Die Buddenbrooks
Familieverhalen
In de zomer van 1900 stuurde Thomas Mann per post het handgeschreven exemplaar van De Buddenbrooks aan de uitgever Samuel Fischer. Małgorzata Łukasiewicz biedt ons een introductie tot dit werk en ontrafelt de ideeën van de Duitse schrijver.
Door Małgorzata Łukasiewicz
Het was 13 augustus 1900 toen Thomas Mann met een dikke envelop, geadresseerd aan de Berlijnse uitgever Samuel Fischer, op weg ging naar het postkantoor. Hij betaalde de enigszins geamuseerde postbeambte voor de aangetekende verzending, waarbij hij de waarde van het poststuk op duizend mark schatte. Inhoud: Het enige handgeschreven exemplaar van De Buddenbrooks, de eerste roman van Thomas Mann.
Buddenbrooks — de in het meervoud geschreven familienaam — ademt een bijna dynastieke ernst. Het suggereert het ongehinderde voortbestaan over generaties, een stabiliteit op basis van zorgvuldig gesmede coalities, familierituelen en erfrecht. Om voor deze gezamenlijke hoofdrol in aanmerking te komen, moet een familie ten minste enkele generaties trotseren. Ze moet zich uitbreiden en beschikken over enkele opvallende persoonlijkheden, en iedere nieuwe generatie dient de uitdagingen en verleidingen van een zich snel en onstuimig veranderende wereld het hoofd te bieden of anders ten onder gaan.
En dan de ondertitel! Fluisterend klinkt het: Verval van een familie. Al in de eerste zinnen vormt het echtpaar met hun kinderen en de grootouders een raamwerk van generaties dat omringd wordt door diverse al dan niet aangetrouwde familieleden. Om de week komt de hele familie op donderdagmiddag bij elkaar om gezamenlijk te eten; bij speciale gelegenheden schuiven ook trouwe huisvrienden aan Van een dergelijke gelegenheid is ook nu sprake: De gasten worden ontvangen in het nieuwe huis van de familie in de Mengstraße in het Duitse Lübeck. In het eerste deel wordt een middag uit hun leven beschreven - een voldaan leven, stevig verankerd in de lokale burgerlijke samenleving, met tradities en veelbelovende vooruitzichten. Zonder omwegen komen we ook te weten wie aan deze familiebijeenkomsten niet deelneemt: de zoon uit het eerste huwelijk van de oude Buddenbrook. de zoon uit het eerste huwelijk van de oude Buddenbrook. Hij is bij zijn vader in ongenade gevallen omdat hij de euvele moed had tegen diens wil in te trouwen met 'deze juffer Stüwing', kortom een jongedame uit een uiterst lage sociale klasse Tegelijkertijd wordt, net als in een goede ouverture, terloops de naam Ratenkamp genoemd, ooit een grote en welgestelde familie die in nog maar pas geleden jammerlijk ten onder is gegaan.
Familie en bedrijf
De Buddenbrooks zijn niet alleen een familie, ze zijn ook een bedrijf. Deze burgerlijke dynastie wordt dus zowel door bloedsbanden als ook door gemeenschappelijke interesses bijeengehouden. In 1768 werd de handelsonderneming opgericht door Johann, de vader van de ‚oude Buddenbrook‘ Johann, grootvader van consul Johann (Jean), overgrootvader van senator Thomas en betovergrootvader van Hanno. In de roman wordt het honderdjarig jubileum van de onderneming gevierd, waarbij het motto van de oprichter weer aan de nieuwe opvolger wordt doorgegeven: 'Mijn zoon, doe overdag met hartstocht zaken, maar alleen die waarvan we 's nachts nog rustig kunnen slapen.' Wat helpt de familie te consolideren is ook goed voor de onderneming, en wat afbreuk doet aan de familie is anderzijds ook desastreus voor het prestige van het bedrijf. Een sterfgeval betekent niet alleen een verlies, maar ook de noodzaak de testamentaire wil uit te voeren, waardoor het vermogen verdeeld raakt. Er moet evenwicht zijn tussen de bruidsschatten die worden meegegeven en die worden meegebracht. Bruiloften, doopsels, de opname van een nieuwe vennoot of het afsluiten van een langdurig contract, familie- of bedrijfsjubilea: voor het familiebedrijf zijn ze allemaal even belangrijk en ze worden met vergelijkbaar ceremonieel gevierd. Gods zegen is in gelijke mate noodzakelijk voor persoonlijk succes als voor een gelukkige afloop in zaken.
