleggers van het modernisme in de literatuur. Hoewel hijzelf maar weinig proza uitgaf − zijn drie romans bleven onvoltooid − en enorm veel fragmenten naliet, staat zijn aanzien als klassieker buiten kijf. Een leerling van een Duitstalig gymnasium zal bij het vak Duits absoluut met Kafka te maken krijgen. In bijna alle Duitse deelstaten zijn Kafka’s teksten ook eindexamenstof.
Zelfs binnen het selecte gezelschap der literaire klassiekers neemt Kafka een bijzondere plaats in. Enerzijds geldt hij als een ‚moeilijke‘, diepzinnige schrijver die niet zelden in raadselen spreekt en wereldwijd generaties tekstverklaarders heeft beziggehouden en nog steeds bezighoudt. Een schrijver ook wiens teksten regel voor regel op methodisch efficiënte wijze als openbaringen bestudeerd worden. Er bestaan ontelbare publicaties over zijn werk en het aantal nieuwe varianten van interpretatiehulpboeken voor leraren en leerlingen is niet meer te overzien. Anderzijds is er geen andere schrijver tot wie zoveel creatieve mensen zich aangetrokken voelen en die hij tot ver over de grenzen van de literatuur heen geïnspireerd heeft: illustrators, schilders, filmregisseurs, componisten, toneelspelers en theaterproducenten.
Een dergelijk postuum ‚dubbelleven‘ is in de wereldliteratuur slechts weinig schrijvers vergund – misschien is de onverminderde belangstelling voor Shakespeare hiermee nog het best te vergelijken. Het werk van dit soort schrijvers lijkt niet te verouderen; elke nieuwe generatie lezers voelt de behoefte er zich mee bezig te houden. Ook het feit dat hun teksten als wetenschappelijke onderzoeksvelden al honderd keer opgemeten en omgeploegd zijn, verandert er niets aan.
Kafka en de hyper-bureaucratie
De levenskracht van schrijvers als Kafka, die ook is af te lezen aan het aantal vertalingen, werd vaak verklaard door het feit dat zij nu net de juiste beelden voor menselijke ervaringen weten te vinden: Ervaringen die over de grenzen van tijd en cultuur heen herkend en begrepen worden. Voor een aantal van Kafka’s werken gaat dat zeker op. Misschien wordt tegenwoordig de almacht van de vader, waarvan in Das Urteil het dodelijk gevolg beschreven wordt, niet meer in alle delen van de wereld als probleem gezien. Zich echter binnen de eigen familie een vreemde te voelen (Die Verwandlung) of door een gesloten gemeenschap alleen op grond van het feit dat je de spelregels niet kent (Das Schloss) afgewezen te worden – dat zijn ervaringen die in elke cultuur begrepen worden en daarom ook overdraagbaar zijn naar de literatuur. In het geval van Kafka komt er echter nog een dimensie bij, die voor zijn populariteit minstens zo belangrijk is: Hij beschrijft een in elk opzicht moderne wereld die er onheilspellend is gaan uitzien. Aanvankelijk werd dit verkeerd ingeschat. De confrontatie met totalitarisme en terreur heeft veel lezers van de eerste generatie ertoe verleid Kafka te zien als een profeet die de gruwelen van het fascisme en stalinisme zou hebben voorzien. Inmiddels worden Kafka’s teksten met meer aandacht en minder vooringenomen gelezen. Het wordt daardoor duidelijk dat de bekende ‘kafkaëske’ scènes – zoals met name in Der Process en Das Schloss – ons niet zozeer aangrijpen, omdat de helden het slachtoffer zijn van willekeurig geweld. Het beangstigende erin is dat die helden zich voor moeilijke situaties geplaatst zien en zich, verstoken van alle intimiteit, gedurig geobserveerd voelen. Wanneer ze om opheldering vragen, lijkt het of men hen bereidwillig tegemoet komt; zij krijgen een overvloed aan informatie, maar nooit is er iets bij dat werkelijk van nut is. Ze lopen vast, worden van de ene naar de andere instantie gestuurd, en uiteindelijk is niemand verantwoordelijk. Dit soort ervaringen zijn kenmerkend voor de moderne, bureaucratisch overgereguleerde massamaatschappijen waarin men zelfs zijn eigen professionele of financiële situatie alleen nog maar met behulp van adviseurs kan overzien. Kenmerkender nog zijn ze voor samenlevingen waarin de communicatie anoniemer en steeds meer geautomatiseerd wordt (social media, hotlines) en persoonlijke gegevens buitensporig misbruikt worden, waardoor er hoe langer hoe meer bewakingstechnieken ingezet moeten worden. Wie in de 21e eeuw Kafka’s Process leest, herkent er iets in wat de auteur in die omvang onmogelijk kan hebben bevroed, maar wat hij als dreigende tendens zeker via zijn sociale antenne moet hebben opgevangen. Dat is absoluut een van de belangrijkste redenen waarom we Kafka nog altijd zo modern en eigentijds vinden.Kafka en de dieren
