Documentaire Die Fotografen Bernd und Hilla Becher

Die Fotografen Bernd und Hilla Becher © Bernd und Hilla Becher

di, 27.03.2018

Goethe-Institut Amsterdam

Herengracht 470
Amsterdam

(DE 2011)
Lengte: 94 min.
Regie: Marianne Kapfer
Taal: Duits met Engelse o.t.

"Toen we merkten dat de industriële bouwwerken aan het verdwijnen waren, hebben we ze met de fotocamera vastgelegd. We hebben niets anders meer gedaan. Dat zagen we als onze plicht."
Bernd en Hilla Becher zitten in hun studio in Düsseldorf en kijken terug op de laatste veertig jaar van hun carrière als fotografen: vakwerkhuizen, watertorens, hoogovens, schachttorens, kalkovens, gashouders – bouwwerken van een industriële cultuur die inmiddels ten onder is gegaan. Zwart-wit, met nuchtere precisie, tegen een altijd grijze achtergrond vanuit een licht verhoogd standpunt genomen. Zo zien Becher-foto's er sinds de jaren zestig onveranderlijk uit.

Bernd Becher werd in 1931 in Siegen geboren. Hij tekende en schilderde eerst de door sloop bedreigde fabrieken en mijnen in zijn geboortestreek en de aangrenzende industrielandschappen. In 1957 begon hij industriële bouwwerken te fotograferen, omdat de fotografie grotere precisie en een objectievere manier van afbeelden bood. Na een opleiding tot decoratieschilder studeerde Bernd Becher in 1957 typografie aan de kunstacademie in Düsseldorf. Hier ontmoette hij Hilla Wobeser. Zij werd in 1934 in Potsdam geboren en verhuisde in 1954 na afronding van een driejarige opleiding in een fotostudio naar West-Duitsland, waar ze in Hamburg als zelfstandig fotografe ging werken. Vanaf 1958 studeerde ze aan de kunstacademie in Düsseldorf en beheerde daar ook het ontwikkellab. In 1959 fotografeerden Bernd en Hilla Becher samen eerst de ertsmijnen en vakwerkhuizen in het industriegebied van Siegen en later de industriecomplexen in het Ruhrgebied. In 1961 trouwden ze.

Hilla Becher vertelt over hun bescheiden begin toen ze in 1966 met zoontje, Volkswagenbusje en oma naar Wales trokken om daar te fotograferen. "Als parelkettingen lagen de mijnen aaneengeregen ... maar het leek wel alsof alles versneld werd afgespeeld, zo snel werden de complexen gesloopt." Er volgden reizen naar de industriegebieden van Frankrijk, België, Luxemburg en de Verenigde Staten.
De film gaat op zoek naar de belangrijkste fotolocaties en motieven van de Bechers: naar de onderwerpen uit hun begintijd – de vakwerkhuizen in de regio Siegen, naar de objecten van hun eerste buitenlandreizen in de jaren zestig, zoals de mijnen in Wales en de hoogovens in Lotharingen, en vervolgens naar de mijnen in het Ruhrgebied. Tegenwoordig herinnert vaak alleen nog een schachtwiel of een omgevallen hoogovenketel in een groen grasveld aan het feit dat hier steenkool werd gewonnen of staal werd geproduceerd. Slechts enkele van de door hen gefotografeerde complexen zijn nog in bedrijf. Een paar hebben het als museum overleefd. Zoals de mijn Zollern 2 in Dortmund. De Bechers fotografeerden deze mijn vanaf 1969 en redden met een actiecomité de machinehal van de sloop. Met hun werk hebben de Bechers ook bijgedragen aan het besef dat het belangrijk is om industrieel erfgoed te behouden.

De eerste solo-expositie van de Bechers vond plaats in boekwinkel en galerie Ruth Nohl in Siegen. Tegenwoordig worden hun werken in de grote musea van de wereld getoond. Ze kregen de hoogste kunstonderscheidingen, zoals de Erasmusprijs, die wordt uitgereikt aan personen of instellingen die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd op het gebied van cultuur, maatschappij of sociale wetenschappen. Prijswinnaars zijn onder meer Charles Chaplin, Marc Chagall en Ingmar Bergman.

Galeriehoudster Ruth Nohl zegt daarover: "In het begin hadden de Bechers nooit gedacht dat ze ooit al deze prijzen zouden krijgen. Maar ze hebben toch iets geweldigs voor de mensheid gepresteerd door al deze foto’s nog te maken."
"Als je één schachttoren hebt, wil je er nog meer", legt Bernd Becher uit met het oog op de tableaus van 3 x 5 foto’s van schachttorens die op een tentoonstelling in het Hamburger Bahnhof in Berlijn hangen. "Om hun diversiteit en veelvormigheid te tonen, hebben we ze naast elkaar gehangen."
"Ik houd het meest van de hoogovens, omdat ze het lastigst te fotograferen zijn", aldus Hilla Becher. "Soms moesten we de fotocamera's met touwen omhoogtrekken op de staalovens die zo hoog waren als flatgebouwen." In de film geven de fotografen ons een kijkje op hun werkplek: hun werk, hun motieven, hun werkwijze. Waarom ze alleen in zwart-wit fotograferen of waarom het voldoende is om van een schachttoren maar drie opnames te maken. Bij welk licht ze het liefst fotograferen. Wat voor moeite het kostte om toestemming te krijgen om te fotograferen. Welke tegenslagen ze te verwerken kregen. Door hun verhalen gaan we iets begrijpen van de fascinatie die de industriële bouwwerken op hen uitoefenden, waardoor ze hun hele leven eraan hebben gewijd.

Hun zoon Max Becher filmde zijn ouders in 1987 tijdens een reis door Pennsylvania toen ze graansilo's fotografeerden. In zijn opnames zien we hoe de Bechers eerst een boom moesten kappen om het zicht op hun object vrij te maken voor de typische Becher-foto.
"Bernd Becher kon je 's morgens om half zeven bellen om over het juiste objectief te discussiëren. Die passie voor de fotografie was een grote inspiratie voor mij", aldus Thomas Struth over Bernd Becher, bij wie hij in de jaren zeventig studeerde. Bernd Becher gaf als hoogleraar twintig jaar les aan de kunstacademie in Düsseldorf. Thomas Struth, Thomas Ruff en Candida Höfer van de eerste generatie "Becher-leerlingen", Jörg Sasse van de middelste generatie en Laurenz Berges en Götz Diergarten van de jongste generatie – allemaal internationaal bekende fotografen uit de Becher-klas – vertellen welke invloed de Bechers op hun eigen werk hadden en completeren zo het beeld van de twee kunstenaarspersoonlijkheden.

I.s.m. Huis Marseille.

Terug