Links: Het Buddenbrooks-Haus in Lübeck. Rechts: Blik op het marktplein van Lübeck met de Marienkirche. | © ETH-Bibliothek Zürich, Thomas-Mann-Archiv / links: Fotograf: Unbekannt / TMA_4305; rechts: Fotograf: Johannes Oskar Schunke / TMA_1607
Spelen met het tempo
De familiegeschiedenis schept een netwerk voor de verhalende verbeelding, waarbinnen een scala aan lotgevallen, individuele types en toevalligheden zich kunnen ontvouwen. De geschiedenis beweegt zich binnen een vooraf afgebakend kader, maar binnen die nauwe grenzen zijn de combinatiemogelijkheden onbeperkt. Thomas Mann varieert deze verhalen vastberaden met wisselingen in tempo en register. De ene keer worden lange aaneenschakelingen van gebeurtenissen in een paar zinnen samengevat, de andere keer worden kleinere gebeurtenissen tot in detail beschreven. Sluw schrijft hij in een ondeugende toon over het verhevene of juist met diepe ernst over trivialiteiten. Veel speelt zich rechtstreeks voor onze ogen af, andere informatie komen we te weten uit brieven van de hoofdpersonen, familiepapieren of terloopse opmerkingen in dialogen. Droge kroniekaantekeningen worden afgewisseld met scènes waarin de spanning zorgvuldig wordt opgebouwd en de stemming uitvoerig met honderden details wordt beschreven. De dood van de oude mevrouw Buddenbrook wordt als voorval genoteerd terwijl de dood van consul Elisabeth (Bethsy) zich over meerdere bladzijden voortsleept. Soms verdwijnen verhaallijnen of personen uit het oog, om later weer op te duiken. De vertelling versnelt en verliest dan weer aan tempo. Thomas Mann, die tot dan toe alleen korte verhalen had geschreven, vond in De Buddenbrooks een andere manier van schrijven – breedvoerig en uiterst ontvankelijk. Hij ontdekte de tijd als onthullingsmiddel in een instabiele werkelijkheid. Al lezend zie je dat tegenstrijdigheden hun scherpe kanten verliezen en dat datgene wat in het begin coherent en hermetisch leek, zich later in vijandelijke polen opdeelt.Voorbeelden uit het ware leven en de literatuur
Het manuscript van De Buddenbrooks dat bij de post werd afgegeven met een geschatte waarde van duizend mark, is niet bewaard gebleven. De notities die tijdens het schrijven van de roman zijn ontstaan, zijn echter wel bewaard gebleven. Thomas Mann legde een bijna volledig dossier aan over economie, tradities en technische innovaties. Op kaartjes schetste hij de karakters en de levenslopen van zijn hoofdpersonen. Maar vooral maakte hij royaal gebruik van zijn eigen familietraditie uit bewaarde documenten, herinneringen en verslagen die op zijn verzoek aan hem werden geleverd.Na de publicatie van de roman waren in Lübeck who-is-who-lijsten in omloop. Wie diende als voorbeeld voor advocaat Giesecke, consul Döhlmann, procuratiehouder Marcus, voor de families Hagenström en Möllendorpf en alle andere personages? De geportretteerden waren verontwaardigd en het werk werd beschouwd als een sleutelroman respectievelijk een pamflet tegen de Lübeckse burgerij. Twaalf jaar later, toen met Wilhelm Alberts Thomas Mann und sein Beruf een eerste monografie over de auteur verscheen, plaatste zijn oom Friedrich een advertentie waarin hij zijn afkeuring uitsprak over de schrijver, die zijn naaste familieleden als karikaturen door het slijk had gehaald en hun levenslot op schandalige wijze geopenbaard. Hij vermoedde terecht dat hij als voorbeeld had gediend voor Christian Buddenbrook. Thomas Mann weerde zich in zijn verhandeling Bilse und ich tegen dergelijke vijandigheden, maar hij ontkende evenmin dat overeenkomsten met echte personen niet op toeval berustten. Integendeel, hij beschouwde het als een gegeven dat een echte kunstenaar nooit dingen bedenkt, maar inspiratie direct uit literaire voorbeelden of uit het ware leven haalt. De ware creativiteit ligt niet in het bedenken van personages en handelingen, maar in het 'vergeestelijken van de materie'. Dat de materie daarvoor uit de literatuur en het leven zelf wordt gehaald en wordt herbewerkt, gerecycled en/of weer tot leven gewekt, is iets wat in zijn latere werken meermaals wordt herhaald.
Belangrijke inspiratiebronnen
Tegen het einde van de negentiende eeuw beleefde de familieroman zijn bloeitijd. Klaarblijkelijk vertelde de burgerlijke cultuur in deze vorm graag over zichzelf. Voorbeelden hiervan zijn de romancyclus Les Rougon-Marquart van Emile Zola en het hele naturalistische programma. In zijn lezing over Lübeck in 1926 komen ook de bronnen van De Buddenbrooks ter sprake. Daarbij wijst hij verbindingen met Emile Zola van de hand, terwijl hij Renée Maupérin en de gebroeders Goncourt wel een bepaalde betekenis toekent en ook wijst op invloeden van de romans van Alexander Lange Kielland en Jonas Lie. Als belangrijkste inspiratiebron heeft hij echter een andere familiesaga voor ogen: de Ring der Nibelungen van Richard Wagner, met de grote finale van de Götterdämmerung!Alle door door de auteur toegegeven en afgewezen inspiratiebronnen zijn in de literatuurwetenschap uitvoerig onderzocht en besproken. In 1995 ontdekte Michael Maat nog een andere bron van inspiratie; hij wist aan de hand van gedetailleerde analysen aan te tonen dat een van bronnen waaruit rijkelijk is geput bij het schrijven van De Buddenbrooks de sprookjes van Andersen waren.
De tekst is afkomstig uit het boek: 'Jak być artystą. Na przykładzie Tomasza Manna' (Kunstenaar zijn naar het voorbeeld van Thomas Mann) Het werd ingekort en redactioneel bewerkt.