Er is nog een reden waarom hedendaagse lezers niet alleen meer de weinige, klassieke werken van Kafka lezen. Kafka’s omvangrijke nalatenschap werd intussen integraal in betaalbare uitgaven toegankelijk gemaakt. De pocketuitgave van uitgeverij S. Fischer bevat alleen al meer dan tachtig teksten. Enkele ervan zijn weliswaar fragmentarisch, maar alles bij elkaar krijgt de lezer een beter en literair kleurrijker overzicht dat verder reikt dan alleen de kwestie van het vadercomplex en de schuld-en-straf vraag, waarmee Kafka bij voortduring geïdentificeerd werd. Een voorbeeld hiervan valt af te lezen uit het verrassende aantal prozawerken waarin sprekende en denkende dieren optreden. Het is een geheel op zichzelf staand motief dat vanouds bij schrijvers in zwang was (Ein Bericht für eine Akademie − het ‘apenverhaal’), echter in het onderwijs en het academisch debat een ondergeschikte rol speelde. Het is absoluut aannemelijk dat ook de dierenfiguren een handelsmerk van Kafka worden, vooral wanneer er in het theater en de film nog intensiever gebruik van zal worden gemaakt.Kafka en de humor
Ook tegen Kafka’s humor wordt tegenwoordig anders aangekeken. Aanvankelijk werd de visie erop door ideologische discussies vertroebeld. Het beeld van Kafka als existentialistische en religieuze ‘man van smarten’ wilde niet echt bij de slapstick scènes in zijn romans passen – daarom werd er geen aandacht aan geschonken. Pas sinds de negentiger jaren wordt er voorgoed anders tegenaan gekeken. Het viel steeds meer lezers op dat het merendeel van Kafka’s teksten duidelijke of verborgen humoristische trekken vertoonde. Wie door het nagelaten werk heen bladert, ziet een grote verscheidenheid aan komieke vertelsituaties, waaronder niet zelden mengvormen van humor en tragiek. Op dit gebied valt er nog veel te ontdekken. De vraag of Kafka’s humor intercultureel begrepen wordt en ‘werkt’ zal afhankelijk van het lezerspubliek verschillend beantwoord worden. Ook hier ligt een experimenteerterrein waaraan tot nu toe weinig aandacht werd besteed.Kafka en zijn brieven
In de wetenschap en in Kafka’s brede lezerskring is men het er nog niet over eens of de ongeveer 150 nagelaten brieven tot Kafka’s literaire nalatenschap gerekend moeten worden. Dit is te wijten aan het feit dat het niet vaak voorkomt dat de mededelingen van een schrijver, ook in zijn intiemste uitlatingen, zo’n grote zeggingskracht hebben en zo vindingrijk zijn dat ze in niets onderdoen voor die in zijn literaire werk. In de herfst van 2024 zal bij S. Fischer het laatste, lang verwachte deel van de kritische uitgave van brieven verschijnen. Daarmee zal dan ook dat onderdeel geheel ontsloten zijn. Door lezingen en andere bijeenkomsten ter gelegenheid van het verschijnen van de briefuitgave zouden ook minder ervaren lezers met Kafka’s karakteristieke taal, zijn manier om in beelden te denken en zijn gevoel voor humor in contact kunnen komen.Kafka op het toneel
Tegenwoordig wordt Kafka meer dan vroeger vanuit een letterkundig perspectief gelezen. Esthetisch genieten de lezers van zijn taal, zijn ideeën, van zijn paradoxen en verrassende beelden en plots die een grotere rol spelen dan de verleiding om meteen naar een interpretatie te zoeken. Het spreekt vanzelf dat Kafka’s teksten daardoor steeds interessanter worden voor creatieve doeleinden en een caleidoscopische receptie. Dit geldt in de eerste plaats voor het theater. Hoewel Kafka geen enkel toneelstuk heeft geschreven (met zijn Gruftwächter kwam hij niet veel verder dan de eerste scènes), zijn zijn teksten regelmatig op het toneel te horen. Zijn plots en personages werden in honderden variaties uitgebeeld. In 2015 presenteerde Andreas Kriegenburg een enscenering die op teksten uit Kafka’s nagelaten werk gebaseerd is. (Ein Käfig ging einen Vogel suchen, Deutsches Theater Berlijn). Eveneens in 2015 had de acteur Max Simonischek veel succes met de bewerking van het verhaal Der Bau als éénpersoons toneelstuk. De Kafkaband met als frontman de schrijver Jaroslav Rudiš componeerde songteksten met teksten uit Kafka’s romans en integreerde het muziekmateriaal weer in theaterensceneringen. (Das Schloss 2015, Amerika 2017, Der Process 2022)Kafka op het witte doek
Tot op heden worden er nog maar weinig teksten van Kafka verfilmd. Toch experimenteerden Orson Wells en Steven Sonderbergh reeds in de 20e eeuw met het verfilmen ervan. Wel bestaan er volop bewerkingen voor de korte film waarvan er op YouTube een aantal te vinden zijn. Wereldwijd heeft men aandacht besteed aan het VR-experiment VRwandlung (Goethe-Institut, Prag 2018). Voor het Kafka-jaar 2024 staat een lange rij filmprojecten gepland, waaronder een Biopic van de Poolse regisseur Agnieszka Holland alsmede een zesdelige, Duitstalige tv-serie waarin Kafka’s leven en werk in elkaar overvloeien. (Draaiboek van Daniel Kehlmann, Regie: David Schalko)Kafka in stripverhalen
Inmiddels hebben ook striptekenaars een sterke voorkeur voor Kafka. Sinds de intussen klassiek geworden striproman Introducing Kafka van Robert Crumb uit 1993 bestaan er wereldwijd talrijke visualisaties die samen meer dan genoeg materiaal voor een aparte expositie te bieden hebben. Als eerste is hier te noemen Zámek – Das Schloss van Jaromir Svejdik uit 2013. In 2021 verscheen als laatste de grafische reportage Die Aeroplane in Brescia van Moritz von Wolzogen. Het feit dat Kafka’s naam als tekenaar zich met het verschijnen van een nieuwe, spectaculaire editie Kafkas Zeichnungen (C.H. Beck Verlag 2021) gevestigd heeft, zou deze trend nog kunnen versterken.Kafka als Popicoon
Door al deze activiteiten wordt het overtuigend bewijs geleverd dat Kafka’s werk nog steeds springlevend is, dat het als hoogst belangrijk voor onze tijd beschouwd moet worden en bovendien nog altijd in letterlijke zin ‚genietbaar‘ is. Er bestaat een wereldwijde receptie die veraf staat van het wetenschappelijk discours en alleen al door de omvang ervan ‚pop cultureel‘ genoemd kan worden. Kafka is een literaire wereldfiguur geworden. Zelfs mensen die op grond van Kafka’s afkomst nog steeds denken dat hij een Tsjechische schrijver is, kennen zijn naam en portret. Daardoor ligt automatisch ook het gevaar van popularisering, trivialisering, zelfs commercialisering op de loer, dat vooral rondom gedenkdagen toeslaat. Je kunt het afdoen met het argument dat Kafka’s werk, dat tegen de tientallen jaren durende aanvallen van religieuze, filosofische, politieke en psychologische interpretaties bestand was, zich ook zeker tegen een inbezitneming door de popcultuur zal weten te weren. Dit laatste klinkt wat cynisch, waardoor bovendien de invloed van de miljoenen valse voorstellingen duidelijk onderschat wordt.Kafka’s universum is diep geworteld in zijn taal
Wat de veelsoortige activiteiten in het jaar 2024 betreft mogen we niet uit het oog verliezen dat Kafka’s universum – hoe pluriform en rijk aan beelden het ons ook mag voorkomen – uiteindelijk in zijn taal gegrondvest is. Kafka’s taalgebruik is het fundament dat, ook wanneer andere media er toegang toe krijgen, zo onaangetast mogelijk moet blijven en niet omwille van sterkere effecten misbruikt dient te worden. Daarom zullen de literatuurwetenschap en niet in de laatste plaats de editiewetenschap ook in de toekomst hun controlerende taak moeten blijven uitoefenen. Zij zijn het die Kafka’s manuscripten moeten ontsluiten, presenteren en toelichten. Maar in de 21e eeuw zou er ook beter naar Kafka’s vertalers geluisterd moeten worden door hen in de gelegenheid te stellen met elkaar en tevens met de lezers in gesprek te gaan. Dit niet alleen vanwege de wereldwijde receptie van zijn werk, maar ook omdat zij zich tot in detail met de taalkundige structuur van zijn teksten bezighouden en zo misverstanden, verdraaiingen of misleidende simplificaties en popularisering kunnen helpen voorkomen.Kafka zelf heeft in een van zijn aforismen duidelijk voorspeld welke gevolgen het zou hebben, als we het taalkundig fundament negeren:
‚Hij vreet de afval van zijn eigen tafel; daardoor is hij een poosje meer verzadigd dan de anderen, verleert het echter om boven van de tafel te eten; daardoor valt er dan ook niets meer van tafel.‘
(Uit: Die Zürauer Aphorismen. Suhrkamp 2006)